← België

Arrest 195586 - Overheidsopdrachten - 20/08/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.586 Rolnummer: A. 91867/XII-2598 Zaak: Arrest 195586 - Overheidsopdrachten - 20/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-01 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Fiche Arrest nr 195.586 van 20 augustus 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.586 van 20 augustus 2009 in de zaak A. 91.867/XII-

  1. In zake :
  2. de NV ALGEMEEN BOUWBEDRIJF COSIMCO,
  3. de NV HOUBEN,
  4. de NV VANDERSTRAETEN, samen vormend de tijdelijke vereniging COSIMCO-HOUBEN-VANDERSTRAETEN, die woonplaats kiezen bij advocaat J. Stijns, kantoor houdende te Heverlee, Ubicenter Philipssite 5, tegen : de PROVINCIE VLAAMS BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. D’Hooghe, kantoor houdende te Brussel, Loksumstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de nv Algemeen Bouwbedrijf Cosimco, de nv Houben, de nv Vanderstraeten, “in hun hoedanigheid van leden van de tijdelijke vereniging Cosimco-Houben-Vanderstraeten”, op 26 juni 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Vlaams-Brabant d.d. 27.04.2000 houdende aanvaarding en uitsluiting van de offertes voor de promotieovereenkomst voor de bouw en de financiering van een nieuw provinciehuis, betrekkelijk de overheidsopdracht voor de aanneming van werken onder de vorm van een promotieovereenkomst voor de bouw en de financiering van een nieuw provinciehuis te Leuven, bij wege van een openbare aanbesteding als gunningsprocedure ingevolge de beslissing van de Provincieraad van Vlaams-Brabant d.d. 21.12.1999 (dossiernummer NP2000/Promover/RR)”; Gelet op het arrest nr. 87.505 van 24 mei 2000 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; XII-2598-1/5 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 15 april 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. Cornelissen, die loco advocaat J. Stijns verschijnt voor verzoekende partijen, en advocaat L. Schellekens, die loco advocaat D. D’Hooghe verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  6. Verwerende partij schrijft een openbare aanbesteding uit voor een overheidsopdracht onder vorm van een promotieovereenkomst voor de bouw en de financiering van een provinciehuis. De opdracht wordt gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen van 31 december 1999 en het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 5 januari
  7. De laatstgenoemde aankondiging van de opdracht bepaalt : “Rechtsvorm van de combinatie: De promotor dient te worden gevormd door minstens één financier en minstens één aannemer (de hoofdaannemer) in een XII-2598-2/5 door hen vrij te kiezen juridisch samenwerkingsverband. Zij zullen samen als promotor optreden”. Dezelfde vermelding is opgenomen in “Hoofdstuk IV - Kwalitatieve selectiecriteria” van “Deel I : Algemene administratieve en contractuele clausules” van het bestek. Verzoekende partijen dienen -onbetwist als tijdelijke vereniging- een offerte in. Zij voegen als stuk 11 bij hun offerte een nota betreffende de “configuratie van de promotor” waarin wordt gesteld dat “de Tijdelijke Vereniging Cosimco-Houben-Vanderstraeten” zal “optreden als promotor en aannemer van het project”. Op 1 maart 2000 worden de offertes geopend. Op 27 april 2000 neemt de deputatie van verwerende partij de bestreden beslissing inzake de “uitsluiting en aanvaarding” van offertes. De tijdelijke vereniging wordt niet geselecteerd en haar offerte wordt uitgesloten van de gunning omdat de leden van de tijdelijke vereniging uitsluitend aannemers zijn. Met een schrijven van 27 april 2000 brengt verwerende partij haar op de hoogte van deze beslissing. De ontvankelijkheid van het beroep
  8. In het auditoraatsverslag wordt nopens de ontvankelijkheid van het beroep het volgende opgemerkt : “Op het verzoekschrift zijn voor 7.000 BEF zegels aangebracht; bij brief van 30.06.2000 heeft de griffie [van de Raad van State] daar op gewezen en verzocht voor 14.000 BEF zegels op te zenden binnen 15 dagen: daarop is niet ingegaan”.
  9. Verzoekende partijen repliceren in hun laatste memorie als volgt : “Omwille van proceseconomische redenen werd besloten om slechts éénmaal de verschuldigde zegels ten bedrage van 175 EUR te voldoen. Uw Raad zal dienaangaande kunnen oordelen dat er in feite slechts sprake is van één verzoekende partij, namelijk de Tijdelijke Vereniging Cosimco- Houben-Vanderstraeten, zoals trouwens de bestreden beslissing ten aanzien van XII-2598-3/5 deze Tijdelijke Vereniging werd genomen en zoals zij in rechte zijn opgetreden bij de inschrijving”.
  10. Het inleidend verzoekschrift is slechts gezegeld voor 7000 frank. Aangezien het is ingediend door drie vennootschappen optredend als tijdelijke vereniging die niet over rechtspersoonlijkheid beschikt, behoorde het verzoekschrift voor driemaal 7000 frank te zijn gezegeld. Ambtshalve moet worden vastgesteld dat aldus het beroep slechts ten aanzien van de eerste verzoekende partij op geldige wijze op de rol werd gebracht zodat enkel de eerste verzoekende partij regelmatig in rechte is getreden als een van de drie vennoten van een tijdelijke vereniging die als inschrijver deelnam aan de in het geding zijnde gunningsprocedure. In principe beschikken alleen degenen die regelmatig kandidaat geweest zijn voor het uitvoeren van een overheidsopdracht over de vereiste hoedanigheid en een voldoende persoonlijk en rechtstreeks belang om de nietigverklaring na te streven van de beslissing die de betrokken opdracht aan een ander toewijst. Immers, zoals de Raad van State reeds heeft gesteld onder meer in zijn arresten nr. 152.172 en 152.174 van 2 december 2005 van de Algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak, strekt het beroep bij de Raad van State tegen een beslissing inzake de toewijzing van een overheidsopdracht, er idealiter toe verzoekende partij een nieuwe kans te verschaffen om de opdracht zelf toegewezen te krijgen en zelf uit te voeren. Toegepast op onderhavig geval moet worden vastgesteld dat niet verzoekende partij als zodanig een offerte heeft ingediend in de procedure die tot de bestreden toewijzing heeft geleid, maar wel de tijdelijke handelsvennootschap waarvan ze deel uitmaakte. Het is dan ook -slechts- die tijdelijke handels- vennootschap die over de vereiste hoedanigheid en het belang beschikt om het onderhavig beroep in te dienen. Een annulatieberoep tegen de bestreden toewijzings-beslissing kan echter slechts ontvankelijk worden ingesteld door alle vennoten van de betrokken tijdelijke handelsvennootschap, zonder rechtspersoonlijkheid, samen geldig optredende. Alleen handelend, mist verzoekende partij dienvolgens de vereiste hoedanigheid en het rechtens vereiste persoonlijk en rechtstreekse belang daartoe. Het beroep is niet ontvankelijk. Zulks wordt ambtshalve vastgesteld en is ter terechtzitting in het debat gebracht. XII-2598-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van eerste verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig augustus 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2598-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.586 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.87.505 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.