id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.585 Rolnummer: A. 120347/XII-3542 Zaak: Arrest 195585 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 20/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-01 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)DE Fiche Arrest nr 195.585 van 20 augustus 2009 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.585 van 20 augustus 2009 in de zaak A. 120.347/XII-3542. In zake : de BVBA ARTS & SCIENCES, die woonplaats kiest bij advocaat V. De Brabanter, kantoor houdende te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, Stokkelse steenweg 306 tegen : de GEMEENTE ANDERLECHT, die woonplaats kiest bij advocaat V. De Wolf, kantoor houdende te 1060 Brussel, Guldenvlieslaan 68/9. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de bvba Arts & Sciences op 26 april 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het reglement gestemd door de gemeenteraad van Anderlecht op 6 december 2001 betreffende de instelling van een belasting op vertoningen, tentoonstellingen en gelijkaardige evenementen”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag, opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 11 juli 2006 die de neerlegging van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 17 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3542-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. De Brabanter, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat T. Vantomme, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1. Verzoekster organiseerde van augustus 2001 tot maart 2002 de tentoontstelling “Körperwelten” in de zogenaamde “Kelders van Cureghem” te Anderlecht. Op 6 december 2001 beslist de gemeenteraad van Anderlecht tot het heffen van een belasting op vertoningen, tentoonstellingen en gelijkaardige evenementen in privéruimten, voor de periode van 1 januari 2002 tot 31 december 2006 (artikel 1). De belasting is gezamenlijk verschuldigd door de inrichter, de eigenaar van de plaats en de persoon die bijdragen int van de aanwezigen of de deelnemers (artikel 2). De belasting wordt vastgesteld op 10 % van de bruto- ontvangst van het entreegeld (artikel 3). De grond van de zaak 2. Verzoekster voert in een derde middel de schending aan van artikel 464 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : W.I.B. 1992) en het non bis in idem beginsel, doordat de bestreden verordening een belasting heft van 10 % op de bruto-ontvangsten van het entreegeld van de betreffende vertoning, tentoonstelling of ander evenement, niettegenstaande de ontvangsten van het entreegeld reeds de belastbare basis uitmaken van de vennootschapsbelasting en voormeld artikel 464, dat de uitdrukking is van het non bis in idem beginsel, stelt dat gemeenten niet gemachtigd zijn tot het heffen van belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belasting. XII-3542-2/5 3. Verwerende partij werpt in de memorie van antwoord tegen dat een indirecte gemeentebelasting die wordt geheven in de vorm van een percentage op de brutowinst niets te maken heeft met “gelijkwaardige belastingen op de grondslag of het bedrag van de inkomstbelastingen”, dat het bestreden reglement niet een nieuwe belasting op de inkomsten tot doel heeft maar wel een terugbetaling van de lasten die door privévertoningen worden veroorzaakt zoals het reinigen van de straten in de omgeving ervan, het surplus aan werk voor verkeersagenten, en dergelijke, dat door de invoering van een belasting op 10 % van de bruto-ontvangst van het entreegeld minder dan één toeschouwer op tien is belast aangezien verschillende personen vrij entree hebben gekregen of een voordeligere prijs hebben betaald, en dat volgens vaste rechtspraak het beginsel non bis idem niet van toepassing is. In de laatste memorie gaat verwerende partij, aan de hand van een vonnis van 2 november 2004 van de rechtbank van eerste aanleg van Brugge, nader in op de historiek van het artikel 464 W.I.B. 1992. Zij wijst erop dat het artikel teruggaat op artikel 34 van de wet van 24 december 1948 betreffende de gemeentelijke en provinciale financiën, terwijl diezelfde wet in het artikel 36, 2/, óók de -op alle bruto-ontvangsten gevestigde- rijksbelastingen op de vertoningen en vermakelijkheden heeft afgeschaft met de bedoeling om die belasting voortaan aan de lokale overheden voor te behouden. Dit artikel 36, 2/, is, hoewel niet hernomen in de coördinatie in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1964 (W.I.B. 1964), nog steeds van toepassing en het heeft dezelfde waarde als het artikel 34 dat wél gecoördineerd is geworden, eerst als artikel 351 W.I.B. 1964 en later als artikel 464 W.I.B. 1992. De conclusie van verwerende partij is dat genoemd artikel 36, 2/, ofwel een wettelijke uitzondering vormt op artikel 34, huidig artikel 464 W.I.B. 1992, ofwel tegenspreekt dat de wetgever de intentie heeft gehad een gemeentebelasting op het brutobedrag van de vertoningen en vermakelijkheden te verbieden. Beoordeling 4. Artikel 464 W.I.B. 1992 luidt als volgt : “De provincies, de agglomeraties en gemeenten zijn niet gemachtigd tot het heffen van : 1/ opcentiemen op de personenbelasting, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting, en op de belasting van niet-inwoners of van XII-3542-3/5 gelijkaardige belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belastingen, uitgezonderd evenwel wat de onroerende voorheffing betreft; 2/ belastingen op het vee”. 5. Te dezen voert de bestreden beslissing een belasting in op vertoningen, tentoonstellingen en gelijkaardige evenementen in privéruimten, die wordt berekend in functie van de ontvangsten, met name 10 % van de bruto- ontvangsten van het entreegeld. Aangezien de bruto-ontvangsten van de entreegelden die verzoekster int een essentieel element uitmaken bij de bepaling van de belastbare winst in de vennootschapsbelasting waaraan zij onderworpen is, maakt de belasting gebruik van een constitutief bestanddeel of een wezenlijke component van de grondslag van deze vennootschapsbelasting. In het arrest vzw Senpro, nr. 183.202 van 22 mei 2008 oordeelde de Raad van State dat een dergelijke belasting het verbod van artikel 464, 1/, W.I.B. 1992 miskent. Volgens verwerende partij gaat die zienswijze evenwel voorbij aan het artikel 36, 2/, van de wet van 24 december 1948, in het licht waarvan het verbod van artikel 464, 1/, W.I.B. 1992 niet geacht kan worden ook te gelden voor een gemeentebelasting op de bruto-ontvangsten van vertoningen en vermakelijkheden. 6. Waar het onderzoek van het middel kan nopen tot een interpretatie van artikel 464, 1/, W.I.B. 1992 die in strijd komt met eerdere jurisprudentie van de Raad van State, is er in verband met de eenheid van rechtspraak reden om de zaak aan de voorzitter voor te leggen, voor een bevel, overeenkomstig artikel 92 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, tot verwijzing naar de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De debatten worden heropend. Artikel 2. XII-3542-4/5 De zaak wordt aan de voorzitter van de Raad van State voorgelegd. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig augustus 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3542-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.585 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.454 ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.222.670 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.