← België

Arrest 195290 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 15/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.290 Rolnummer: A. 192500/XII-5809 Zaak: Arrest 195290 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 15/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:25 Fiche Arrest nr 195.290 van 15 juli 2009 Onderwijs en cultuur - Reglementen (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 195.290 van 15 juli 2009 in de zaak A. 192.500/XII-

  1. In zake : de VZW SECUNDAIRE LEERGANGEN, die woonplaats kiest bij advocaat D. Van Overstraeten, kantoor houdende te Zelzate, Grote Markt 57/002 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat S. Butenaerts, kantoor houdende te 1080 Brussel, Leopold II-laan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Secundaire Leergangen op 8 mei 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 6 maart 2009 betreffende de opheffing van de erkenning van structuuronderdelen van een centrum voor volwassenonderwijs, bekendgemaakt in de tweede uitgave van het Belgisch Staatsblad van 9 april 2009; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing, opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 24 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 juli 2009; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; XII-5809-1/8 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Van Overstraeten, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat W. Gillard, die loco advocaat S. Butenaerts verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
  3. De vzw Secundaire Leergangen is bevoegd gezag van het Centrum voor Volwassenenonderwijs (hierna CVO) ISBO te Zelzate, een onderwijsinstelling met zeven vestigingen in totaal. 1.
  4. Naar aanleiding van een aantal klachten voert een daartoe aangesteld paritair college van inspecteurs in een aantal vestigingen van het CVO tussen 5 en 8 mei 2008 een nader onderzoek uit, dat resulteert in een op 23 septem- ber 2008 opgesteld rapport. Het college stelt vast dat het beleidsvoerend vermogen ontoereikend is, dat de realisatie van de leerplandoelstellingen niet is gegarandeerd, dat het veiligheids- en welzijnsbeleid onvoldoende is. Het inspectieteam beveelt aan de minister de onmiddellijke sluiting van het CVO Secundaire Leergangen Zelzate aan wegens inbreuken op artikel 56, 3/, 5/, en 8/ van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. Bij schrijven van 3 oktober 2008 en nogmaals op 5 november 2008 wordt het onderzoeksrapport aan verzoekster medegedeeld. Op 17 oktober 2008 en op 18 november 2008 dient verzoekster bij de minister verweerschriften in. XII-5809-2/8 1.
  5. Op 2 december 2008 stelt de minister een nieuw en anders samengesteld paritair college van inspecteurs samen, dat tussen 12 en 14 januari 2009 een nieuw onderzoek uitvoert in een aantal vestigingen van het CVO. Dit onderzoek resulteert in een op 23 januari 2009 opgesteld rapport, waarin andermaal een aantal inbreuken op artikel 56, 3/, 5/, 7/ en 8/ van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs worden vastgesteld en dat uiteindelijk leidt tot het voorstel tot gedeeltelijke opheffing van de erkenning van het CVO Secundaire Leergangen te Zelzate. Bij een ter post aangetekend schrijven van 28 januari 2009 wordt het onderzoeksrapport aan verzoekster overgezonden. Haar wordt meegedeeld dat zij het recht heeft om binnen vijftien kalenderdagen na deze betekening een schriftelijke reactie op het rapport in te dienen die bij het dossier voor de Vlaamse regering zal worden gevoegd voor definitieve beslissing. Op 10 februari 2009 zendt verzoekster de minister een omstandig gemotiveerd verweerschrift, waarbij daarenboven wordt gerefereerd aan het eerdere verweerschrift van 18 november
  6. Het verweerschrift bevat onder meer opmerkingen over de wettigheid van de tot dan gevolgde procedure en over vermeend gemaakte procedurefouten. Het gaat ook puntsgewijze in op gemaakte opmerkingen in het onderzoeksrapport wat de verschillende vastgestelde inbreuken betreft. 1.
  7. Op 6 maart 2009 neemt de minister tenslotte het thans bestreden besluit dat luidt : “De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 57 en artikel 63, § 4; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 betreffende de nadere modaliteiten en de procedure voor de opheffing of gedeeltelijke opheffing van de erkenning van een Centrum voor Basiseducatie of een Centrum voor Volwassenenonderwijs, artikel 7 tot en met 9; Gelet op het onderzoeksrapport van 23 september 2008 van het paritair college van inspecteurs, samengesteld overeenkomstig artikel 7, § 1 van het besluit van 19 september 2008; Gelet op het verweerschrift van 18 november 2008; Gelet op het onderzoeksrapport van 23 januari 2009 van het paritair college van inspecteurs, samengesteld in uitvoering van artikel 7, § 2 van het besluit van 19 september 2008; Gelet op de schriftelijke reactie van de inrichtende macht van 10 februari 2009; Overwegende dat de onderwijsinspectie sinds 1991 toeziet op de bewoonbaarheid van de lokalen en op de schooluitrusting; XII-5809-3/8 Overwegende dat klachten en onderzoeken die dateren van voor de inwerkingtreding van vermeld besluit van 19 september 2008 en voldoen aan de voorwaarden van dit besluit kunnen aanleiding geven tot de toepassing van dit besluit en dat niet deze klachten en onderzoeken, maar het onderzoeksrapport van 23 januari 2009 de grond vormen voor de opheffing van de erkenning; Overwegende dat de objectiviteit en de deskundigheid van het paritair college niet met ernstige motieven betwist worden; Overwegende dat het onderzoek binnen de wettelijke termijn is afgerond en het onderzoeksrapport binnen een redelijke termijn is opgesteld; Overwegende dat het de inrichtende macht ten gronde geen overtuigende kritiek heeft op de vaststelling van het paritair college van vijf grote inbreuken; Overwegende dat geen beroep werd ingesteld tegen de weigering van openbaarheid van bepaalde documenten, dat het recht van verdediging is uitgeoefend door onder meer de reactie van 10 februari 2009 en dat de inrichtende macht beschikt over alle stukken van het onderzoeksdossier; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 februari 2009; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 23 februari 2009; Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; Na beraadslaging, Besluit : Artikel
  8. De erkenning van de opleidingen ‘residentieel elektrotechnisch installateur’, ‘hersteller witgoed’ en ‘bloementeelt en -schikken’ van het Centrum voor Volwassenenonderwijs ISBO, Assenedesteenweg 163, in 9060 Zelzate, wordt opgeheven. Het centrum verliest voor deze opleidingen de bevoegdheid om aan de cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen uit te reiken. Art.
  9. De erkenning van de vestigingsplaatsen Zelzate en Moerbeke-Waas van het Centrum voor Volwassenenonderwijs ISBO, Assenedesteenweg 163, in 9060 Zelzate, wordt opgeheven. Het centrum mag in deze vestigingsplaatsen geen gesubsidieerde leraarsuren of ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe aanwenden. Art.
  10. Dit besluit treedt in werking op 1 september
  11. Art.
  12. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 6 maart
  13. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE”. Bij een ter post aangetekend schrijven van diezelfde dag wordt verzoekster van de strekking van voornoemd besluit in kennis gesteld. In de tweede uitgave van het Belgisch Staatsblad van 9 april 2009 wordt het in extenso gepubliceerd. De ontvankelijkheid van het beroep
  14. Verwerende partij werpt op dat het beroep niet ontvankelijk is, omdat verzoekster krachtens artikel 15 van haar statuten in rechte vertegenwoordigd XII-5809-4/8 wordt door haar raad van bestuur, terwijl de beslissing om huidig beroep in te stellen werd genomen door haar voorzitter.
  15. Verzoekster is een vereniging zonder winstoogmerk die, luidens artikel 15 van haar statuten in rechte, als eiser of verweerder, vertegenwoordigd wordt door haar raad van bestuur. De beslissing om het voorliggend beroep in te stellen is door de voorzitter van de vzw genomen, naar blijkt uit een pas ter terechtzitting neergelegd stuk op grond van de uitdrukkelijke delegatie die hem op 14 maart 2009 is gegeven door de raad van bestuur van verzoekster. Die mogelijkheid om delegatie te geven aan één van de bestuurders en aldus af te wijken van artikel 15 van de statuten, is opgenomen in artikel 20 van de statuten van de vereniging. De exceptie wordt verworpen. De gegrondheid van het beroep Standpunt van de partijen
  16. Als enig middel voert verzoekster de schending aan van het legaliteitsbeginsel, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de materiële motiveringsplicht. In de toelichting bij het middel werpt verzoekster onder meer op dat het onderzoeksrapport opgesteld in de periode van 12 tot 14 januari 2009 een louter pro forma onderzoek is en dat op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de opmerkingen en bezwaren van haar verweerschriften van 17 oktober 2008 en van 18 november
  17. Bovendien wordt noch in het bestreden besluit noch in het onderzoeksrapport waarop het is gebaseerd enige motivering gegeven waarom geen rekening wordt gehouden met haar opmerkingen uit die verweerschriften en uit haar verweerschrift van 10 januari
  18. In haar nota met opmerkingen in de schorsingsprocedure antwoordt verwerende partij met betrekking tot dit middelonderdeel niet rechtstreeks. Enkel merkt zij op dat verzoekster de tekortkomingen niet betwist voor de Raad van State en dat de identieke vaststellingen in de beide onderzoeksrapporten opgesteld door verschillend samengestelde colleges van inspecteurs enkel aantonen dat verzoekster in tussentijd aan de gebreken niet heeft verholpen. XII-5809-5/8 Het voor verwerende partij negatieve auditoraatsverslag ten spijt, beperkt zij zich ter terechtzitting wat de grond van de zaak betreft ertoe enkel te verwijzen naar de voornoemde nota. Beoordeling
  19. Luidens artikel 57 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs kan de Vlaamse regering de erkenning van het geheel of een structuuronderdeel van een centrum voor volwassenenonderwijs opheffen als niet meer wordt voldaan aan bepaalde bij het decreet opgelegde voorwaarden. De procedure die daarbij wordt gevolgd moet luidens artikel 57, derde lid, van het decreet de rechten van de verdediging waarborgen en in een mogelijkheid van beroep voorzien. Verwerende partij heeft verzoekster het recht gegeven, zoals bepaald bij artikel 9 van het besluit van 19 september 2008 van de Vlaamse regering betreffende de nadere modaliteiten en de procedure voor de opheffing of gedeeltelijke opheffing van de erkenning van een Centrum voor Basiseducatie of een Centrum voor Volwassenenonderwijs, om binnen vijftien dagen na de betekening van het rapport van 23 januari 2009 bij de minister een schriftelijke reactie in te dienen. Verzoekster heeft dit gedaan, met een bezwaarschrift van 10 februari
  20. Wil een administratieve beroepsprocedure zinvol zijn, dan dient ze er op gericht te zijn een antwoord te verschaffen op de elementen die een bestuurde tegen een voor hem ongunstige beslissing aanbrengt. Zelfs als moet worden aangenomen dat in het kader van de (formele) motiveringsplicht de overheid niet verplicht is te antwoorden op élk voor haar aangevoerd argument, dan moet uit de beslissing toch blijken dat de bezwaren van de belanghebbende daadwerkelijk in de nieuwe beoordeling werden betrokken en waarom de argumenten niet werden aanvaard. De motivering van verwerende partij, waar zij in de bestreden beslissing zonder meer stelt dat “de objectiviteit en de deskundigheid van het paritair college niet met ernstige motieven betwist worden” en dat “de inrichtende macht ten XII-5809-6/8 gronde geen overtuigende kritiek heeft op de vaststelling van het paritair college van vijf grote inbreuken” en dit zonder de omstandige argumentatie die verzoekster in haar bezwaarschrift van 10 februari 2009 heeft geuit bij die beslissing te betrekken, is beslist onvoldoende, zeker nu deze en andere bezwaren haar ook reeds na het eerste onderzoeksrapport werden voorgelegd en er bij het opstellen van het tweede onderzoeksrapport al evenmin de nodige aandacht werd aan geschonken. Dergelijke “motivering” is een passe-partout in de ware zin van het woord, die ieder bestuur in elk beroep kan hanteren, maar het levert de bestuurde in zijn concrete geval geen inzicht waarom zijn argumentatie niet overtuigend was en de Vlaamse regering niet tot een ander oordeel kon brengen.
  21. Het middel is gegrond. Terecht heeft de auditeur-verslaggever gemeend dat om tot dit besluit te komen korte debatten volstaan. De vordering tot schorsing
  22. De nietigverklaring van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de door verzoekster ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  23. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse regering van 6 maart 2009 betreffende de opheffing van de erkenning van structuuronderdelen van een centrum voor volwassenonderwijs, bekendgemaakt in de tweede uitgave van het Belgisch Staatsblad van 9 april
  24. Artikel
  25. De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-5809-7/8 Artikel
  26. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  27. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5809-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.290 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.