id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.596 Rolnummer: A. 193654/IX-6479 Zaak: Arrest 195596 - Penitentiair recht - 20/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Fiche Arrest nr 195.596 van 20 augustus 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.596 van 20 augustus 2009 in de zaak A. 193.654/X-
- In zake : Michael DEWEERDT, die woonplaats kiest bij advocaat A. BLONDEEL, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Maria-Theresiastraat 34A tegen : De Belgische staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Michael DEWEERDT op 14 augustus 2009 heeft ingediend, en waarin hij bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing vordert van de beslissing van 14 augustus 2009 van de directeur van de Strafinrichting Hulpgevangenis te Leuven waarbij hem de tuchtmaatregel van 1 maand individueel regime wordt opgelegd; Gelet op de beschikking van 18 augustus 2009 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 augustus 2009, om 9.30 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. BLONDEEL, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché X. LAUREYNS, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-6479-1/4 Gehoord adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de adjunct-auditeurgeneraal van 31 oktober 2008, in zijn eensluidend advies; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : de feiten 1.
- Verzoeker is gedetineerd in de hulpgevangenis te Leuven. 1.
- Op 12 augustus 2009 wordt in de cel van de verzoeker een plastiekzakje gevonden met verdachte inhoud. Er wordt hiervan een rapport aan de directeur opgesteld. Op 13 augustus 2009 wordt aan de verzoeker meegedeeld dat een tuchtprocedure wordt opgestart. 1.
- Op 14 augustus 2009 wordt de verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord omtrent de ten laste gelegde feiten. Hij ontkent zijn betrokkenheid. 1.
- Op dezelfde dag wordt aan de verzoeker “1 maand individueel regime vanaf 14.08.2009 t/m 13.09.2009” als tuchtmaatregel opgelegd. De maatregel is als volgt gemotiveerd : “Druggebruik in de gevangenis kan niet getolereerd worden. Het brengt de veiligheid van de zowel de inrichting als die van de betrokkene in gevaar. Hoewel betrokkene ontkent dat de drugs tot hem behoort, zijn er voldoende aanwijzingen die zijn schuld aanwijzen. Bovendien oefent de betrokkene een vertrouwensfunctie, maar door dit voorval werd de vertrouwen serieus beschaamd. Een ernstige sanctie dringt zich op”. de voorwaarden voor de schorsing
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de XII-6479-2/4 beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. een ernstig middel
- Verzoeker voert twee middelen aan. In het eerste middel zet hij uiteen dat de bestreden beslissing hem een ernstig nadeel berokkent, aangezien zij tot gevolg heeft dat hij zijn tewerkstelling in de wasserij verliest en meteen zijn inkomen en nuttig tijdverdrijf en aangezien de maatregel wellicht een negatieve impact zal hebben op de toekomstige beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank. In het tweede middel voert de verzoeker aan dat niet bewezen is -en ook niet onderzocht- dat het gevonden zakje cannabis bevatte en dat het zakje van hem was, terwijl het weinig geloofwaardig is dat hij verboden middelen “open en bloot” op zijn celtafel zou hebben laten liggen.
- De Raad van State vernietigt administratieve beslissingen op grond van middelen die steunen op de miskenning van rechtsregels door het bestuur. Een middel is slechts ontvankelijk wanneer de verzoeker duidelijk aangeeft welke rechtsregel het bestreden besluit miskent en op welke wijze het bestuur die rechtsregel overtreden heeft. In het eerste middel wordt enkel aangevoerd dat de bestreden beslissing nadelige gevolgen zal hebben. Dit is geen rechtsmiddel. Het middel is niet ontvankelijk.
- In het tweede middel betwist de verzoeker de feitelijke grondslag van het bestreden besluit. Wanneer de Raad van State een administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op verzoek van de betrokkene de ware toedracht van de feiten onderzoekt of het onderzoek overdoet. Hij gaat enkel na of het bestuur op grond van de gegevens waarover het beschikte tot zijn voorstelling van de feiten is kunnen komen. Te dezen blijkt uit de aan de Raad van State voorgelegde stukken dat het bestreden besluit steunt op een “rapport aan de directeur” van een penitentiair beambte, waarin melding gemaakt wordt van het aantreffen, gedurende een controle van de cel van verzoeker op 12 augustus 2009, van een “plastiekzakje met verdachte substantie”. Verzoeker is daaromtrent gehoord. Blijkens het verslag van dat verhoor is zijn verklaring niet van die aard dat zij de verklaring van de penitentiair beambte ontkracht of twijfel zaait over zijn verantwoordelijkheid. Die gegevens in acht genomen heeft de gevangenisdirecteur in redelijkheid kunnen besluiten dat de feiten bewezen zijn. Het middel is niet ernstig. XII-6479-3/4 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig augustus 2009, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. A. VANDENDRIESSCHE. XII-6479-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.596 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.752 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.