← België

Arrest 195412 - Penitentiair recht - 24/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.412 Rolnummer: A. 193426/IX-6449 Zaak: Arrest 195412 - Penitentiair recht - 24/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:26 Fiche Arrest nr 195.412 van 24 juli 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.412 van 24 juli 2009 in de zaak A. 193.426/IX-

  1. In zake : Mark GROOTAERT, die woonplaats kiest bij advocaat M. LANGEROCK, kantoor houdende te SINT-KRUIS-BRUGGE, Dampoortstraat 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mark GROOTAERT op 19 juli 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing tot tuchtsanctie dd. 15-07- 2009, uitgaande van de directie van de gevangenis te Leuven-Centraal”; Gelet op de beschikking van 23 juli 2009 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juli 2009, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van zijn advocaat M. LANGEROCK, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008; IX-6449-1/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  2. Verzoeker verblijft in de strafinrichting Leuven-Centraal. 1.
  3. De bestreden beslissing steunt op de volgende feiten: “- belemmering van controle muren-baren-vloeren - weigering tot uitvoeren van opdrachten van penitentiair beambte - beledigen van penitentiair personeel”. 1.
  4. Verzoeker is blijkbaar betrokken in een polemiek met de gevangenisdirectie betreffende regelgeving waarop de directie steunt om de orde, de tucht en de veiligheid binnen de gevangenis te garanderen. Het staat niet aan de Raad van State om desbetreffend een standpunt in te nemen. De Raad van State beoordeelt enkel de wettigheid en de rechtmatigheid van een bestreden administratieve beslissing. Bijgevolg gaat de Raad van State niet in op de respectievelijke standpunten van partijen wat voornoemde discussie betreft. Onderzoek van de vordering
  5. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.1.
  6. Wat de eerste voorwaarde betreft, met name de dringende noodzakelijkheid, betwist de verwerende partij niet dat aan deze voorwaarde is voldaan. IX-6449-2/5 2.1.
  7. Het verzoekschrift werd binnen vijf dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing ingediend. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en
  8. 2.2.
  9. Wat de tweede voorwaarde betreft, voert verzoeker in het eerste middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: wet van 29/07/91). 2.2.
  10. De artikelen 2 en 3 van voornoemde wet vereisen dat de beslissing duidelijk de redenen doet kennen die haar verantwoorden. De betrokken artikelen van deze wet houden in dat de motivering afdoende moet zijn, wat inhoudt dat de motieven pertinent en draagkrachtig dienen te zijn. 2.2.
  11. Het komt in de eerste plaats aan de directeur van de gevangenis toe om te bepalen welke gedragingen van de gedetineerde als tuchtfeiten in aanmerking worden genomen. Het komt eveneens aan de directeur toe om op basis van de weerhouden (tucht)feiten te bepalen welke tuchtsanctie dient te worden opgelegd. Omtrent de feiten die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen, komt het dus niet aan de Raad van State, maar wel aan de directeur van de gevangenis toe om deze vast te stellen. De Raad van State is enkel bevoegd om na te gaan of de tuchtoverheid naar recht en redelijkheid tot haar voorstelling van de feiten is kunnen komen. De voor de tuchtsanctie in aanmerking genomen feiten zijn klaar en precies omschreven in het rapport aan de directeur. Anders dan wat verzoeker voorhoudt, zijn deze feiten op het eerste gezicht bewezen en kon de tuchtoverheid op basis van dit rapport oordelen dat “de houding die de verzoeker aanneemt tegenover het personeel ontoelaatbaar is binnen een opendeurregime dat gebaseerd is op een respectvolle omgang en communicatie waarbij wederzijds respect en respect voor het gezag van het personeel essentiële uitgangspunten zijn”. IX-6449-3/5 2.2.
  12. De bestreden beslissing die met talrijke uitgewerkte overwegingen gestoffeerd is, lijkt op het eerste gezicht te voldoen aan de door de wet van 29 juli 1991 gestelde vereiste van “afdoende motivering”. 2.3.
  13. In het tweede middel voert verzoeker de schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat het voor hem onduidelijk is wat onder beperkt regime op vleugel A1 moet worden begrepen. 2.3.
  14. Verzoeker kan niet voorhouden dat hij niet weet wat onder een beperkt regime moet worden verstaan. Uit het arrest nr. 189.576 van 20 januari 2009 houdende de verwerping van de schorsingsvordering ingesteld bij uiterst dringende noodzakelijkheid door verzoeker, blijkt dat hij op 10 januari 2009 “1 maand beperkt regime op vleugel A1”, opgelegd kreeg. Dit betekent dat hij dit regime kent, vermits hij het reeds heeft ondergaan. De tuchtsanctie is op het eerste gezicht niet onzorgvuldig tot stand gekomen. 2.3.
  15. Het tweede middel is niet ernstig. 2.4.
  16. In het derde middel roept verzoeker de schending in van de hoorplicht omdat de raadsman van verzoeker van de administratieve diensten van de gevangenis geen uitnodiging kreeg om op de hoorzitting aanwezig te zijn op 14 juli
  17. 2.4.
  18. Dit middel mist feitelijke grondslag aangezien de raadsman van verzoeker op de hoorzitting aanwezig was en de dag voordien door de gevangenis werd verwittigd. Verzoeker zet bovendien in het verzoekschrift niet uiteen in welke mate het gebrek aan uitnodiging zijn verweer heeft belemmerd. 2.4.
  19. Het derde middel is niet ernstig. IX-6449-4/5
  20. Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  21. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  22. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  23. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juli 2009, door : de HH. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. D. MOONS. IX-6449-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.412 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.271 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.