← België

Arrest 195408 - Penitentiair recht - 24/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.408 Rolnummer: A. 193420/IX-6447 Zaak: Arrest 195408 - Penitentiair recht - 24/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:26 Fiche Arrest nr 195.408 van 24 juli 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.408 van 24 juli 2009 in de zaak A. 193.420/IX-

  1. In zake : Burak ERSEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. MILLEN, kantoor houdende te HOESELT, Tongersesteenweg 4, bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Burak ERSEN op 18 juli 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van “de beslissing van 8 juli 2009 in het kader van een tuchtprocedure waarin verzoeker een tuchtsanctie opgelegd kreeg van 3 maanden individueel regime met name: individuele wandeling, bezoek achter glas van bezoekster Nelissen Sally, geen gemeenschappelijke activiteiten, (waarbij) dit regime (...) maandelijks (wordt) geëvalueerd en (...) progressief (wordt) aangepast, afhankelijk van het gedrag van betrokkene”; Gelet op de beschikking van 23 juli 2009 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juli 2009, om 11.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. MILLEN, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6447-1/4 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De feiten 1.
  3. Verzoeker verblijft in de gevangenis te Hasselt. 1.
  4. Op 8 juli 2009 legt de directeur de volgende tuchtstraf op aan verzoeker: “3 maanden individueel regime met name : individuele wandeling, bezoek achter glas van bezoekster Nelissen Sally, geen gemeenschappelijke activiteiten. Dit regime wordt maandelijks geëvalueerd en wordt progressief aangepast, afhankelijk van het gedrag van betrokkene”. 1.
  5. Voornoemde straf steunt op zes verschillende tuchtrechtelijke inbreuken die in de motivering van de tuchtsanctie worden vermeld.
  6. Onderzoek van de vordering 2.
  7. Overeenkomstig artikel 17, §§1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.2.
  8. In verband met de uiterst dringende noodzakelijkheid voert de verwerende partij aan dat de bestreden beslissing reeds van 8 juli 2009 dateert, terwijl het verzoekschrift pas op 18 juli 2009 is ingediend. Verzoeker heeft met andere woorden tien dagen gewacht om zijn vordering aanhangig te maken. Het IX-6447-2/4 gedrag van verzoeker is dan ook niet in overeenstemming met de uiterst dringende noodzakelijkheid. 2.2.
  9. De rechtspleging bij uiterst dringende noodzakelijkheid is van die aard dat het recht van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum beperkt wordt. Met het oog op de gelijkheid tussen de procespartijen is dan ook vereist dat verzoeker zichzelf geen langere termijn toekent dan nodig om zijn vordering in te stellen. Van verzoeker wordt met andere woorden verwacht dat hij de nodige diligentie aan de dag legt, en dat hij niet onredelijk lang wacht met het indienen van zijn verzoekschrift. Te dezen blijkt dat de bestreden beslissing is genomen op 8 juli 2009, en dat de voorliggende vordering is ingesteld bij een verzoekschrift dat niet gedateerd is en dat op 18 juli 2009 aangetekend naar de Raad van State is gestuurd. 2.2.
  10. Volgens de constante rechtspraak van de Raad van State in het penitentiair tuchtrecht, dient een verzoekende partij haar verzoekschrift binnen een termijn van vijf dagen in te dienen (weekends, wettelijke feestdagen en verlofdagen inbegrepen). Bijgevolg werd huidig verzoekschrift laattijdig ingediend en is het niet ontvankelijk. 2.2.
  11. Er is bijgevolg niet voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. 2.3.
  12. Louter ten overvloede stelt de Raad van State vast dat wat verzoeker schrijft in punt 5.
  13. op bladzijde 4 van zijn verzoekschrift onder de titel “Moeilijk te herstellen nadeel” geen betrekking heeft op de derde voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2, maar op onderdelen die bij de bespreking van de middelen thuishoren. IX-6447-3/4 2.3.
  14. Ook om dit motief is de vordering niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juli 2009, door : de HH. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. D. MOONS. IX-6447-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.408 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.