id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.607 Rolnummer: A. 193739/IX-6487 Zaak: Arrest 195607 - Penitentiair recht - 25/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-08-27 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Fiche Arrest nr 195.607 van 25 augustus 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.607 van 25 augustus 2009 in de zaak A. 193.739/IX-
- In zake : Carl DE SCHUTTER, die woonplaats kiest bij advocaat J. MILLEN, kantoor houdende te HOESELT, Tongersesteenweg 4, bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Carl DE SCHUTTER op 24 augustus 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 21 augustus 2009 van de gevangenisdirecteur te Hasselt waarbij hem de tuchtsanctie van een week individuele wandeling wordt opgelegd; Gelet op de beschikking van 25 augustus 2009 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 augustus 2009, om 12 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. MILLEN, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6487-1/4 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- Verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Hasselt. 1.
- Op 14 juli 2009 stelt een penitentiair beambte verslag op over het aantreffen, tijdens een celcontrole op die dag, van een aantal "verboden voorwerpen". Op 17 juli 2009 wordt daarvoor een tuchtstraf opgelegd. 1.
- Op 16 augustus 2009 wordt een nieuw tuchtverslag opgemaakt omdat, naar aanleiding van het buitengeven van overtollige gedeponeerde goederen daags voordien, vastgesteld werd dat "bij het openen van één der dozen (...) er zich 2 slips en 2 paar kousen in bevonden die eigendom zijn van de gevangenis". 1.
- Na verhoor van verzoeker legt de gevangenisdirecteur verzoeker op 21 augustus 2009 de thans bestreden tuchtstraf op van "1 week individuele wandeling van 22/08/2009 t/m 28/08/2009". De beslissing bevat volgende motivering : "- overwegende dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het achterhouden van gevangeniskledij - zie rapport dd. 15/08/2009 - uit de feiten duidelijk kan worden afgeleid dat het betreffende wasgoed (met aanduiding gevangenis Hasselt) aangetroffen bij de gedeponeerde goederen niet hetzelfde kan zijn geweest dan het wasgoed bij de opmaak van de inventaris - dat het achterhouden van gevangeniskledij leidt tot een structureel tekort bij de verdeling ervan en dus het verzekeren van de basiszorg t.a.v. andere gedetineerden - dat reeds eerder opgespaarde gevangeniskledij bij betrokkene werd aangetroffen". IX-6487-2/4 De voorwaarden voor de schorsing
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringende behandeling vereist.
- Wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, zet verzoeker uiteen dat de opgelegde tuchtstraf zijn bewegingsvrijheid in de gevangenis beperkt doordat hij geen contact met andere gedetineerden kan hebben en dat de bestreden beslissing, hoewel onwettig, ook tegen hem gebruikt zal worden in de kortgeding- procedure die hij tegen de Belgische Staat aangespannen heeft. De vernietiging van de bestreden beslissing zal het nadeel niet kunnen wegnemen.
- De verwerende partij betwist het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Zij zet uiteen dat de straf licht is en van korte duur, dat er niet geraakt wordt aan het bezoekrecht van verzoeker zodat zijn sociale contacten onaangetast blijven en dat de invloed van het bestreden besluit op de beslissing van de kortgedingrechter onbestaande is omdat de debatten in die zaak reeds gesloten zijn.
- Verzoeker wordt door het bestreden besluit verplicht om gedurende een week individueel te wandelen en het nadeel is beperkt tot het derven van contact met de andere gedetineerden. Rekening houdend ook met de zeer beperkte duur van de straf gaat het niet om een ernstig nadeel dat de schorsing van het bestreden besluit rechtvaardigt.
- Verzoeker verwijst ook naar het aanwenden, in zijn nadeel, van de opgelegde straf in het kort geding dat hij tegen de Belgische Staat ingespannen heeft. Dat nadeel houdt evenwel geen verband met de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. Overigens toont hij niet aan op welke wijze de bestreden beslissing een negatieve invloed kan hebben op de uitspraak van de kortgedingrechter. IX-6487-3/4
- Verzoeker toont niet aan dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent. Aldus is één van de voorwaarden voor het bevelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit niet vervuld, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig augustus tweeduizend en negen, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-6487-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.607 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.799 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.