← België

Arrest 195686 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.686 Rolnummer: A. 174528/X-12923 Zaak: Arrest 195686 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-08 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 03:28 Fiche Arrest nr 195.686 van 1 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 195.686 van 1 september 2009 in de zaak A. 174.528/X-12.

  1. In zake :
  2. Edgard PEETERS,
  3. Marie-Josée BOBBAERS, die woonplaats kiezen bij advocaat C. VEULEMANS, kantoor houdende te 3550 ZOLDER, Grootven 2 tegen : de deputatie van de provincieraad van LIMBURG, die woonplaats kiezen bij advocaten K. GEELEN en K. WAUTERS, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel
  4. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Edgard PEETERS en Marie-Josée BOBBAERS op 3 juli 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincie Limburg van 17 mei 2006 waarbij (hun) beroep tegen de beslissing dd. 27 februari 2006 van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Zutendaal houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning, niet wordt ingewilligd”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur W. DE COCK; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 17 februari 2009 ; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-12.923-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag is de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Op grond van artikel 14quater, van voornoemd besluit van de Regent zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. X-12.923-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een september 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-12.923-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.686 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.