← België

Arrest 195766 - Overheidsopdrachten - 07/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.766 Rolnummer: A. 193653/XII-5916 Zaak: Arrest 195766 - Overheidsopdrachten - 07/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-08 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:29 Fiche Arrest nr 195.766 van 7 september 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.766 van 7 september 2009 in de zaak A. 193.653/XII-5916 In zake : de NV INTERPLANT, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te MECHELEN, Antwerpsesteenweg 16-18 tegen : de REGIE DER GEBOUWEN, die woonplaats kiest bij advocaat L. WYNANT, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 221 tussenkomende partij : de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT, die woonplaats kiest bij advocaat I. COOREMAN, kantoor houdende te BRUSSEL, Ninoofsesteenweg

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV INTERPLANT op 14 augustus 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : - de beslissing van 30 juli 2009 van de minister van Financiën waarbij de opdracht voor de aanneming van diensten "Tervuren : Koninklijk Museum Midden Afrika- Koloniënpaleis, Onderhoud Franse tuin, Park en beplantingswerken", bestek nr. 08/21.0705/178D wordt gegund aan de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT, en van - de impliciete beslissing om de offerte van de verzoekende partij voor deze opdracht niet te weerhouden; XII-5916-1/13 Gezien de nota en het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 augustus 2009, om 9.30 uur; Gezien het op 20 augustus 2009 ingediende verzoekschrift waarbij de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT vraagt in het administra- tief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel kan halen uit de bestreden beslissing; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. LAENEN, die, loco advocaat C. GYSEN, verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat L. WYNANT, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. COOREMAN, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
  2. In het Bulletin der Aanbestedingen van 5 juni 2008 wordt de dienstenopdracht categorie 12: "Tervuren Museum Midden Afrika - Koloniënpaleis: Onderhoud Franse Tuin, Park en beplantingswerken" aangekondigd. De gunningswijze is de openbare aanbesteding. De raming van de werken bedraagt 4.758.155,60 euro, BTW inbegrepen. De opdracht wordt beheerst door het bestek nr. 08/21.0705/178D. Het voorwerp van de opdracht wordt als volgt omschreven : "De opdracht betreft enerzijds het onderhoud van het Park en de Franse Tuin voor het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika en het Koloniënpaleis en anderzijds het onderdeel XII-5916-2/13 'Beplantingswerken' (cfr. Post 4.1 'Aanleg van éénjarige' - post 5 'Aanleg van knol- en bolgewassen' - post 6 'aanleg van bij groenaanleg bijhorende constructies')". De uitvoeringstermijn van de opdracht loopt van 1 november 2008 tot en met 31 oktober
  3. 1.
  4. Vijf kandidaten schrijven in. De BVBA BRANKAER doet het laagste bod met 3.107.865,42 euro, daarna volgen de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT met 3.645.579,06 euro en de verzoekende partij met 3.755.912,26 euro. Op 27 november 2008 wijst de verwerende partij de opdracht toe aan de verzoekende partij, na vastgesteld te hebben dat de inschrijving van de BVBA BRANKAER onregelmatig is wegens de abnormaal lage eenheidsprijzen en dat de inschrijving van de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT nietig is, aangezien zij niet voldoet aan de vereiste van de referenties, die op straffe van nietigheid van de offerte was voorgeschreven door het bijzonder bestek. 1.
  5. Op 23 december 2008 schorst de Raad van State de tenuitvoerlegging van de beslissing waarbij de inschrijving van de BVBA BRANKAER onregelmatig wordt verklaard wegens abnormale prijzen (arrest nr. 189.135) evenals de tenuitvoerlegging van de beslissing waarbij de offerte van de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT nietig wordt verklaard en waarbij de opdracht wordt toegewezen aan de verzoekende partij (arrest nr. 189.133). 1.
  6. Gevolg gevend aan de twee schorsingsarresten doet het bestuur het onderzoek van de inschrijvingen over. Bij de BVBA BRANKAER wordt nadere prijsverantwoording gevraagd en van de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT wordt informatie verkregen over de referentie Truman Hall (Amerikaanse ambassade) die zij had voorgesteld. Op grond van dat onderzoek stelt het bestuur in een technisch verslag van 23 juni 2009 en een aanbestedingsverslag van dezelfde datum voor : - dat de prijsverantwoording door de BVBA BRANKAER gedeeltelijk aanvaard wordt maar niet voor de totaalprijs -abnormaal laag- en de posten 40, 47 en 52 -lage eenheidsprijzen- en 41 en 45 -hoge eenheidsprijzen-, zodat de offerte "als abnormaal en bijgevolg als onregelmatig beschouwd (wordt)", - dat de referentie Truman Hall, aangebracht door de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT, aanvaard wordt en dat de aangeboden prijzen van deze BVBA regelmatig zijn. XII-5916-3/13 1.
  7. Met de (eerste) thans bestreden beslissing wijst de minister van Financiën op 30 juli 2009 de opdracht toe aan de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT, de tussenkomende partij, rekening houdend enerzijds met de onregelmatigheid van de offerte van de BVBA BRANKAER "omwille van haar abnormaal lage totaalprijs, lage en hoge eenheidsprijzen" en anderzijds met de regelmatigheid van de inschrijving van de tussenkomende partij, zoals vastgesteld in de verslagen van 23 juni
  8. 1.
  9. Met arrest nr. 195.765 van heden wordt de vordering tot schorsing, ingediend door de BVBA BRANKAER tegen de beslissing om haar inschrijving als onregelmatig te weren, bij ontstentenis van een aangevoerd ernstig middel, verworpen. Onderzoek van de ernst van het aangevoerde middel
  10. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend een oplossing moet krijgen.
  11. In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, van artikel 71 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, van de beginselen van behoorlijk bestuur in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, de materiële motiveringsplicht en het "patere legem quam ipse fecisti" beginsel. Tevens wordt verwezen naar machtsoverschrijding, in essentie omdat de bestreden beslissing er van uitgaat dat in de offerte van de tussenkomende partij twee aanvaardbare referenties werden vermeld van minstens 300.000 euro, excl. BTW, zodat voldaan is aan de kwalitatieve technische bekwaamheidsvereisten zoals opgegeven in de aankondiging en het bijzonder bestek, met name de referentie Brussels Expo en de referentie Truman Hall, terwijl uit de stukken van het dossier blijkt dat geen van beide referenties voldoet aan de voorwaarden van het bestek. Met name voldoet de XII-5916-4/13 referentie Brussels Expo aan die voorwaarden niet omdat het contract geen betrekking heeft op een park zoals het bestek dat omschrijft, omdat het ook geen "groenonderhoud" betreft aangezien het voor meer dan 25% betrekking heeft op andere prestaties en omdat het contract geen groot geheel betreft, maar een samenraapsel van verschillende kleine opdrachten waarvan het bedrag wordt bijeengeteld. Ook de referentie Truman Hall voldoet niet aan de voorwaarden van het bestek, aangezien op basis van de door de tussenkomende partij overgelegde facturen vastgesteld kan worden dat de prestaties betrekking hebben op verschillende contracten en dat de prestaties geleverd in de periode 2005 - 2008 geen 300.000 euro belopen. Minstens tonen de gegevens van het dossier -met name de vaststelling dat een referentie die zijzelf had voorgelegd geweerd werd omdat de prestaties niet binnen de referentieperiode geleverd waren- aan dat het bestuur de voorgelegde referenties niet zorgvuldig onderzocht heeft.
  12. De verwerende partij betwist in haar nota met opmerkingen dat de twee referenties, voorgelegd door de tussenkomende partij, verworpen hadden moeten worden. Zij voegt daaraan toe dat het onderzoek van de inschrijvingen wel degelijk met de nodige zorgvuldigheid gevoerd is. Zij heeft een minutieus onderzoek van de referenties gedaan en is tot de bevinding gekomen dat de tussenkomende partij twee valabele referenties "in orde" heeft verstrekt. De kritiek van de verzoekende partij ten aanzien van die weerhouden referenties weerlegt zij als volgt : • - wat de referentie Brussels Expo betreft : Het gaat wel degelijk om een park in de zin van het bestek, want het betreft een publieke wandelplaats met bomen en heesters, waarop wel degelijk groen aanwezig is; het overgelegde attest mist bewijskracht, want de opdracht waarop het overgelegde attest betrekking heeft is veel ruimer, zowel geografisch als inhoudelijk. Het gaat ook om groenonderhoud - slechts 25% heeft betrekking op andere prestaties-, hetgeen blijkt uit de terminologie van het voorgelegde attest en uit het feit dat geen "andere prestaties" in het attest opgenomen zijn. Ook wat dat betreft zijn de foto's van de verzoekende partij misleidend, omdat de opdracht ook gaat over groenzones tussen de parkings, paleizen en andere gebouwen die deel uitmaken van het expositiepark. Ten slotte heeft het attest betrekking op een opdracht van 405.440 euro die liep van 2004 tot 2007, C - wat de referentie Truman Hall betreft : Het gaat om een contract met een waarde van 300.000 euro dat uitgevoerd werd in de laatste drie jaar voor de publicatie van de opdracht, te weten 28 mei
  13. Uit de overgelegde facturen voor de vereiste periode van drie jaar blijkt duidelijk dat het vereiste bedrag wel degelijk gehaald werd. XII-5916-5/13
  14. De tussenkomende partij stelt, wat de referentie Brussels Expo betreft, dat het desbetreffende contract wel degelijk betrekking heeft op een park. Het tentoonstellingspark rondom de Eeuwfeestpaleizen is door aanplanting met bomen en heesters als publieke wandelplaats ingericht en het betalen van inkom is ter zake niet decisief. Dat er verhardingen zijn aangebracht ontneemt de site het karakter van park niet, aangezien de 25% -regel betrekking heeft op de aanleg van verhardingen en infrastructuurwerken en haar contract volledig toegespitst is op het onderhoud, ook van de verhardingen hetgeen binnen de bepalingen van het bestek ligt. Ook begrepen als een verfraaid terrein rondom een kasteel -het Eeuwfeestpaleis is een paleis en de omgeving errond is door kunstmatige aanleg verfraaid en wordt aangeduid als het "tentoonstellingspark"- voldoet het contract aan het begrip "park". Uit de bestelbonnen die zij overlegt blijkt voorts dat het contract met Brussels Expo voor het onderhoud van de omgeving van de tentoonstellingshallen -het onderhoud van Bruparck wordt door afzonderlijke contracten geregeld- betrekking heeft op groenonderhoud. Het contract met Brussels Expo is ook geen samenraapsel van verschillende contracten, want het gaat om een contract dat in 2003 afgesloten is en dat jaarlijks verlengd wordt en dat aldus het karakter heeft van een contract van onbepaalde duur. Overigens sluit het bestek niet uit dat het contract bestaat uit verschillende bestelbonnen. In de periode van 28 mei 2005 tot 28 mei 2008 is aldus voor een bedrag van 368.924 euro gefactureerd, zodat de verwerende partij terecht de referentie in overeenstemming met het bestek bevonden heeft. Wat betreft de referentie Truman Hall, stelt de tussenkomende partij dat de documenten waarnaar de verzoekende partij verwijst, geen volledig beeld van de situatie geven omdat zij ertoe strekken aan te tonen dat zij over een contract beschikte dat liep tot 2007 en niet tot
  15. Uit de overige stukken die zij nu voorlegt blijkt dat zij in de gevraagde periode op basis van 2 contracten voor een bedrag van 305.140,41 euro gefactureerd heeft en dat alle werken betrekking hebben op groenonderhoud. Zij voegt daaraan toe dat zij volgens het bestek enkel een contract moet voorleggen van minstens 300.000 euro dat uitgevoerd werd in de laatste drie jaar. De uitvoering van een contract in die periode volstaat. Er moet niet aangetoond worden dat in dezelfde periode het contract volledig uitgevoerd is of dat er voor 300.000 euro gefactureerd werd. Zij legt het vereiste bewijs voor zodat deze referentie voldoet aan het bestek.
  16. Artikel 71 van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari 1996 bepaalt dat, om de technische bekwaamheid van de inschrijver te onderzoeken, van de inschrijver een "lijst van de voornaamste diensten uitgevoerd tijdens de laatste XII-5916-6/13 drie jaar" gevraagd kan worden. Het bestek nr. 08/21.0705/178D (pag. 15) bepaalt ter zake het volgende : "
  17. Referenties : Technische bekwaamheid : De aanbestedende overheid eist de indiening van hetzij 1 hetzij 2 referenties (cfr. infra) met betrekking tot een opdracht van groenonderhoud uitgevoerd in gemeentelijke, provinciale, regionale of federale parken of uitgevoerd in parken, toebehorend aan de privé-sector. De op te geven referenties moeten betrekking hebben op 'groenonderhoud' in 'parken'. Onder 'park' wordt verstaan : Terrein dat men door beplanting met bomen en heesters tot publieke wandelplaats heeft ingericht en/of een terrein bij of om een kasteel of landhuis dat door vijvers en/of kunstmatige aanleg verfraaid werd. De referenties moeten betrekking hebben op het 'groenonderhoud' (inclusief beplantingen) van parken, d.w.z. dat ze slechts voor 25 % betrekking mogen hebben op andere prestaties b.v.b. infrastructuurwerken, rioleringswerken, aanleg van wegen, afbakeningen, ... De inschrijvers moeten het bewijs leveren van goede uitvoering : * hetzij van 2 contracten van groenonderhoud (cfr. supra) van parken (cfr. supra) van minstens 300.000 euro (excl. BTW), uitgevoerd in de laatste drie (nvdr, cfr. art. 71, waarvan niet kan worden afgeweken!) jaar voor de datum van publicatie van deze opdracht; * hetzij van 1 contract van groenonderhoud (cfr. supra) van parken (cfr. supra) van minstens 600.000 euro (excl. BTW) en uitgevoerd in de afgelopen drie jaar voor de datum van publicatie van deze opdracht. De getuigschriften van goede uitvoering van de vermelde contracten bevatten het bedrag, het tijdstip en de plaats van uitvoering van de opdrachten en de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. Ze geven duidelijk weer of ze op een regelmatige wijze tot algehele voldoening tot een goed einde worden gebracht. In dit verband kan enkel het model van getuigschrift, welke als bijlage nr. 2 is toegevoegd aan het offerteformulier, worden aanvaard. Indien het diensten aan overheden betreft worden de diensten aangetoond door certificaten die door de bevoegde overheid zijn opgesteld of goedgekeurd. Indien het gaat om diensten aan privaatrechtelijke personen worden de certificaten opgesteld door deze personen of, bij ontstentenis door een verklaring van de inschrijver. Gelet op het prestige van het Park van Tervuren zijn deze referenties van uitzonderlijk belang en worden op straffe van nietigheid van de offerte voorgeschreven. (nvdr voor referenties in privé-parken volstaat een verklaring van de dienstverlener wel, die eventueel nader kan worden onderzocht, cfr. letterlijk art. 71)".
  18. De verwerende noch tussenkomende partij betwist dat de inschrijving van de tussenkomende partij slechts voor regelmatig gehouden kan worden indien de beide referenties die hier ter discussie staan voldoen aan de voorwaarden van het bestek. Voorts zijn alle partijen het erover eens dat de referentieperiode die voor de onderhavige zaak in aanmerking genomen moet worden loopt van 28 mei 2005 tot 28 mei
  19. XII-5916-7/13 XII-5916-8/13
  20. In het technisch verslag van 23 juni 2009 is uiteengezet dat de door de tussenkomende partij overgelegde referentie Truman Hall, rekening houdend met de door de tussenkomende partij overgelegde stukken, nu wel aanvaard kon worden. Er wordt met name gesteld dat zij "een volledige set facturen voor de periode 2002 tot 2008 overhandigd (heeft) als bewijs dat (het onderhoudscontract) wel degelijk loopt tot 2007 en niet 2004 en dit voor een bedrag van 586.127,31 i (excl. BTW). De datum voor de uitvoeringsperiode van de referentie Truman Hall te Vossem werd bijgevolg aangepast aan de correcte uitvoeringsperiode 2002-2007 en wordt aanvaard". Ook de tweede referentie van de tussenkomende partij, Brussels Expo, waaromtrent een bedrag van 405.440 euro en een uitvoeringsperiode van 2004 tot 2007 naar voren was geschoven, wordt "in orde" bevonden.
  21. De verzoekende partij acht de referentie Truman Hall niet conform het bestek omdat de facturen, die het uitvoeren van de opdracht gedurende de laatste drie jaar moeten bewijzen, betrekking hebben op twee contracten (S-BE-200-02-C- 0040 en S-BE-200-08-C-0002) en op "losse opdrachten", terwijl het bedrag van 300.000 euro "per contract (moet) worden afgetoest" en het contract S-BE-200-02-C- 0040 voor de periode van 28 mei 2005 tot 28 mei 2008 slechts 181.665,42 euro beloopt. Zij benadrukt dat moet worden gekeken naar de "waarde van de prestaties verricht binnen de opgegeven periode" en verwijst daarvoor naar de beoordeling van haar eigen offerte, waarin de verwerende partij een referentie niet aanvaard heeft omdat in de referentieperiode geen 300.000 euro gepresteerd kon zijn.
  22. Volgens de geldende reglementering strekt het overleggen van referenties ertoe de technische bekwaamheid van de inschrijvers na te gaan. Artikel 71 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 laat het bestuur daarvoor toe een "lijst van de voornaamste diensten uitgevoerd tijdens de laatste drie jaar" op te vragen. Het bestek van de onderhavige opdracht vermeldt aldus dat de inschrijvers het bewijs moeten leveren van de goede uitvoering van contracten van groenonderhoud in parken -begrippen waarvan de inhoud in het bestek omschreven wordt-, van de laatste drie jaar en ter waarde van minstens 300.000 euro. In geval een contract minstens 600.000 euro beloopt volstaat één referentie, in het andere geval moeten twee referenties voorgelegd worden.
  23. Met dit voorschrift ligt duidelijk de bedoeling voor dat het bestuur zich kan vergewissen van de technische bekwaamheid van de inschrijver teneinde enige garantie te verkrijgen dat de opdracht naar behoren uitgevoerd zal worden. In dat kader is de vraag naar de uitvoering van de werken belangrijker dan het onderzoek XII-5916-9/13 van formele aspecten van de overeenkomst. Het bestuur wil met name vernemen of de inschrijver in staat is geweest om gedurende de referentieperiode een opdracht met een bepaalde omvang -de inschrijver mag daarbij kiezen tussen één zeer belangrijke opdracht, dan wel twee opdrachten van minder grote omvang- naar behoren uit te voeren. In de huidige stand van de rechtspleging wordt dan ook aangenomen dat de bedragen van de referenties betrekking moeten hebben op gelijkaardige diensten -te dezen groenonderhoud in een park- die voor een bepaalde opdrachtgever verricht zijn gedurende een aaneensluitende periode binnen het referentietijdperk.
  24. Wat de Truman Hall-referentie betreft, blijkt uit de aan de Raad van State overgelegde stukken, en met name de "Historiek van 28/05/2005 tot 28/05/2008" en de bijgevoegde stavende facturen en bestelbonnen uit die periode, dat de tussenkomende partij een bedrag van 305.140,41 euro aan de Amerikaanse ambassade aangerekend heeft voor prestaties in de tuinen van de Truman Hall in de periode mei 2005 tot mei
  25. In de actuele stand van de rechtspleging wordt dan ook aangenomen dat de verwerende partij de betreffende referentie wel degelijk mocht aanvaarden.
  26. Wat de Brussels Expo-referentie betreft stelt de Raad van State vast dat uit de met betrekking tot die opdracht overgelegde historiek door de tussenkomende partij, zij op basis van opeenvolgende jaarcontracten met de VZW PARC DES EXPOSITIONS DE BRUXELLES, in de periode mei 2005 tot mei 2008 prestaties verricht heeft ten belope van 368.924 euro en dat de referentie derhalve op dat vlak voldeed aan de voorwaarde van het bestek.
  27. Met betrekking tot de referentie Brussels Expo voert de verzoekende partij nog aan dat de opdracht niet voldeed aan de definitie die het bestek geeft van de begrippen "park" en "groenonderhoud".
  28. Wat de vraag betreft of die referentie betrekking heeft op een "park", legt de verzoekende partij als stuk 16 "documenten en foto's" voor en als stuk 17 een offerte van de tussenkomende partij om van juli 2006 tot en met juni 2007 in te staan voor "het algemeen onderhoud van de omgeving van de paleizen en de parkings", om aan te tonen dat het gaat om een "louter (...) verharde omgeving waarin hier en daar een aantal bomen / planten staan" en dat de locatie niet als een "publieke XII-5916-10/13 wandelplaats" beschouwd kan worden. De verwerende en de tussenkomende partijen verwerpen de bewijskracht van de foto's omdat zij betrekking hebben op Bruparck, dat niet tot de opdracht behoorde, en stellen dat de opdracht "zowel geografisch als inhoudelijk" veel ruimer was dan wat de verzoekende partij aanbrengt en aldus ook sloeg op het "snoeien van bomen, heesters, rozen, onderhoud van de grasperken, vervangen van dode planten, ...".
  29. De met het verzoekschrift overgelegde foto's hebben inderdaad betrekking op Bruparck, dat volgens de verwerende en de tussenkomende partij buiten de referentieopdracht ligt. De verzoekende partij heeft vervolgens aan de Raad van State nog andere foto's bezorgd die weinig te maken hebben met een park in de traditionele zin van het woord, maar daar legt de tussenkomende partij dan weer andere foto's tegenover. In die omstandigheden meent de Raad van State groot belang te kunnen hechten aan het door de verzoekende partij overgelegde bewijsstuk -stuk 17/18- waarin zij zelf verwijst naar een offerte die wel degelijk als groenonderhoud van een park bestempeld kan worden -met name snoeien van bomen, heesters en rozen, onderhoud van grasperken, opruimen en vervangen van dode planten-. Dat gegeven in acht nemend, kan de Raad van State in de huidige stand van het geding niet besluiten dat de onderhoudsopdracht die de tussenkomende partij voor Brussels Expo uitgevoerd heeft in geen geval onder de begripsbepaling van het bestek gebracht kon worden. De verzoekende partij lijkt immers ook niet te betwisten dat een deel van het te onderhouden domein permanent toegankelijk is voor het publiek. De omstandigheid dat het publiek voor een bepaald deel van het domein inkom moet betalen, is geen maatstaf voor de kwalificatie van het domein als park.
  30. De verzoekende partij stelt ook vast dat de prestaties van de tussenkomende partij voor Brussels Expo geen groenonderhoud betreft omdat "meer dan 25% betrekking (heeft) op andere prestaties, zoals bvb infrastructuurwerken, rioleringswerken, aanleg van wegen, afbakeningen, ...". Zij leidt dit af uit het stuk 17 dat zij overlegt -de offerte van de tussenkomende partij- waarin -punt 1.2.2.- gehandeld wordt over "preventieve behandelingen van planten met insecticiden en van het behandelen met herbicides van de trottoirs, parkings en hun toegangswegen, verharde oppervlakten, edm". Terecht antwoorden de verwerende en de tussenkomende partijen daarop dat het bestek toelaat dat de opdracht voor 25% uit dergelijke werken bestaat en dat de verzoekende partij niet aantoont dat die norm in de referentieopdracht overschreden zou zijn. In ieder geval bewijst de opdracht om planten en verhardingen met insecticiden en herbiciden te behandelen op zich niet dat het contract voor minder dan 75% op echt groenonderhoud betrekking zou hebben. XII-5916-11/13
  31. Op basis van de beoordelingselementen waarover de Raad van State thans beschikt wordt vastgesteld dat niet aangetoond wordt dat de door de verwerende partij aanvaarde referenties van de tussenkomende partij niet voldoen aan de voorwaarden van het bestek, zoals zij hier uitgelegd worden. De verwerende partij heeft voorts ook geen kennelijk onredelijk gebruik gemaakt van de beoordelingsvrijheid die zij ter zake bezit. Het enig middel is niet ernstig, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  32. Het verzoek tot tussenkomst van de BVBA ESTATE AND LANDSCAPE MANAGEMENT in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  33. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  34. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-5916-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven september tweeduizend en negen, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. XII-5916-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.766 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.224.112 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.