id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.605 Rolnummer: A. 193655/IX-6478 Zaak: Arrest 195605 - Penitentiair recht - 24/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-08-28 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Fiche Arrest nr 195.605 van 24 augustus 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.605 van 24 augustus 2009 in de zaak A. 193.655/IX-
- In zake :
- Christophe WEVERBERGH,
- Jean-Michel RULENS, die woonplaats kiezen bij advocaat A. COUCKE, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, Wellingtonstraat 96 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christophe WEVERBERGH en Jean- Michel RULENS op 14 augustus 2009 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 9 augustus 2009 van de attaché-gevangenisdirecteur van het penitentiair complex te Brugge waarbij aan Jean-Michel RULENS definitief de toegang tot het bezoek aan eerste verzoeker wordt geweigerd; Gelet op de beschikking van 18 augustus 2009 waarbij aan de verzoekers het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 augustus 2009, om 9.30 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter A. VANDENDRIESSCHE; IX-6478-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. COUCKE, die verschijnt voor de verzoekers, en van attaché X. LAUREYNS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de adjunct-auditeurgeneraal van 31 oktober 2008, in zijn eensluidend advies; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : de feiten 1.
- Eerste verzoeker is opgesloten in het penitentiair complex te Brugge. Volgens het verzoekschrift is tweede verzoeker de vriend en toeverlaat van eerste verzoeker, die hem geregeld in de strafinrichting bezoekt. 1.
- Op 7 augustus 2009 legt de attaché-gevangenisdirecteur aan eerste verzoeker de voorlopige maatregel van verplicht verblijf op cel op omdat vastgesteld is dat hij, na een bezoek van de tweede verzoeker, in het bezit was van een flesje alcoholhoudende drank. Op 9 augustus 2009 wordt hem, na verhoor, voor de feiten een tuchtstraf opgelegd van “1 week strikt met behoud van telefoon (...) + 1 maand glasbezoek (...)”, ingaand op 10 augustus
- 1.
- Op 9 augustus 2009 treft de attaché-gevangenisdirecteur dan het thans bestreden besluit. Op grond van artikel 35 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen (hierna: algemeen reglement van de strafinrichtingen) wordt aan tweede verzoeker de toegang tot de strafinrichting definitief ontzegd. Het besluit luidt: “Gemotiveerde beslissing : Gelet bij Dhr Weverbergh een fles alcohol werd gevonden, nadat hij enkel bezoek had gekregen van Dhr Rulens, Gelet Dhr Weverbergh stelt dat deze werd verkregen van een andere gedetineerde, Gelet het moeilijk aan te nemen is dat betrokkene handel zou drijven in de bezoekszaal, waar frequent controle’s gebeuren, in tegenstelling tot vb de wandeling, Gelet zijn bewering dus ongeloofwaardigs is. IX-6478-2/5 Temeer werd betrokkene reeds de toegang tot de inrichting ontzegd voor een periode van 2 maanden, na onbehoorlijk gedrag in de inrichting en waarbij de psychische integriteit van het personeel in het gedrang werd gebracht, Gelet het binnenbrengen van alcohol ernstige gevolgen kan hebben, indien gedetineerden deze binnen nuttigen en eventueel agressief reageren, Gelet de orde en veiligheid in het gedrang werd gebracht, Gelet er geen familiale band bestaat en er ernstige twijfels bestaan rond het achtenswaardig belang, wordt op basis van art. 35 van het algemeen reglement van de strafinrichtingen, de toegang tot de strafinrichting definitief ontzegd”. 1.
- Het besluit blijkt op 13 augustus 2009 ter kennis van eerste verzoeker gebracht. Hij wordt verzocht tweede verzoeker in kennis te stellen van het besluit. de ontvankelijkheid 2.
- Volgens de verwerende partij is de Raad van State niet bevoegd om van de vordering kennis te nemen, aangezien de bestreden beslissing een interne ordemaatregel betreft die uitsluitend getroffen is met het oog op het bewaren van de orde en de veiligheid binnen de gevangenis. Zij verwijst naar het arrest van de Raad van State nr. 116.899 van 11 maart 2003 inzake DE SMEDT, waarin de bevoegdheid van de Raad van State omschreven wordt in functie van het bestraffend karakter van de tegen een gedetineerde getroffen maatregel en voegt daaraan toe dat de directeur te dezen gebruik gemaakt heeft van de bevoegdheid die het algemeen reglement van de strafinrichtingen hem biedt om een gegeven toelating tot bezoek in te trekken wanneer een bezoeker zich niet houdt aan de regels van de inrichting. 2.
- De raadsman van verzoekers betwist ter zitting dat de bestreden beslissing steunt op veiligheidsmotieven, aangezien het bestuur de beslissing niet onmiddellijk -dit wil zeggen samen met de tuchtstraf aan eerste verzoeker op 9 augustus 2009- ter kennis van de betrokkenen gebracht heeft, maar daarmee getalmd heeft tot 13 augustus.
- In het voormeld arrest DE SMEDT heeft de Algemene Vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, in een zaak waarin een tuchtstraf aan een gedetineerde aan de orde was, in beginsel aanvaard dat de Raad van State bevoegd is om uitspraak te doen over administratieve beslissingen die verband houden met de uitvoering van straffen uitgesproken door de hoven en rechtbanken, maar heeft hij beslist dat, wegens hun aard, slechts bepaalde beslissingen voor vernietiging door de Raad van State in aanmerking komen, met name deze met IX-6478-3/5 een tuchtrechtelijk karakter, terwijl de maatregelen die de gevangenisdirecteur ten aanzien van gedetineerden neemt op grond van veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, als loutere maatregelen van inwendige orde niet vernietigd kunnen worden.
- Voor de onderhavige zaak wordt die redenering bijgevallen. Het bestreden besluit maakt toepassing van het door artikel 32 en 35 van het algemeen reglement van de strafinrichtingen geregeld bezoekrecht van definitief veroordeelden, waarvan moeilijk betwist kan worden dat het zijn rechtvaardiging vindt in overwegingen die de veiligheid en het ordentelijk verloop van het leven in de gevangenis betreffen. De omstandigheid dat de maatregel niet onmiddellijk aan de betrokkenen ter kennis werd gebracht bewijst op zich niet dat er geen veiligheids- en voorzichtigheidsoogmerken aan ten grondslag liggen.
- Eerste verzoeker is gedetineerd in de strafinrichting. Het bezoek van tweede verzoeker wordt hem ontzegd en aldus maakt ook hij het voorwerp uit van de maatregel. In geen van zijn middelen voert hij aan en uit geen gegeven van het dossier blijkt dat de gevangenisdirecteur hem heeft willen straffen voor zijn onaangepast gedrag. De bestreden ordemaatregel wordt verantwoord door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen. Het gaat om een loutere maatregel van inwendige orde en is als zodanig niet voor vernietiging vatbaar.
- Tweede verzoeker is niet gedetineerd in de inrichting. Er wordt hem verbod opgelegd om eerste verzoeker, waarmee hij geen familieband heeft in de zin van artikel 31 van het algemeen reglement van de strafinrichtingen, in de gevangenis te bezoeken om reden van de verstoring van de orde die zulks teweeg gebracht heeft. Ook die maatregel is ingegeven door veiligheidsoverwegingen, hetgeen in het verzoekschrift niet wordt betwist. Gewis kan tweede verzoeker zich gegriefd voelen door de maatregel, maar het nadeel dat hij ervan blijkt te ondervinden weegt niet op tegen de noodzaak om de beslissing van de gevangenisdirecteur, die gericht is op het verzekeren van de veiligheid in de inrichting met mogelijke gevolgen naar buiten toe -een specifieke verantwoordelijkheid die prompt en accuraat handelen vereist-, zonder verdere discussie voor uitvoerbaar te houden, temeer daar tweede verzoeker blijkens artikel 32, tweede lid van het algemeen reglement van de strafinrichtingen, voor het bezoek aan eerste verzoeker een toelating nodig heeft, die ingetrokken kan worden wanneer de directeur feiten vaststelt die de normale gang van het leven in de gevangenis verstoren. Vanuit dat oogpunt wordt in de huidige stand van de IX-6478-4/5 rechtspleging aangenomen dat het beroep van tweede verzoeker, nu hij het veiligheidskarakter van de getroffen maatregel niet betwist, bij gebrek aan afdoende persoonlijk belang, niet ontvankelijk is.
- Een en ander leidt tot het besluit dat de bestreden beslissing door geen van de verzoekers met een annulatieberoep bestreden kan worden. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekers, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig augustus 2009, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-6478-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.605 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.