← België

Arrest 195423 - Penitentiair recht - 27/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.423 Rolnummer: A. 193482/IX-6455 Zaak: Arrest 195423 - Penitentiair recht - 27/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:26 Fiche Arrest nr 195.423 van 27 juli 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.423 van 27 juli 2009 in de zaak A. 193.482/IX-

  1. In zake : Mohamed ELIDRISSI, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Langestraat 87 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mohamed ELIDRISSI op 24 juli 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 22 juli 2009 van de Directeur van de Strafinrichting te Brugge - Mannenafdeling 1, waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd: 1 maand strikt zonder gunsten, van 20 juli tot en met 19 augustus
  2. Voorlopige maatregel wordt opgeheven. Aanvang tuchtsanctie: 20 juli 2009; Gelet op de beschikking van 27 juli 2009 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 juli 2009, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. MOUTON, die loco advocaat N. LORENZETTI, verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6455-1/6 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Feiten 1.
  4. Op het tijdstip van de bestreden beslissing is de verzoeker opgesloten in de strafinrichting te Brugge. 1.
  5. Op 20 juli 2009 wordt een rapport aan de directeur opgesteld. Op basis van dit rapport start de directeur van de gevangenis een tuchtprocedure lastens de verzoeker. 1.
  6. In het rapport aan de directeur van 20 juli 2009 wordt het volgende vermeld: “Tijdens celfouille van betrokkene zijn cel (werd een) GSM, type Samsung zwart/grijs aangetroffen, in het kassement van het celraam aan de kant van het verluchtingsluik.” 1.
  7. Op 22 juli 2009 legt de gevangenisdirecteur de volgende tuchtstraf op aan de verzoeker: “1 maand strikt zonder gunsten, van 20/07 tot en met 19/08/
  8. (...) Aanvang tuchtsanctie : 20/07/2009.”
  9. Onderzoek van de vordering 2.
  10. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing IX-6455-2/6 kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.1.
  11. In verband met de uiterst dringende noodzakelijkheid, zijnde de eerste schorsingsvoorwaarde, stelt de Raad van State vast dat de bestreden beslissing dateert van 22 juli 2009, dat de tuchtstraf uitwerking heeft met ingang van 20 juli 2009 en dat de bestreden beslissing op 22 juli 2009 aan de verzoeker ter kennis is gebracht. De verzoeker heeft met een op 24 juli 2009 per fax verzonden verzoekschrift de voorliggende vordering ingesteld. 2.1.
  12. Uit deze chronologie kan worden afgeleid dat de verzoeker zich terecht beroept op de uiterst dringende noodzakelijkheid om de voorliggende vordering in te stellen, en dat hij de vordering ook met de vereiste spoed en diligentie heeft ingesteld. De verwerende partij betwist de uiterst dringende noodzakelijk- heid trouwens niet. 2.1.
  13. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  14. 2.2.
  15. In verband met het bestaan van een ernstig middel, zijnde de tweede schorsingsvoorwaarde, voert de verzoeker een enig middel aan, afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. In essentie voert de verzoeker aan dat hij niet ontkent dat een GSM werd aangetroffen in zijn cel, wel ontkent hij “zijn betrokkenheid bij de verberging en desgevallend gebruik van deze mobiele telefoon op zijn cel”. De verzoeker voegt daaraan toe dat de directie geen enkel onderzoek heeft gevoerd omtrent het GSM-toestel en haar beslissing faalt naar recht, daar zij niet steunt op een correcte feitenvinding. Dit laatste element preciseert de verzoeker als volgt: IX-6455-3/6 “De motivering faalt naar recht wanneer zij poneert dat verzoeker wist dat er een GSM-toestel op zijn cel was doordat hij zich eerder akkoord verklaard had met de celstaat (bedoeld wordt de staat die tegensprekelijk wordt opgesteld wanneer een gedetineerde voor de eerste maal een cel betrekt).” 2.2.
  16. De bestreden beslissing steunt op de volgende feitenvinding : - op 20 juli 2009 om 21.40 u. vindt een zoeking plaats in cel 3662 in aanwezigheid van vijf penitentiair beambten die als getuigen optreden. Het betreft de cel die de verzoeker betrekt; - tijdens de “celfouille” wordt een GSM-toestel gevonden van het type Samsung, verborgen in het raamkozijn van het celraam aan de kant van het verluchtingsluik; - het wordt niet betwist dat de verzoeker “op tucht naar Brugge (is) gekomen, ondermeer voor bezit GSM”; - de verzoeker zegt niet wie de eigenaar of de bezitter zou kunnen zijn van het gevonden GSM-toestel; - op 21 juli 2009 stelt een penitentiair beambte een schaderapport op, betreffende de cel betrokken door de verzoeker. De penitentiair beambte stelt het volgende vast : “Aard schade: omlijsting vensterraam + ophanging draaiend raamgedeelte (...) Oorzaak: gebruiken als bergplaats, verboden toestel (GSM);” - op 24 juni 2009 wordt bij de aankomst van de verzoeker in de monocel geen schade vastgesteld. Op basis van voornoemde feiten beslist de directeur om een tuchtstraf op te leggen, die hij als volgt motiveert : “Betrokkene kreeg een RAD wegens bezit GSM op cel. Bezit van een GSM is niet toegelaten, en dit brengt de orde en veiligheid van de inrichting in gevaar. Betrokken ontkent de feiten. Betrokkene is op tucht naar Brugge gekomen, ondermeer voor bezit GSM. Betrokkene zit sinds 24/06/2009 op deze monocel, en tekende af op het formulier “celstaat” dat alles in orde was op de cel. Op 14/07/2009 werd een grondig celonderzoek uitgevoerd, en werd er geen schade vastgesteld.” 2.2.
  17. De verzoeker maakt niet aannemelijk, mede gelet op een gelijkaardig antecedent, dat het GSM-toestel aan een onbekende derde zou toebehoren en dat het toestel buiten zijn weten om zou zijn verborgen vóór zijn aankomst in de cel die hij betrekt. IX-6455-4/6 De motivering van de bestreden beslissing is op het eerste gezicht pertinent deugdelijk en afdoende, omdat de directeur, beslissend binnen de grenzen van zijn discretionaire bevoegdheid, en gelet op voornoemde feitenvinding, in redelijkheid kon vaststellen dat het GSM-toestel door de verzoeker op ingenieuze wijze werd verborgen en dat hij er in redelijkheid kon vanuit gaan, dat een vorige celbewoner, wiens identiteit onbekend is, een modern en recent GSM-toestel niet onbeheerd zou achterlaten. Noch uit het administratief dossier, noch uit de debatten blijkt dat de verzoeker een verklaring aflegt betreffende de mogelijke herkomst van dit toestel en hij is even zwijgzaam over de mogelijkheden geboden door een dergelijk toestel. Tevens staat vast dat bij zijn intrede in de monocel, de verzoeker naar aanleiding van de plaatsbeschrijving geen enkele opmerking heeft gemaakt. Gelet op wat voorafgaat kon de gevangenisdirecteur in redelijk- heid de verzoeker een tuchtstraf opleggen, mede gelet op de niet-betwiste omstandigheid dat een gebruiksklaar GSM-toestel gevonden in een gevangeniscel een ernstig gevaar uitmaakt voor de interne orde en veiligheid binnen de gevangenis, en voor de openbare orde en veiligheid buiten de gevangenis. Het enig middel is niet ernstig. 2.2 .
  18. Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  19. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen. IX-6455-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  20. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  21. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker; Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 juli 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. D. MOONS. IX-6455-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.423 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.