← België

Arrest 195456 - Overheidsopdrachten - 30/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.456 Rolnummer: A. 193249/XII-5880 Zaak: Arrest 195456 - Overheidsopdrachten - 30/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-08-03 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:26 Fiche Arrest nr 195.456 van 30 juli 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.456 van 30 juli 2009 in de zaak A. 193.249/XII-

  1. In zake : de NV LABONORM, die woonplaats kiest bij advocaten D. Van Heuven en J. Riemslagh, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 6, bus 24 tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv Labonorm op 6 juli 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van : "
  2. de gunningsbeslissing dd. 27 april 2009 waarbij de opdracht 'Levering en plaatsing van laboratoriumuitrusting en -meubilair - Algemene aanvraag van offertes van 23 januari 2009', uitgaande van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt toegewezen aan de firma Waldner (...)
  3. de impliciete beslissing dd. 27 april 2009, houdende de niet toewijzing van de opdracht 'Levering en plaatsing van laboratoriumuitrusting en -meubilair - Algemene aanvraag van offertes van 23 januari 2009' uitgaande van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan de nv Labonorm"; Gelet op de beschikking van 8 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 juli 2009, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaten J. Riemslagh en S. Ronse, die verschijnen voor de verzoekende partij, en van advocaat L. Schellekens die, loco advocaat D. D'Hooghe verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur L. Vermeire; XII-5880-1/3 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Het eerste voorwerp van de vordering is, getuige stuk 4 bij het verzoekschrift, de beslissing van 27 april 2009, ondertekend door C. J., directeur, en N.D.C., adjunct secretaris-generaal, om de opdracht inzake de levering en installatie van meubilair en laboratoriumuitrusting voor de nieuwe laboratoria van het Brussels Centrum voor Voedingsmiddelenexpertise toe te wijzen aan de bv Waldner Benelux, vennootschap naar Nederlands recht. Van de beslissing is aan de verzoekende partij kennis gegeven met een brief van 26 juni 2009 waarin wordt meegedeeld "dat, conform de bepalingen van de wet van 9 juli 2004, het [haar] toegestaan is deze beslissing voor de rechtbank te betwisten binnen een termijn van 10 (kalender) dagen te tellen vanaf de dag na de verzending van deze kennisgeving en uitsluitend in het kader van een procedure in kortgeding voor de burgerlijke rechter of voor de Raad van State in het kader van een procedure bij hoogdringend- heid". Met een brief van 16 juli 2009 meldt de raadsman van de verwerende partij dat de beslissing van 27 april 2009 slechts een akte betreft ter voorbereiding van de eigenlijke toewijzingsbeslissing, die door de minister van Economie en Werkgelegenheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te nemen is. Bijgevoegd is een brief van 14 juli 2009 waarin de voormelde directeur en adjunct secretaris-generaal vragen "de voornoemde beslissing uitdrukkelijk als ingetrokken te beschouwen". Door die intrekking is niet alleen de eerste aangevochten beslissing uit het rechtsverkeer verdwenen, maar ook de eveneens bestreden impliciete weigering, waarvan het bestaan precies uit de eerste beslissing werd afgeleid. In de gegeven omstandigheden is er reden om de vordering bij gebrek aan voorwerp als onontvankelijk te verwerpen en om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. XII-5880-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juli tweeduizend en negen, door : de HH. J. Lust, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. Decock, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. J. LUST. XII-5880-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.456 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.