id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 augustus 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.643 Rolnummer: A. 186101/IX-5801 Zaak: Arrest 195643 - Organisatie van de dienst - 31/08/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-04 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Fiche Arrest nr 195.643 van 31 augustus 2009 Openbaar ambt - Organisatie van de dienst Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.643 van 31 augustus 2009 in de zaak A. 186.101/IX-
- In zake : Guido PEERSMANS, die woonplaats kiest bij advocaat E. DE SIMONE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : de NV DE POST, die woonplaats kiest bij advocaat C. VAN OLMEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Guido PEERSMANS op 30 november 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 september 2007 van de gedelegeerd bestuurder van de Post “waarbij verzoeker werd opgeroepen om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail vanaf de datum van hervatting na de periode van arbeidsongeschiktheid omwille van medische redenen”; Gelet op het arrest nr. 182.667 van 5 mei 2008 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 18 juni 2008 door de verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; IX-5801-1/11 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 11 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, van advocaat E. DE SIMONE, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat V. LEROY, die loco advocaat C. VAN OLMEN, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- Op 5 januari 1970 sluit de verwerende partij met de verzoeker een “bediendencontract” af, waardoor de verzoeker “verklaart een betrekking van vertrouwenspersoon-besteller te aanvaarden bij het Bestuur der Posterijen (...)”. In de bijzondere voorwaarden van voornoemd contract wordt vermeld dat de verzoeker wordt aangenomen voor het kantoor “Antwerpen 1”. 1.
- Op 1 september 1993 verstuurt de administratieve gezondheids- dienst van het ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu een brief naar de verzoeker waaruit blijkt dat “(hij) definitief ongeschikt is om (zijn) functies op normale en regelmatige wijze te vervullen, doch wel geschikt blijft om tewerkge- steld te worden onder de volgende voorwaarden : ‘werk met verbod van dragen van lasten van meer dan 10 kg en zonder afleggen van afstanden van meer dan 10 km per dag’”. De medische toestand van de verzoeker is sindsdien ongewijzigd gebleven. IX-5801-2/11 1.
- Met ingang van 4 december 2001 wordt verzoeker afgezet bij wijze van tuchtmaatregel. Deze beslissing wordt vernietigd door de Raad van State bij arrest nr. 168.781 van 12 maart
- 1.
- Tengevolge van dit arrest deelt de verwerende partij op 27 september 2007 aan de verzoeker mede dat : “De Post wenst dit arrest ten uitvoer te leggen en u dus opnieuw te integreren in de diensten van ons autonoom overheidsbedrijf”. In dat kader roept de verwerende partij de verzoeker op om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail (Antwerpen 4). Dit is de bestreden beslissing. De verzoeker is tot op heden op dit voorstel niet ingegaan. Voorwerp van het beroep 2.
- In zijn verzoekschrift tot heropening van de debatten in de schorsingsprocedure stelt de verzoeker dat de bestreden beslissing inmiddels is ingetrokken. Met name betoogt hij dat hem op 9 april 2008 een mobiliteitsbevesti- ging is voorgelegd, welk document hij heeft ondertekend en waaruit duidelijk blijkt dat hij opnieuw is overgeplaatst naar zijn oude kantoor Antwerpen
- Aldus geeft de verwerende partij volgens hem aan een tewerkstelling te zullen zoeken voor hem binnen dat kantoor. Hij meent dan ook niet langer te kunnen worden tewerkgesteld in het kantoor Antwerpen
- 2.
- De verwerende partij ontkent dat de bestreden beslissing zou zijn ingetrokken. Zij stelt dat bij de deelname aan de terkeuzestelling van maart 2008 de verzoeker gepunt heeft op een ronde die uiteindelijk niet beschikbaar werd. 2.
- De verzoeker repliceert dat door de mobiliteitsbevestiging van 9 april 2008 de verwerende partij wel degelijk impliciet de bestreden beslissing heeft ingetrokken en dat hij intussen opnieuw is aangehecht bij het kantoor Antwerpen
- IX-5801-3/11 2.
- Het blijkt niet dat het standpunt van de verwerende partij, met name dat zij de bestreden beslissing niet heeft ingetrokken, niet zou stroken met de feiten. Bovendien stelt de verzoeker zelf intussen opnieuw te zijn aangehecht bij het kantoor Antwerpen 4, zijnde het kantoor van de ronde die hem is toegekend met de bestreden beslissing. Er bestaat dan ook geen reden om aan te nemen dat de bestreden beslissing is ingetrokken. Bijgevolg is het voorwerp van het beroep niet gewijzigd. Ontvankelijkheid 3.
- De verwerende partij werpt een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, afgeleid uit het gebrek aan het rechtens vereiste belang. Volgens haar is de bestreden beslissing niet griefhoudend voor de verzoeker, nu het gaat om de loutere uitvoering van een voor hem gunstig arrest van de Raad van State en omdat zijn situatie niet kan worden verbeterd door een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing. Met name stelt zij dat het onmogelijk is om aan de verzoeker opnieuw zijn oude ronde toe te kennen, aangezien deze niet meer bestaat ingevolge een reorganisatie. De aan de verzoeker toegekende ronde te Berendrecht is volgens haar de best mogelijke oplossing, aangezien deze tegemoet komt aan zijn medische beperkingen. De reïntegratie van de verzoeker, in uitvoering van bedoeld arrest, in een andere bestaande ronde, zou hem in een minder gunstige situatie plaatsen. De verwerende partij wijst op het arrest van 5 mei 2008 in de schorsingsprocedure waarin de Raad erkent dat de ronde die zij verzoeker aanbiedt 9,956 km lang is en dat zij zich ertoe verbindt zich te houden aan de inhoud van de brief van 1 september
- 3.
- De verzoeker getuigt op het eerste gezicht van het rechtens vereiste belang bij de tenuitvoerlegging van het arrest nr. 168.781 van 12 maart 2007, op een wijze, die zo nauw mogelijk aansluit bij de medische beperkingen vernoemd in voornoemde brief van 1 september
- IX-5801-4/11 De vraag of de bestreden beslissing griefhoudend kan zijn voor de verzoeker voor zover ze hem een zwaardere ronde oplegt dan hij medisch aankan of voor zover ze hem niet opnieuw zijn oude ronde toekent, houdt verband met het onderzoek van de grond van de zaak. Bijgevolg wordt de exceptie verworpen. Ten gronde 4.
- De verzoeker roept een eerste middel in, bestaande uit twee onderdelen. 4.1.
- In het eerste onderdeel voert de verzoeker de schending aan van “het administratief statuut van de post, meer bepaald van artikel 136 en volgende”. Hij stelt steeds verbonden te zijn geweest aan het kantoor Antwerpen 1 en derhalve het recht te hebben om in dat kantoor te worden tewerkgesteld. Hij wijst er evenwel op dat na zijn afzetting in 2001 zijn ronde vacant werd verklaard en toegewezen aan een andere postman, terwijl het statuut voorziet dat in afwachting van de behandeling door de Raad van State de ronde door een vervanger verricht wordt. Hij stelt dat hij na de vernietiging van zijn afzetting zijn ronde, of minstens een evenwaardige ronde in Antwerpen 1, opnieuw heeft opgeëist, maar dat dit hem door de verwerende partij werd geweigerd, omdat zijn oude ronde na reorganisatie niet meer zou bestaan en het onmogelijk zou zijn hem in zijn vroegere situatie te herstellen. Hij meent dat de verwerende partij hierbij voorbijgaat aan twee zaken. Vooreerst stelt hij dat de titularis van een ronde die na reorganisatie 50% of meer van zijn straten behoudt, titularis blijft van die ronde en dat de verwerende partij niet aantoont dat zijn oude ronde meer dan 50% van zijn straten verloren heeft. Evenmin zou volgens hem zijn aangetoond dat er geen alternatieve en evenwaardige ronde in Antwerpen 1 beschikbaar is. 4.1.
- In het tweede onderdeel voert hij de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, op grond dat “de gegeven motivering niet afdoend is, noch in feite, noch in rechte om de genomen beslissing te schragen”. IX-5801-5/11 4.
- De verwerende partij antwoordt dat zij krachtens het beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst de situatie van haar personeelsleden kan wijzigen in het streven naar meer doeltreffendheid ten bate van het algemeen belang en dat de reorganisaties via “Georoutes I en II” een concretisering zijn van dit beginsel. Zij stelt dat de oude ronde van de verzoeker niet meer bestaat en dat er dienaangaande dan ook niet kan worden gesproken van verworven rechten in zijnen hoofde. Zij meent de beste oplossing te hebben gekozen voor de verzoeker, waarbij een terugkeer naar Antwerpen centrum af te raden is gelet op zijn medische toestand. De verwijzing naar de artikelen 136 en volgende van het statuut is volgens haar irrelevant. Wat de vermeende schending van de formele motiveringswet betreft, stelt zij dat het verzoek om het werk te hervatten uitvoerig werd toegelicht in de aangetekende brief van 27 september
- 4.
- De verzoeker repliceert dat zijn stelling niet strijdig is met het beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst, nu de verwerende partij niet aantoont dat het aanbieden van een dienst te Antwerpen 1 niet tot de mogelijk- heden behoort. Hij stelt dat medische redenen geenszins beletten om hem in Antwerpen 1 te benuttigen. Voorts wijst hij erop dat de verwerende partij in 2001, naar aanleiding van de vordering tot schorsing in de procedure tot afzetting, nog gesteld heeft dat indien hij gelijk zou krijgen, hij zijn oude ronde zou terugkrijgen. 4.4.
- Wat het eerste onderdeel betreft, in zoverre de verzoeker een schending aanvoert van de artikelen 136 en volgende van het administratief statuut van de NV De Post, preciseert hij niet waarin de schending van die bepalingen zou bestaan. Bovendien stelt de Raad vast dat noch de verzoeker, noch de verwerende partij de tekst van voornoemde artikelen voorlegt. Het eerste onderdeel is dan ook onontvankelijk. Overigens kan de verwerende partij zich op goede gronden beroepen op het beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst. Op grond van dat beginsel kan zij haar diensten reorganiseren, in het bijzonder via de zogenaamde “Georoutes I en II”. Die reorganisatie heeft tot gevolg dat zij aan de verzoeker zijn vroegere ronde niet meer kan aanbieden. IX-5801-6/11 4.4.2.
- Wat het tweede onderdeel betreft, herinnert de Raad van State eraan dat de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 de overheid verplichten om in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op een “afdoende” wijze. Het afdoende karakter van de motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben, en dat ze draagkrachtig moet zijn, dit wil zeggen dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de voormelde wet van 29 juli 1991, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, derwijze dat blijkt, of minstens kan worden nagegaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die gegevens correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen, opdat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. 4.4.2.
- Het verzoek om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail wordt uitvoerig toegelicht in het aangetekend schrijven van 27 september 2007 van de verwerende partij gericht aan de verzoeker. Dit schrijven luidt als volgt : “Op 12 maart 2007 vernietigde de Raad van State in zijn arrest nummer 168.781 de beslissing om u bij wijze van tuchtmaatregel definitief af te zetten. De Post wenst dit arrest ten uitvoer te leggen en u dus opnieuw te integreren in de diensten van ons autonoom overheidsbedrijf. Omwille van verschillende reorganisaties (Georoute 1 en 2) binnen de Post bestaat de uitreikingsronde die u als postbedeler uitoefende ten tijde van de vernietigde tuchtmaatregel, niet meer in zijn zelfde vorm. Om die reden is het onmogelijk om u in de situatie te herstellen die de uwe was [vóór] uw afzetting. M.a.w. De Post kan u niet meer de betrekking aanbieden die u uitoefende in 2001 te Antwerpen
- Rekening houdende met deze gewijzigde situatie hebben wij gezocht naar een passende wijze om het arrest ten uitvoer te leggen en naar een geschikte functie om u terug binnen onze organisatie tewerk te stellen. U bent hiervan steeds op de hoogte gehouden. Een eerste vergadering werd georganiseerd op 10 mei 2007, in aanwezigheid van de heer Mark Michiels (Employee and Union Relations Director) en van uw raadsman en de raadsle- den van de Post. Daarna zijn er nog verscheidende andere samenkomsten geweest teneinde een gepaste uitvoering van het arrest van de Raad van State te garanderen. Op 28 juni 2007 heeft hierover een vergadering plaatsgevonden waarop u en IX-5801-7/11 Mijnheer Quintens, de regiomanager Mail van de Post, aanwezig waren. Dezelfde partijen hebben elkaar ook nog ontmoet op 4 juli 2007, in aanwezig- heid van de heer Mark Poortmans (regionaal coördinator bij de Post). Op 9 juli 2007 heeft er over hetzelfde onderwerp en in uw aanwezigheid een vergadering plaatsgevonden waaraan voor de Post de heer Ludo Quintens, de heer Christoph Lamont (Zonemanager mail Antwerpen), de heer Kim Bosmans (verantwoordelijke Berendrecht mail) en de heer Eric Hoogmartens (Local HR) deelgenomen hebben. Op 20 augustus hebben de heren Hoogmartens en Quintens nogmaals u en uw raadsman ontmoet. Tenslotte heeft er op 18 september een gesprek plaats gevonden tussen u en de heren Didier Vercruysse (regional HR) en Ludo Quintens. Heden, op 27 september zijn wij van oordeel dat het arrest van de Raad van State op een passende wijze ten uitvoer kan worden gelegd. Ik roep u dan ook op om het werk te hervatten als uitreiker in het kantoor Antwerpen Berendrecht Mail vanaf datum van hervatting na uw periode van arbeidsongeschiktheid omwille van medische redenen. Gezien de reorganisatie van de Post en gezien de specifieke werking van het beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst, vormt deze oproeping de meest geschikte tenuitvoerlegging van het arrest van de Raad van State. Daarenboven heeft u uw woonplaats in Berendrecht.” Met dat schrijven is de bestreden beslissing op afdoende wijze gemotiveerd, in de zin van de wet van 29 juli
- 4.4.2.
- Het tweede onderdeel van het middel is niet gegrond. 5.
- In een tweede middel voert de verzoeker de schending aan van de beslissing van 1 september 1993 van de administratieve gezondheidsdienst waarbij zijn medische beperking wordt vastgesteld. Hij zet uiteen dat de hem bevolen ronde in Antwerpen Berendrecht 12,8 km lang is. Aldus voldoet die ronde niet aan de voorschriften waarmee de verwerende partij volgens de bedoelde beslissing van de administratieve gezondheidsdienst rekening dient te houden, met name de medische beperking. De verzoeker mag meer bepaald geen afstanden afleggen van meer dan 10 km. 5.
- De verwerende partij antwoordt dat dit middel onontvankelijk is, vermits de verzoeker niet aanduidt welke rechtsregel geschonden werd. Bovendien is het middel volgens haar ongegrond, nu de aangeboden ronde aangepast is aan de medische toestand van de verzoeker. De ronde is slechts 9,956 km lang, dus minder dan 10 km. IX-5801-8/11 Voorts stelt zij dat de oude ronde 29 van de verzoeker voorname- lijk geïntegreerd is in de nieuwe ronden 29 en
- Zij merkt op dat deze nieuwe ronden meer te bedienen bussen inhouden (bijvoorbeeld 488 in de oude ronde 29, tegenover 664 in de nieuwe ronde 29) en meer te dragen gewicht (bijvoorbeeld 38 zendingen zonder adres in de oude ronde 29 tegenover gemiddeld 389,6 zendingen zonder adres in de nieuwe ronde 29). Zij is van mening dat de keuze voor Berendrecht wel in overeenstemming is met de medische beperkingen van de verzoeker, beschreven in de beslissing van 1 september 1993 van de administratieve gezondheidsdienst. Met name is Berendrecht de woonplaats van de verzoeker zodat zijn verplaatsingen beperkt worden, dient hij in die ronde slechts 439 bussen te bedienen, is die ronde minder lang (6 u. 17 min.), dan de nieuwe ronden 29 en 31 (7u. 55 min.) en scoort die ronde bijzonder hoog in de tevredenheid van het personeel. 5.
- De verzoeker repliceert dat hij reeds lange tijd niet meer in Berendrecht verblijft en dat de voorgestelde ronde wel degelijk zwaarder en meer belastend is dan die in Antwerpen
- Met name is de voorgestelde ronde langer en zijn de afstanden tussen de brievenbussen groter, zodat hij het gewicht aan post langer zal moeten dragen of trekken. Hij meent dat het aantal brievenbussen in dat opzicht niet relevant is, evenmin als de tijdsduur. Voorts betoogt hij dat de aangeboden ronde wel degelijk langer is dan 10 km, nu uit de routebeschrijving duidelijk blijkt dat geen rekening werd gehouden met het ophalen van zogenaamde “overlasten”, die wel vermeld zijn in de bijzondere bevelen voor de ronden 29 en 31 in Antwerpen
- Hij stelt op 29 oktober 2008 de bevestiging te hebben gekregen van de regionaal manager Mail dat er op de ronde in Antwerpen 4 wel degelijk overlasten moeten worden opgehaald in het centraal gelegen postkantoor te Berendrecht. Volgens de verzoeker is die ronde in feite dus langer dan 10 km en wordt de Raad van State misleid. De kortere ronden van 5 km te Antwerpen 1 met meer brievenbussen op korte afstand vindt hij veel beter tegemoet komen aan zijn medische beperkingen. De verzoeker merkt op dat de verwerende partij geenszins het voorgaande weerlegt en evenmin aantoont dat de aangeboden ronde in Antwerpen 4 slechts 9,956 km lang zou zijn. IX-5801-9/11 5.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de toegewezen ronde in Berendrecht wel degelijk 9, 956 km bedraagt, nu de overlasten waarnaar de verzoeker verwijst reeds in de ronde zelf zijn voorzien en geen meerafstand impliceren. Zij verduidelijkt dat overlasten vaste punten zijn in een ronde waar er post klaarligt, zoals bij bepaalde handelszaken, en de postbode de post daar kan ophalen en daarmee zijn ronde kan verderzetten. Dergelijke herladings- mogelijkheden zorgen ervoor dat het mee te nemen gewicht zo beperkt mogelijk wordt gehouden, wat een gunstige invloed heeft op de fysieke belasting. 5.
- Het middel zoals aangevoerd in het verzoekschrift heeft slechts betrekking op de medische beperking van de verzoeker en meer bepaald op de discussie of de aangeboden ronde in Berendrecht al dan niet langer is dan 10 km. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de verwerende partij in redelijkheid ervan is kunnen uitgaan dat de ronde die zij aanbiedt aan de verzoeker 9,956 km lang is, en in elk geval minder dan 10 km. De Raad van State stelt bovendien vast dat de verwerende partij zich ertoe verbindt om zich strikt te houden aan de beslissing van de administratieve gezondheidsdienst, vervat in diens schrijven van 1 september
- Weliswaar voert de verzoeker aan dat hij, ten gevolge van de overlasten, in werkelijkheid een grotere afstand moet afleggen dan de afstand van de bedieningsronde zelf. Uit de stukken van het dossier blijkt evenwel dat die overlasten in de ronde geïntegreerd zijn. Het bestaan van de overlasten is dan ook niet van aard om de conclusie in verband met de afstand van de aangeboden ronde te wijzigen. Het middel kan niet worden aangenomen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-5801-10/11 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 31 augustus 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5801-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.643 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.667 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.