id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.731 Rolnummer: A. 136351/V-1662 Zaak: Arrêt / Arrest 195731 - Fonction publique fédérale - Recrutement et carrière / Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 03/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-08 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-30 03:29 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 195.731 van 3 september 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.731 van 3 september 2009 in de zaak A. 136.351/V-
- In zake : Herman VAN OYEN, die woonplaats kiest bij advocaat K. RONSE, kantoor houdende te BRUSSEL, Guillaume Macaulaan 33 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE, Karel Van Manderstraat
- tussenkomende partij : René SNACKEN, die woonplaats kiest bij advocaat D. DE BUISSERET, kantoor houdende te BRUSSEL, Koninklijke Prinsstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Herman VAN OYEN op 5 mei 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 18 februari 2003 waarbij René SNACKEN benoemd wordt tot hoofd van het departement Epidemiologie-Toxicologie bij het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur; Gelet op het arrest nr. 178.751 van 21 januari 2008, waarbij de debatten heropend worden en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; V-1662-1/13 Gezien de laatste memories na het aanvullend verslag; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 4 december 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. RONSE, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat P. EECLOO die, loco advocaat R. DEPLA, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
- In het Belgisch Staatsblad van 25 december 2001 worden de vacatures bekendgemaakt van twee betrekkingen van hoofd van een departement en vier betrekkingen van hoofd van een afdeling bij het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur, voorheen Instituut voor Hygiëne en Epidemio- logie, thans Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid. De verzoeker, die hoofd van een afdeling is, behorend tot de Nederlandse taalrol (N), dient zijn kandidatuur in voor de betrekking van hoofd van het departement Epidemiologie - Toxicologie. Ook de tussenkomende partij, die werkleider is, behorend tot de Franse taalrol (F), dient haar kandidatuur voor die betrekking in. Voor die betrekking worden ook nog kandidaturen ingediend door T. L. (F) en J.-Cl. L. (N). De Wetenschappelijke Raad, die belast is met het uitbrengen van een advies over de ingediende kandidaturen, wijdt vier vergaderingen aan deze kwestie. Op 4 maart 2002 beslist de Wetenschappelijke Raad dat hij de kandidaten V-1662-2/13 voor elk van de functies zal rangschikken zonder rekening te houden met hun taalrol. Voor elk van de functies stelt hij de beoordelingscriteria vast. Voor de betrekking van hoofd van het departement Epidemiologie - Toxicologie houden die criteria verband met de wetenschappelijke ervaring, de leidinggevende capaciteiten en de capaciteiten om het departement naar buiten te vertegenwoordigen. Rekening houdend met die criteria wordt op die vergadering de volgende voorlopige rangschikking vastgesteld:
- Herman Van Oyen (verzoeker)
- J.-Cl. L.
- ex aequo: T. L. en René Snacken (tussenkomende partij). Op 16 april 2002 wijst de directeur van het Instituut op de taalkundige aspecten van de benoemingen. Hij geeft toe dat de taalrol geen rol mag spelen bij de selectie door de Wetenschappelijke Raad, maar wijst toch op de noodzaak om een taalevenwicht in acht te nemen voor het geheel van de drie niveaus van leidinggevende functies (hoofd van de inrichting, departementshoofden en afdelingshoofden). Bovendien is het belangrijk, voor het goed functioneren van het Instituut, dat er op elk van de drie graden van de leidinggevende functies een evenwicht zou zijn tussen de twee taalgroepen. De directeur deelt ook mee dat, gelet op de bestaande invullingen van de leidinggevende functies, geen Nederlandstaligen benoemd kunnen worden voor een leidinggevende functie, tenzij er voordien of terzelfder tijd minstens drie Franstaligen benoemd worden. De Wetenschappelijke Raad herbekijkt vervolgens de rangschikkingen die tijdens de vorige vergadering voorlopig aangenomen waren. Voor de benoeming in de functie van hoofd van het departement Epidemiologie - Toxicologie worden de kandidaturen opnieuw getoetst aan de beoordelingscriteria. Dit leidt tot de conclusie om René Snacken te “upgraden”. Bij een geheime stemming van 8 stemmen tegen 3, bij 1 onthouding, wordt vervolgens beslist om René Snacken en Herman Van Oyen niet ex aequo te rangschikken. Een voorstel om Herman Van Oyen als eerste te rangschikken, wordt bij een geheime stemming van 11 stemmen tegen 0, bij 1 onthouding, verworpen; een voorstel om René Snacken als eerste te rangschikken wordt daarentegen bij een geheime stemming van 11 stemmen tegen 0, bij 1 onthouding, aangenomen. Na nog een aantal geheime stemmingen komt de Wetenschappelijke Raad tot de volgende, gewijzigde rangschikking: V-1662-3/13
- René Snacken (tussenkomende partij)
- Herman Van Oyen (verzoeker)
- J.-Cl. L.
- T. L. Deze rangschikking geeft aanleiding tot schriftelijke opmerkingen vanwege een lid van de Wetenschappelijke Raad, dat ten gevolge van een administratieve fout niet behoorlijk was opgeroepen voor de vergadering. Na een schriftelijke consultatie van de overige leden wordt besloten om opnieuw over de rangschikking van de kandidaten voor de genoemde functie te beraadslagen. Die bespreking vindt plaats op 21 oktober
- Na een geheime stemming beslist de Wetenschappelijke Raad met 6 stemmen tegen 3 om de rangschikking niet te herzien. Alle rangschikkingen worden vervolgens aan de betrokken kandidaten meegedeeld. De kandidaten krijgen ook de gelegenheid om hun bezwaren kenbaar te maken en om gehoord te worden. Op de vergadering van 2 december 2002 worden de verzoeker en J.-Cl. L. gehoord. Na een bespreking van hun bezwaren beslist de Wetenschappelijke Raad, bij een geheime stemming van 7 stemmen tegen 6, om de eerder aangenomen rangschikking te herzien. Vervolgens wordt, na een geheime stemming van 7 stemmen tegen 6, beslist om René Snacken (tussenkomende partij) en Herman Van Oyen (verzoeker) ex aequo op de eerste plaats te rangschikken. Na nog enkele andere stemmingen wordt ten slotte de volgende rangschikking vastgesteld:
- ex aequo: René Snacken (tussenkomende partij) en Herman Van Oyen (verzoeker)
- J.-Cl. L.
- T. L. Alle benoemingsdossiers worden met een brief van de directeur van 15 januari 2003 doorgestuurd naar de minister van Volksgezondheid. In dat schrijven wijst de directeur op de taalkundige aspecten van de benoemingen. Bij koninklijk besluit van 18 februari 2003 wordt de tussenkomende partij benoemd tot hoofd van het departement Epidemiologie - Toxicologie. In de motieven van dat besluit wordt verwezen naar de ex aequo rangschikking van de tussenkomende partij en de verzoeker, en wordt gesteld dat, omwille van het taalkundig evenwicht op het niveau van de departementshoofden, V-1662-4/13 de voorkeur verleend moet worden aan een Franstalige kandidaat. Dit besluit vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. Bij koninklijke besluiten van dezelfde dag worden ook de andere vacatures ingevuld: een Nederlandstalig kandidaat, die al hoofd van een afdeling was, wordt benoemd tot hoofd van een departement, en vier Franstalige kandidaten worden benoemd tot hoofd van een afdeling.
- Eén van de Franstalige kandidaten die tot hoofd van een afdeling is benoemd, is Serge Hallez. Tegen diens benoeming is een beroep tot nietigverklaring ingesteld. Tijdens het beraad over de thans voorliggende zaak is arrest nr. 189.116 van 23 december 2008 gewezen, waarbij vastgesteld wordt dat de verzoekster in de zaak over de benoeming van Serge Hallez ondertussen op pensioen gesteld is en waarbij beslist wordt dat haar beroep aldus onontvankelijk geworden is, bij gebrek aan een actueel belang. Ontvankelijkheid van het beroep
- In haar laatste memorie betwist de verwerende partij het belang van de verzoeker bij het voorliggende beroep, op grond dat hij, gelet op de taalverhoudingen binnen de taaltrap waartoe hij behoort, niet voor benoeming in aanmerking kwam.
- Een gelijkaardige exceptie is door de Raad van State onderzocht, en verworpen, in zijn tussenarrest nr. 178.751 van 21 januari
- De rechtsmacht van de Raad over dit geschilpunt is daardoor uitgeput, en de verwerende partij kan daarover geen betwisting meer opwerpen. Ambtshalve moet vastgesteld worden dat de exceptie onontvankelijk is. Ten gronde
- In zijn aanvullend verslag roept de eerste auditeur-afdelingshoofd ambtshalve een middel in, afgeleid uit de schending van artikel 43, § 3, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken. V-1662-5/13 Volgens de eerste auditeur behoorden de zes vacante betrekkingen alle tot de eerste taaltrap, bestaande uit de betrekkingen van hoofd van de instelling, hoofd van een departement en hoofd van een afdeling. Voor die taaltrap golden de volgende taalkaders: 8 Nederlandstaligen (N), 8 Franstaligen (F), 2 tweetalig N en 2 tweetalig F. Aan de vooravond van de zes benoemingen was de feitelijke bezetting als volgt: 5 N, 3 F, 2 tweetalig N en 1 tweetalig F. De overheid is verplicht eerst het taalkader op te vullen dat het verst verwijderd is van zijn maximum, en wel totdat het even ver van zijn maximum verwijderd is als de andere taalkaders. Nu de zes benoemingen alle gebeurden op het eentalig kader, moet te dezen alleen rekening worden gehouden met de situatie op de eentalige taalkaders. Pas wanneer er op het niveau van de eerste taaltrap een evenwicht is bereikt, kan er bijkomend rekening gehouden worden met de betrachting om ook op het niveau van elk van de rangen van die trap het taalevenwicht zoveel als mogelijk te realiseren. Voor de beoordeling van de wettigheid van de bestreden benoeming moet rekening gehouden worden met de vijf benoemingen van dezelfde dag, die door de verzoeker niet zijn bestreden. Ten gevolge van die benoemingen werd de feitelijke bezetting in de twee eentalige kaders op de eerste taaltrap: 5 N en 7 F. In die omstandigheden moest de verwerende partij betrachten om het onevenwicht ten nadele van de Nederlandse taalrol te herstellen, en kon zij geen Franstalige benoemen. Door de tussenkomende partij, die van de Franse taalrol is, te benoemen, heeft de verwerende partij het onevenwicht op het niveau van de taaltrap juist vergroot. Aldus heeft zij artikel 43, § 3, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken geschonden. Het feit dat zij, door een Franstalige te benoemen, het onevenwicht op het niveau van de departementshoofden heeft verkleind, doet volgens de eerste auditeur aan die conclusie geen afbreuk.
- Volgens artikel 43, § 2, eerste lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, in de versie die gold op het ogenblik van het bestreden besluit, worden de ambtenaren met een graad van rang 13 of hoger of met een graad die gelijkwaardig is, verdeeld over drie kaders: een Nederlands, een Frans en een tweetalig. V-1662-6/13 Artikel 43, § 3, eerste en tweede lid, van de gecoördineerde wetten luidde op het ogenblik dat het bestreden besluit werd genomen: “De Koning bepaalt, voor de duur van ten hoogste zes jaar, die kan worden verlengd zo geen wijziging optreedt, voor iedere centrale dienst, het percentage betrekkingen dat aan het Nederlands en aan het Frans kader dient toegewezen met inachtneming, op alle trappen van de hiërarchie, van het wezenlijk belang dat de Nederlandse en de Franse taalgebieden respectievelijk voor iedere dienst vertegenwoordigen. Nochtans, voor de graden van rang 13 en hoger en de graden die gelijkwaardig zijn, worden de betrekkingen, op alle trappen van de hiërarchie, in gelijke percentages verdeeld tussen de twee kaders. Het tweetalig kader omvat 20 % van de betrekkingen van de graden van rang 13 en hoger en van de graden die gelijkwaardig zijn. Die betrekkingen worden, op alle trappen van de hiërarchie, in gelijke mate verdeeld tussen de twee taalrollen.” Artikel 43, § 5, van de gecoördineerde wetten bepaalt ten slotte dat de bevorderingen per kader geschieden. Het tweetalig kader is, blijkens artikel 43, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten een van de eentalige kaders onderscheiden kader. Voor het bepalen van het taalevenwicht mag dus niet worden uitgegaan van het geheel van de betrekkingen die op de drie kaders samen voorkomen. De ambtenaren van het tweetalig kader mogen dan ook niet worden samengeteld met die van een eentalig kader.
- Te dezen dient voorts met de volgende verordenende bepalingen rekening te worden gehouden. Volgens artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 maart 1975 waarbij, binnen het kader van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, de graden van de beambten van het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie die eenzelfde trap van de hiërarchie vormen, worden bepaald, welk besluit van kracht was op het ogenblik van het bestreden besluit, vormen de graden van hoofd van de inrichting, hoofd van een departement en hoofd van een afdeling de eerste trap van de hiërarchie (taaltrap). Artikel 1, I, van het koninklijk besluit van 6 april 1987 tot vaststelling van het organiek kader van het personeel van de wetenschappelijke inrichting van de Staat “Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie” voorzag, voor het V-1662-7/13 wetenschappelijk personeel van het bedoelde instituut, onder meer in de volgende betrekkingen: - hoofd van de inrichting: 1 - hoofd van een departement: 4 - hoofd van een afdeling:
- In totaal waren er dus 19 betrekkingen voor de functies die samen de eerste taaltrap vormden. Het koninklijk besluit van 6 april 1987 is opgeheven, met terugwerkende kracht tot 30 april 1999, bij artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot vaststelling van de personeelsformatie van de wetenschappelijke instelling van de Staat “Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid”. Artikel 1 van dat koninklijk besluit van 11 juli 2003 legt de personeelsformatie vast die voor het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur gold vanaf 30 april 1999 tot 1 oktober
- Voor niveau 1 werd in de volgende betrekkingen voorzien: - hoofd van de instelling: 1 - hoofd van een departement: 4 - hoofd van een afdeling:
- Volgens deze bepaling waren er dus 24 betrekkingen voor de functies die samen de eerste taaltrap vormden. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 december 1988 tot vaststelling van het taalkader van de Wetenschappelijke Inrichting van de Staat “Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie” bepaalt dat de taalkaders op trap 1 van de hiërarchie, waarvoor uitgegaan wordt van 20 betrekkingen, zijn vastgesteld als volgt: 8 N, 8 F, 2 tweetalig N, 2 tweetalig F. Uit de vergelijking van de genoemde bepalingen blijkt dat, op het ogenblik dat het bestreden besluit is genomen, de taalkaders niet overeenstemden met het organiek kader. Voor de taalkaders op de trap 1 van de hiërarchie werd nog uitgegaan van een totaal van 20 betrekkingen, terwijl dat aantal ondertussen in het organiek kader was verminderd tot 19, ten gevolge van de overgang van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en het Schelde- V-1662-8/13 estuarium naar het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Later is het aantal betrekkingen op het organiek kader retroactief verhoogd tot 24, ten gevolge van de fusie van het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie en het Instituut Pasteur. Noch de ene afwijking, noch de andere afwijking doen te dezen evenwel afbreuk aan de gelding van de taalkaders. Weliswaar mag in principe geen benoeming geschieden op een taalkader zolang dit niet in overeenstemming gebracht is met het gewijzigde organieke kader. Bij een vermindering van het aantal betrekkingen mag er dan ook geen benoeming op het nog niet aan die vermindering aangepaste taalkader geschieden indien niet met zekerheid kan worden vastgesteld hoe de betrekkingen op het tweetalig kader zouden worden verdeeld. Te dezen is er op dat punt echter geen onzekerheid. Een vermindering van het aantal organieke betrekkingen met één eenheid van 20 naar 19 kan geen aanleiding geven tot enige wijziging in de verdeling van de betrekkingen over de eentalige kaders enerzijds en het tweetalig kader anderzijds, vermits al de betrekkingen die aanleiding geven tot de oprichting van een tweetalig kader te dezen op de eerste trap zijn verzameld en het eentalig kader 20% van die betrekkingen moet bedragen, wat zowel bij 20 als bij 19 betrekkingen op vier betrekkingen neerkomt. De vermindering van het aantal betrekkingen op het organiek kader belet te dezen dus niet dat de bestreden benoeming en de vijf andere benoemingen van dezelfde dag nog steeds op het bestaande taalkader aangerekend konden worden. Wat betreft de retroactieve vermeerdering van het aantal betrekkingen op het organiek kader, stelt de Raad van State vast dat geen van de partijen terzake een betwisting opwerpt. De Raad van State acht het ook niet nodig deze kwestie ambtshalve nader te onderzoeken. Zelfs indien de retroactieve vermeerdering van het aantal betrekkingen tot gevolg zou hebben dat er geen benoemingen konden plaatsvinden zolang de taalkaders niet in overeenstemming waren gebracht met het gewijzigde organieke kader, zou dat geen gevolgen hebben op de uitspraak in de voorliggende zaak. Uit het verder onderzoek van het middel zal immers blijken dat de Raad van State van oordeel is dat de bestreden bevordering in elk geval om de in het middel aangevoerde reden vernietigd moet worden.
- Voor de vaststelling van de werkelijke bezetting van de betrekkingen in de eerste taaltrap vóór 1 januari 2003, datum waarop het bestreden besluit uitwerking heeft, wordt uitgegaan van de taalrol van de betrokken personeelsleden, zoals die vermeld is in het schrijven van de directeur van het V-1662-9/13 Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid van 15 januari 2003 aan de minister. Volgens dat schrijven behoort R. D., de enige persoon over wiens taalaanhorigheid de partijen van mening lijken te verschillen, tot het tweetalig N-kader. De bezetting vóór 1 januari 2003 zag er dan uit als volgt: N F tweetalig N tweetalig F hoofd instelling 1 hoofd departement 1 hoofd afdeling 4 3 1 1 totaal 5 3 2 1
- De taalkaders strekken ertoe om in elke dienst een evenwichtige verdeling tot stand te brengen per trap van de hiërarchie, welke verdeling steeds zo dicht mogelijk moet aanleunen bij het in abstracto vastgelegde evenwicht. Uit de genoemde bepalingen van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, inzonderheid die van artikel 43, § 3, eerste en tweede lid, volgt dan ook dat de benoemende overheid verplicht is om bij voorrang te benoemen in het taalkader waarvan het aantal effectief ingenomen betrekkingen het verst verwijderd is van het wettelijk vastgestelde aantal betrekkingen. Bij een benoeming binnen de eerste taaltrap dient zij bijgevolg een gelijke verhouding tussen beide taalrollen na te streven, en dit zowel tussen de eentalige kaders onderling als binnen het tweetalige kader. Slechts wanneer aan dat vereiste is voldaan, heeft de overheid de vrije keuze tussen kandidaten van verschillende taalrollen. In geen geval mag de overheid een bestaand onevenwicht versterken. De ruimste administratieve groep waarbinnen het taalevenwicht in ieder geval moet worden verwezenlijkt, overeenkomstig artikel 43, § 3, eerste en tweede lid, van de gecoördineerde wetten, wordt gevormd door de titularissen van de graden geplaatst op dezelfde trap van de hiërarchie, zoals die trap in het algemeen, of voor bepaalde diensten in het bijzonder, door de Koning is bepaald. Een loyale toepassing van het voornoemde artikel 43, § 3, eerste en tweede lid, vergt weliswaar dat de evenwichtige verdeling der betrekkingen zoveel mogelijk wordt doorgedreven, niet alleen per trap voor een hele dienst, maar ook per graad van eenzelfde trap en per afdeling van die dienst. Het evenwicht wordt immers niet alleen bepaald door het aantal toegekende betrekkingen, maar ook door het belang der betrekkingen, wat betekent dat, indien op een taaltrap betrekkingen van V-1662-10/13 verschillend belang bijeengebracht zijn, het evenwicht bepaald wordt niet alleen door het aantal, maar ook door de gewichtigheid van de ambten die aan iedere taalgroep zijn toegekend. Dit neemt echter niet weg dat het in de eerste plaats op het niveau van de taaltrap is, dat het evenwicht nagestreefd moet worden. Pas wanneer op dat niveau een evenwicht bereikt is, kan de bijkomende betrachting nagestreefd worden om ook op het niveau van de graden van de taaltrap het taalevenwicht zoveel als mogelijk te verwezenlijken.
- Voor de beoordeling van de vraag of de bestreden benoeming gebeurd is met inachtneming van de bepalingen in verband met de taalkaders, dient rekening te worden gehouden met de vijf andere benoemingen die op dezelfde dag als de bestreden benoeming zijn gebeurd. Ofwel zijn die benoemingen niet bestreden, ofwel zijn ze ondertussen definitief geworden. De wettigheid van die benoemingen kan in het kader van het voorliggende beroep dan ook niet meer betwist worden. Aldus moet ervan worden uitgegaan dat de werkelijke bezetting in de eerste taaltrap er op 1 januari 2003 uitzag als volgt: N F tweetalig N tweetalig F hoofd instelling 1 hoofd departement 2 hoofd afdeling 3 7 1 1 totaal 5 7 2 1 Nu de benoemende overheid verplicht was om op het niveau van de eerste taaltrap het taalevenwicht tussen de eentalige kaders zoveel als mogelijk te benaderen, diende zij, in het licht van die feitelijke toestand, een ambtenaar in het eentalig Nederlands kader te benoemen. Indien de benoeming zou gebeuren door opstoting vanuit de tweede taaltrap, zou de benoeming van een Nederlandstalige de verhouding brengen van 5 N / 7 F naar 6 N / 7 F; indien een Nederlandstalige kandidaat zou worden benoemd die, zoals de verzoeker, reeds behoorde tot de eerste taaltrap, zou de verhouding op 5 N / 7 F blijven. Door de tussenkomende partij, die tot de Franse taalrol behoort, te benoemen, heeft de verwerende partij het onevenwicht ten nadele van de Nederlandstaligen niet hersteld of gelijk gehouden, maar heeft zij dit onevenwicht V-1662-11/13 integendeel nog verergerd. De verhouding in de eerste taaltrap wordt door de bestreden benoeming immers gebracht van 5 N / 7 F op 5 N / 8 F. Aldus heeft de verwerende partij gehandeld in strijd met artikel 43, § 3, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken.
- Tegen die conclusie kan niet aangevoerd worden dat de benoeming van een Nederlandstalig ambtenaar tot gevolg zou hebben dat het onevenwicht ten nadele van de Franstaligen op het niveau van de departementshoofden, dat na de vijf andere benoemingen was toegenomen (2 N / 0 F), nog verder vergroot zou worden (3 N / 0 F). Het is immers, zoals hiervóór is uiteengezet, in de eerste plaats op het niveau van de hele taaltrap dat de pariteit moet worden nagestreefd, en pas als dat doel bereikt is, kan en moet bijkomend naar een evenwicht worden gestreefd op het niveau van de graden binnen die taaltrap, zoals de graad van departementshoofd.
- Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het koninklijk besluit van 18 februari 2003 waarbij René SNACKEN met ingang van 1 januari 2003 op het Franse taalkader benoemd wordt tot hoofd van het departement Epidemiologie-Toxicologie van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur. Artikel
- Dit arrest wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. V-1662-12/13 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie september 2009, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, J. JAUMOTTE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. V-1662-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.731 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.129.560 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.751 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.