← België

Arrest 195763 - Sport - 07/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.763 Rolnummer: A. 161581/IX-4857 Zaak: Arrest 195763 - Sport - 07/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-09 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:29 Fiche Arrest nr 195.763 van 7 september 2009 Onderwijs en cultuur - Sport Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.763 van 7 september 2009 in de zaak A. 161.581/IX-

  1. In zake : Hilde VAN DEUN, die woonplaats kiest bij advocaat P. GEUENS, kantoor houdende te MECHELEN, Koningin Astridlaan 143 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hilde VAN DEUN op 8 april 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Disciplinaire Raad voor medisch verantwoorde sportbeoefening van de Vlaamse Gemeenschap van 8 februari 2005 houdende de bevestiging van de beslissing van de Disciplinaire Commissie van 22 december 2004 waarbij haar gedurende een termijn van zes maanden verbod wordt opgelegd deel te nemen aan enige sportmanifestatie of aan de voorbereiding van een sportmanifestatie en zij veroordeeld wordt tot de kosten die aan de procedure verbonden zijn; Gelet op het arrest nr. 148.764 van 12 september 2005 waarbij de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt ingewilligd; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 21 oktober 2005 door de verzoekende partij; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; IX-4857-1/3 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 25 februari 2009; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 28 mei 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. De verzoeker heeft te dezen een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 28 maart 2009, dit is buiten de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het auditoraatsverslag. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de IX-4857-2/3 verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 7 september 2009, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-4857-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.763 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.764 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.