← België

Arrest 195694 - Penitentiair recht - 01/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.694 Rolnummer: A. 193715/IX-6485 Zaak: Arrest 195694 - Penitentiair recht - 01/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-02 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:29 Fiche Arrest nr 195.694 van 1 september 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.694 van 1 september 2009 in de zaak A. 193.715/IX-6485 In zake : Hassan AHKIM, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN DER STRAETEN, kantoor houdende te DENDERMONDE, Justitieplein 9, bus 7 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Hassan AHKIM op 25 augustus 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de gevangenisdirecteur te Dendermonde van 11 augustus 2009 waarbij hem de tuchtsanctie van ontslag uit zijn functie als hulpdiender en verbod om gedurende twee maanden een vertrouwensfunctie aan te vragen wordt opgelegd; Gelet op de beschikking van 25 augustus 2009 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 25 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 augustus 2009, om 14 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. KENNIS, die loco advocaat K. VAN DER STRAETEN, verschijnt voor verzoeker, en van attaché X. LAUREYNS, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6485-1/5 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :

  1. De feiten De gegevens van de zaak kunnen als volgt worden samengevat : Verzoeker is gedetineerd in de gevangenis te Dendermonde. Hij is er hulpdiender. Luidens een verslag aan de directeur van de gevangenis blijkt een andere gedetineerde door verzoeker te zijn benaderd om voor hem een brief te tikken op de computer van de bibliotheek. Verzoeker wordt op 4 augustus 2009 om 19 uur aangetroffen aan de bibliotheek alhoewel op dat tijdstip geen bibliotheekbezoek toegelaten is. Op 6 augustus 2009 wordt hem schriftelijk medegedeeld dat een tuchtprocedure tegen hem wordt opgestart. Hij wenst hierop geen beroep te doen op een advocaat of een tolk en ondertekent die schriftelijke mededeling. Op 11 augustus 2009 wordt hij in het bijzijn van twee penitentiaire assistenten gehoord door de directeur van de gevangenis. Op dezelfde datum wordt de tuchtstraf uitgesproken. Verzoeker wordt ontslagen als hulpdiender en hij mag gedurende twee maanden geen vertrouwensfunctie meer aanvragen. Als motief wordt aangegeven : "Ongeoorloofde handelingen met bibliothecaris in afspraak met elkaar". IX-6485-2/5
  2. De schorsingsvoorwaarden Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
  3. Gelet op het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling waarin de wet voorziet, en op de ernstige stoornis die zij in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt, waarbij de rechten van verdediging van de verwerende partijen tot een strikt minimum zijn herleid, moet de uiterst dringende noodzakelijkheid op het eerste gezicht onbetwistbaar zijn. Een verzoekende partij die meent een beroep te moeten doen op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet bijgevolg alleszins aantonen bij het instellen van de vordering met de vereiste spoed, diligentie en alertheid te zijn opgetreden. Uit het administratief dossier blijkt dat verzoeker kennis heeft genomen van de bestreden beslissing op 11 augustus 2009 en dat hem op diezelfde datum een kopie van die beslissing is overhandigd. Het verzoekschrift is pas met een faxbericht van 21 augustus 2009 aan de Raad van State overgemaakt en bij aangetekend schrijven, zoals op straffe van niet-ontvankelijkheid voorgeschreven door artikel 84, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, slechts op 25 augustus
  4. Het gedrag van verzoeker getuigt aldus niet van de nodige diligentie en een alerte houding. Verzoeker toont ook niet aan dat bepaalde omstandigheden hem zouden hebben verhinderd de vordering binnen korte termijn in te stellen. Het verzoekschrift beperkt er zich toe te stellen dat zijn raadsman de bestreden beslissing slechts ontving op 20 augustus
  5. IX-6485-3/5 Ook dient verzoeker feiten en gegevens aan te brengen die direct aannemelijk maken dat de gevraagde schorsing, wil zij enig nuttig effect sorteren, onmiddellijk bevolen moet worden, met andere woorden, aannemelijk moeten maken dat de schorsing, ingeval de vordering onderzocht wordt volgens de gewone procedureregeling inzake schorsing en de schorsing aldus eerst over een paar weken, doch binnen 45 dagen na het instellen van de vordering bevolen zou worden, onmiskenbaar te laat zou komen, omdat het aangevoerde nadeel dat ernstig wordt genoemd, gerealiseerd zou zijn en niet meer, of alleszins heel moeilijk nog hersteld zou kunnen worden, met name zo moeilijk als in het geval dat de tenuitvoerlegging niet wordt geschorst. In het verzoekschrift dat als opschrift draagt "verzoekschrift tot nietig verklaring met vordering tot schorsing" wordt vergeefs gezocht naar dergelijke gegevens en feiten en wordt er slechts één zin gebruikt die betrekking heeft op de uiterst dringende noodzakelijkheid die als volgt luidt : "De vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid ontvankelijk en gegrond te verklaren". Dit volstaat niet om uiteen te zetten waarom verzoeker beroep doet op de zeer uitzonderlijke procedure van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid, in het besef dat daardoor de normale rechtsgang ernstig wordt verstoord. 2.
  6. Met betrekking tot de derde voorwaarde van artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt het verzoekschrift als volgt : "De onmiddellijke toepassing van de beslissing heeft immers tot gevolg dat verzoeker - die geen financiële hulp heeft van buitenaf - geen inkomsten meer heeft. Deze sanctie weegt financieel zeer zwaar op verzoeker en zorg(t) voor enorme frustraties, vooral veroorzaakt doordat de sanctie ontegensprekelijk ten onrechte werd opgelegd. Di(e) sa(n)ctie zorgt ervoor dat verzoeker wordt ontzegd van oa kantine, telefoon en tv". Vastgesteld wordt dat verzoeker aldus als moeilijk te herstellen ernstig nadeel een financieel nadeel lijkt in te roepen. Een louter financieel nadeel is in beginsel niet moeilijk te herstellen en verzoeker geeft geen bijzondere redenen waaruit zou kunnen blijken dat dit wel het geval zou kunnen zijn. Overigens lijkt het nadeel van het verstoken blijven van kantine, telefoon en televisie, geen nadeel dat rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing die beperkt is tot ontslag uit de IX-6485-4/5 functie van hulpdiender en de onmogelijkheid om gedurende twee maanden een vertrouwensfunctie aan te vragen. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet om voornoemde redenen worden verworpen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een september tweeduizend en negen, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. IX-6485-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.694 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.753 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.