← België

Arrest 195581 - Wapens - 20/08/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.581 Rolnummer: A. 132844/XII-3769 Zaak: Arrest 195581 - Wapens - 20/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-01 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Fiche Arrest nr 195.581 van 20 augustus 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.581 van 20 augustus 2009 in de zaak A. 132.844/XII-

  1. In zake : Joannes DEDULLEN, die woonplaats kiest bij advocaat M. Levrie, kantoor houdende te Antwerpen, Frankrijklei 93 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Joannes Dedullen op 29 januari 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 november 2002 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij zijn vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens worden ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de beschikking van 20 december 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 16 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3769-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Wauters, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché I. Verrezen, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  2. Aan verzoeker zijn vergunningen verleend tot het voorhanden hebben van vier vuurwapens. Op 2 december 1999 beslist de gouverneur van de provincie Antwerpen de wapenvergunningen van verzoeker te schorsen voor een periode van één jaar. De schorsing wordt uitgesproken ten gevolge van een incident waarbij de politie verzoeker in de trapzaal van een appartementsgebouw in dronken toestand en met een wapen met verboden munitie aantrof. In een brief van 11 januari 2001 aan de arrondissements- commissaris te Antwerpen vraagt de politie van Antwerpen om de wapen- vergunningen van verzoeker definitief in te trekken. Als reden wordt opgegeven dat verzoeker twee brieven naar de hoofdcommissaris heeft gestuurd met een duidelijk provocerende inhoud die er op wijzen dat de mentale ingesteldheid van verzoeker niet meer overeenstemt met deze die aanleiding heeft gegeven tot het verlenen van de vergunningen.
  3. In een brief van 1 februari 2001 schrijft de procureur des Konings te Antwerpen aan de gouverneur van de provincie Antwerpen dat een nieuwe schorsing voor een periode van minstens twee jaar zich opdringt “daar de brief aan commissaris Lamine getuigt van een rancuneuze persoonlijkheid die zich moeilijk schikt naar de wet en de autoriteiten zodat een gevaar bestaat voor de openbare orde”. XII-3769-2/7 Op 23 februari 2001 beslist de gouverneur om het voormelde besluit van 2 december 1999 houdende schorsing van de wapenvergunningen van verzoeker met één jaar te verlengen.
  4. In een brief van 15 november 2001 aan de arrondissements- commissaris te Antwerpen vraagt de politie van Antwerpen om de verlenging van de schorsing of de definitieve intrekking van de wapenvergunningen van verzoeker in overweging te willen nemen. Gemeld wordt dat verzoeker zich op 14 november 2001 aanbood bij wapenhandelaar Lang & Zoon om zijn wapens terug te krijgen die daar ten gevolge van de schorsingsbesluiten van 2 december 1999 en 23 februari 2001 in bewaring zijn. Voorts wordt ook gesteld dat geen signaal werd opgevangen dat verzoeker “zijn houding of ingebeeldheid zou hebben veranderd”. Op 31 januari 2002 schrijft de procureur des Konings te Antwerpen aan de provinciegouverneur dat verzoeker elke medewerking weigert aan een nieuw moraliteitsonderzoek vermits hij niet reageerde op diverse uitnodigingen van de lokale recherche, en dat de schorsing van de wapenvergunningen dient verlengd te worden in afwachting van grondiger onderzoek. Op 4 februari 2002 verlengt de gouverneur de schorsing van 23 februari 2001 met één jaar, met ingang van 2 december 2001, omdat verzoeker weigert mee te werken aan een moraliteitsonderzoek en dergelijke houding onverenigbaar is met het bezit van vuurwapens. Deze beslissing is door de Raad van State vernietigd geworden bij arrest nr. 195.580 van 20 augustus 2009 (zaak nr. A. 118.969/XII-3503).
  5. In een brief van 12 november 2002 schrijft de procureur des Konings te Antwerpen aan de provinciegouverneur dat de wapenvergunningen van verzoeker dienen te worden ingetrokken, omdat verzoekers brief van 9 oktober 2002 aan het gemeentebestuur van Maldegem blijk geeft van “een ongecontroleerde en een agressieve ingesteldheid zodat de handhaving dezer vergunningen niet verantwoord is en om veiligheidsredenen dienen te worden ingetrokken”. De brief van verzoeker aan het gemeentebestuur van Maldegem luidt : “Ik hoor van weeral een ramkraak op een juwelier te Maldegem? XII-3769-3/7 Kunt U de burgers niet de nodige bescherming geven? Laat ze zich dan tot de tanden bewapenen en op die gangsters schieten! En liefst doodschieten! We kunnen die missen als de pest!”. Op 28 november 2002 beslist de gouverneur van de provincie Antwerpen de wapenvergunningen van verzoeker in te trekken, op grond van volgende overwegingen : “Overwegende dat de schorsing werd ingegeven door het feit dat de heer Dedullen in de trapzaal van een appartementsgebouw in dronken toestand een wapen (met verboden munitie) droeg; Overwegende dat naar aanleiding van de verlenging van de schorsing een nieuw moraliteitsonderzoek werd uitgevoerd, waaraan betrokkene elke medewerking weigerde; Overwegende dat dergelijke houding onverenigbaar is met het bezit van vuurwapens; Overwegende dat de heer Dedullen op 9 oktober 2002 aan het gemeentebestuur van Maldegem een schrijven richtte dat in bijzonder agressieve bewoordingen is gesteld; Overwegende dat het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van de vergunningen dan ook vereist”. De grond van de zaak Uiteenzetting van het middel
  6. Verzoeker roept in een enig middel de schending in van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, onder andere artikel 6, van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, onder andere de artikelen 2 en 3, van de materiële motiveringsplicht en van de hoorplicht, het zorgvuldigheids-, het vertrouwens- en het redelijkheidsbeginsel. In een eerste onderdeel van het middel betwist verzoeker de overweging van het bestreden besluit dat verzoeker naar aanleiding van de verlenging van de schorsing van de wapenvergunningen elke medewerking zou hebben geweigerd en dat een dergelijke houding onverenigbaar zou zijn met het bezit van vuurwapens. Uit het dossier blijkt dat verzoeker enkel met een schrijven van 30 januari 2002 werd uitgenodigd om contact op te nemen met de politie en de procureur des Konings reeds op 31 januari 2002 een advies verstrekte om de schorsing te verlengen. Bijgevolg is niet aangetoond dat hij elke medewerking aan het moraliteitsonderzoek zou hebben geweigerd. Bovendien is dergelijk motief XII-3769-4/7 vreemd aan de verstoring van de openbare orde en kan dit de intrekking van de wapenvergunningen niet verantwoorden. In een tweede onderdeel van het middel betoogt verzoeker dat het bestreden besluit melding maakt van een brief die de verzoeker gericht zou hebben aan het gemeentebestuur van Maldegem en die in bijzonder agressieve bewoordingen zou zijn opgesteld. Verzoeker ontkent dat hij dergelijke brief aan het gemeentebestuur van Maldegem zou hebben gestuurd.
  7. In de laatste memorie voegt verzoeker nog toe dat zijn beweerde weigering om mee te werken aan het moraliteitsonderzoek één van de hoofdmotieven was, zo niet het hoofdmotief, om de bestreden beslissing te nemen, dat een rechtscollege niet de bevoegdheid heeft om de overwegingen van een administratieve overheid, wanneer deze duidelijk zijn, te herinterpreteren, en dat gelet op de ondeugdelijkheid van het motief de vraag rijst of de motivering van de bestreden beslissing correct, afdoende en evenredig is. Verzoeker betwist voorts dat hij de in de bestreden beslissing vermelde brief van 9 oktober 2002 heeft geschreven. Dat zijn naam en adres op de brief staat, is nog geen bewijs dat hij deze brief heeft geschreven en/of verstuurd. Bovendien betwist verzoeker dat de handtekening onder de brief van hem afkomstig is. In het administratief dossier zijn voldoende brieven aanwezig op grond waarvan de handtekening van verzoeker kan worden nagegaan en vergeleken met de betrokken brief van 9 oktober
  8. Beoordeling
  9. In het eerste onderdeel van het middel is verzoeker van mening dat de overweging van het bestreden besluit met betrekking tot zijn weigering om mee te werken aan het moraliteitsonderzoek één van de hoofdmotieven was, zo al niet het hoofdmotief, om de bestreden beslissing te nemen. De omstandigheid dat de bestreden beslissing tot intrekking van de wapenvergunningen van verzoeker verwijst naar de weigering om mee te werken aan een nieuw moraliteitsonderzoek dat naar aanleiding van de verlenging van de schorsing werd uitgevoerd, en overweegt dat “dergelijke houding onverenigbaar is met het bezit van vuurwapens”, belet niet dat de aangevochten intrekkingsbeslissing wezenlijk gebaseerd is op het feit dat “de heer Dedullen op 9 oktober 2002 aan het XII-3769-5/7 gemeentebestuur van Maldegem een schrijven richtte dat in bijzonder agressieve bewoordingen is gesteld” en dat derhalve “het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van de vergunningen [...] vereist”. Voormelde verwijzing naar de weigering tot medewerking aan een moraliteitsonderzoek en de overweging dat die houding zich niet laat verenigen met het bezit van vuurwapens, bedoelen kennelijk te herinneren aan de eerdere verlenging van 4 februari 2002 van de schorsing van verzoekers wapenvergunningen. Op dezelfde wijze brengt de bestreden beslissing ook de initiële schorsing en de reden ervoor in herinnering. De werkelijke aanleiding tot en het beslissend motief voor de intrekking van 28 november 2002 zijn te zoeken in de brief van 9 oktober 2002 aan het gemeentebestuur van Maldegem, over welke brief de verwerende partij is ingelicht geworden door het schrijven van 12 november 2002 van de procureur des Konings.
  10. In dit licht komt het eerste onderdeel van het middel voor niet gericht te zijn tegen het determinerende motief van het bestreden besluit en bijgevolg niet tot vernietiging te kunnen leiden. Het wordt om die reden verworpen.
  11. In een tweede onderdeel van het middel betwist verzoeker dat hij de auteur van de brief is. De vermelding van zijn naam en adres op de brief is volgens hem nog geen bewijs dat hij het was die de brief heeft geschreven. Eveneens ontkent hij dat de handtekening onder de brief de zijne is. Het blijkt niet dat verzoeker tegen de zogenaamd valse brief en het beweerde misbruik van zijn naam klacht heeft neergelegd bij de bevoegde, gewone rechter. Ten overvloede heeft de Raad van State, gevolg gevend aan verzoekers suggestie in de laatste memorie, de brief vergeleken met andere brieven die ongetwijfeld van zijn hand zijn. Aldus viel de treffende gelijkenis op van het handschrift van de “valse” brief met dat van bijvoorbeeld de van verzoeker afkomstige brief die hij zelf als zijn stuk 6 neerlegde in de zaak met nr. A. 118.969/XII-
  12. Tevens wees de vergelijking uit dat waar de “valse” brief een stempel met zijn naam en adres draagt, XII-3769-6/7 een vergelijkbare stempel ook voorkomt op de brief, gekend als zijn stuk 3 in de zaak A. 118.969/XII-
  13. In de gegeven omstandigheden maakt verzoeker niet aannemelijk dat verwerende partij verkeerdelijk ervan is uitgegaan dat de brief aan het gemeentebestuur van Maldegem door hem is geschreven.
  14. Ook het tweede onderdeel wordt afgewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig augustus 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3769-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.581 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.