id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.413 Rolnummer: A. 193423/IX-6448 Zaak: Arrest 195413 - Penitentiair recht - 24/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:26 Fiche Arrest nr 195.413 van 24 juli 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.413 van 24 juli 2009 in de zaak A. 193.423/IX-
- In zake : Abdelmajid SIRAJ, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Langestraat 87 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Abdelmajid SIRAJ op 19 juli 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Directeur van de Strafinrichting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 14.07.2009 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd : - 3 dagen individuele wandeling, van 23/07 tot en met 25/07/2009 (op lopende sanctie). Aanvang tuchtsanctie : 23/07/2009”; Gelet op de beschikking van 23 juli 2009 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juli 2009, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. LANGEROCK, die loco advocaten N. LORENZETTI en D. DE FAUW verschijnt voor verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6448-1/5 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing verblijft verzoeker in de gevangenis te Brugge. 1.
- Op 9 juli 2009 stelt de penitentiair beambte een tuchtrapport op lastens verzoeker voor nachtlawaai veroorzaakt door zijn luidruchtig praten met twee andere gedetineerden. Twee penitentiaire beambten bevestigen wat voorafgaat. 1.
- Verzoeker betwist de feiten en heeft vragen bij de bewijskracht van de getuigenissen van de penitentiaire beambten. 1.
- Op 14 juli 2009 beslist de directeur om aan verzoeker de volgende tuchtstraf op te leggen : "3 dagen individuele wandeling van 23/07 tot en met 25/07/2009 (op lopende sanctie). Aanvang tuchtsanctie : 23/07/2009". Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6448-2/5 3.
- In verband met de uiterst dringende noodzakelijkheid, zijnde de eerste schorsingsvoorwaarde, stelt de Raad van State vast dat de bestreden beslissing dateert van 14 juli 2009, en dat verzoeker met een op 19 juli 2009 per fax verstuurd verzoekschrift de voorliggende vordering heeft ingesteld. 3.
- Bijgevolg heeft verzoeker alert en diligent gehandeld, en heeft hij de vaste rechtspraak van de Raad van State nageleefd, volgens welke men geacht wordt diligent geweest te zijn in het penitentiair tuchtrecht, wanneer het verzoekschrift wordt neergelegd binnen een termijn van vijf dagen, wat te dezen gebeurd is. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- 4.
- In verband met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zijnde de derde schorsingsvoorwaarde voert verzoeker aan wat volgt : “De beslissing wordt onmiddellijk ten uitvoer gelegd, vanaf 23.07.2009 en beperkt de rechten van verzoeker in de gevangenis. Hierbij speelt het zeker een rol dat verzoeker al zeer lange tijd in detentie verblijft, en gevoeliger is aan dergelijke sancties dan een kort gestrafte. Zoals reeds gesteld, heeft de vermelding van de aangevochten tuchtsanctie op het overzicht disciplinaire straffen, zeer belangrijke repercussies op zijn strafuitvoering. Tenslotte wordt het rechtvaardigingsgevoel van verzoeker in ernstige mate aangetast. Hij voelt zich steeds weer niet geloofd. Aan zijn woord wordt geen enkel belang gehecht!”. 4.
- Het staat aan verzoeker om duidelijk en concreet aan te geven waarin het nadeel bestaat dat voortvloeit uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Te dezen voert verzoeker aan dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zijn rechten in de gevangenis beperkt. Verzoeker maakt evenwel niet aannemelijk, dat de zeer korte tuchtstraf van drie dagen, waardoor hij alleen moet wandelen en niet in groep, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan uitmaken. Verzoeker toont evenmin het causaal verband aan tussen de duur van zijn strafrechtelijke veroordeling en het nadeel dat hij beweert te ondergaan door IX-6448-3/5 de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Immers het nadeel dat voortvloeit uit zijn detentie, heeft niets te maken met de tenuitvoerlegging van de thans bestreden beslissing. Hij schijnt te vergeten dat het in de eerste plaats te wijten is aan zijn gedrag als gedetineerde dat hij reeds verschillende tuchtstraffen heeft opgelopen. Hij toont evenmin aan dat de lichte tuchtstraf die hij opliep een invloed heeft op de strafuitvoering. Het moreel nadeel dat verzoeker inroept, met name de aantasting van zijn rechtvaardigheidsgevoel, wordt tegengesproken door de feiten die door minstens twee penitentiair beambten worden bevestigd. Ten slotte toont de verzoeker niet aan dat, behoudens de korte tuchtstraf, zijn gevangenisregime zou zijn gewijzigd. 4.
- Bijgevolg is niet voldaan aan de derde cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en
- Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. IX-6448-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juli 2009, door : de HH. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. D. MOONS. IX-6448-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.413 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.