id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.768 Rolnummer: A. 142889/X-11607 Zaak: Arrest 195768 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-09 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:29 Fiche Arrest nr 195.768 van 7 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.768 van 7 september 2009 in de zaak A. 142.889/X-11.
- In zake : Brigitte LUYCK, die woonplaats kiest bij advocaat G. KINDERMANS, kantoor houdende te 3870 HEERS, Steenweg 161 tegen : de deputatie van de provincieraad van LIMBURG. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Brigitte LUYCK op 20 oktober 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 augustus 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende de verwerping van haar beroep tegen het besluit van 22 januari 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken, en waarbij haar de vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van een woning aan de Lindestraat 37 te Alken, kadastraal bekend sectie K, nr. é/p; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 27 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 april 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-11.607-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. DE STAERCKE, die loco advocaat G. KINDERMANS verschijnt voor de verzoekster, en van bestuurssecretaris I. WILLEMS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.Feiten 1.
- De verzoekster is eigenares van een onroerend goed gelegen te Alken, Lindenstraat 37, kadastraal bekend sectie K, nr. 223/p. 1.
- Dat perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk gelegen in agrarisch gebied. Het is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan en evenmin binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling. 1.
- Op 13 september 2001 veroordeelt het Hof van Beroep van Antwerpen de verzoekster voor de wederrechtelijke “afbraak en heropbouw van een woning” die is gelegen op het voormelde perceel. Het hof beveelt daarbij “de plaats in de vorige staat te herstellen door de nieuwe woning te slopen”. In het arrest wordt ondermeer overwogen dat de “beklaagden ten onrechte aanvoeren dat zij slechts restauratiewerken en/of renovatiewerken uitvoerden” en dat “uit het dossier duidelijk blijkt dat het vroegere huis volledig werd afgebroken en dat een volledig nieuw huis werd gebouwd, dat aanzienlijk van het vorige verschilt”. 1.
- De op 26 september 2001 tegen dat arrest ingestelde voorziening in cassatie, wordt op 11 juni 2002 door het Hof van Cassatie verworpen. X-11.607-2/4 1.
- De verzoekster dient op 20 maart 2002 (datum van het ontvangstbewijs) bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken een aanvraag in tot het verkrijgen van “een bouwvergunning voor (de) regularisatie (van het) verbouwen (van een) woonhuis” dat is gelegen op het voormelde perceel. 1.
- In zijn ongunstig advies van 10 december 2002 stelt de gemachtigde ambtenaar ondermeer dat “de aanvraag niet voldoet aan de uitzonderingsbepalingen van art. 145bis” van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) omdat “de oorspronkelijke woning in slechte staat (verkeerde) en (...) bij de eerste aanvraag als verkrot (was) te beschouwen”. 1.
- Daarop weigert het college van burgemeester en schepenen op 22 januari 2003 de gevraagde vergunning. 1.
- Het beroep dat de verzoekster daartegen instelt, wordt bij het bestreden besluit van 14 augustus 2003 door de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg niet ingewilligd. 2.Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat het beroep van de verzoekster niet ontvankelijk is wegens gebrek aan het rechtens vereiste wettig belang. Ze stelt daartoe in essentie dat, zelfs indien het bestreden besluit zou worden nietigverklaard op straffe van schending van het gezag van gewijsde van het arrest van het Hof van Beroep van 13 september 2001, ze de stedenbouwkundige vergunning zal moeten weigeren. 2.
- Het arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 13 september 2001 is, ingevolge de verwerping van de voorziening in cassatie door het Hof van Cassatie bij arrest van 11 juni 2002, in kracht van gewijsde getreden. Het gezag van gewijsde van dat arrest alsook het grondwettelijk beginsel van de scheiding der machten verzetten zich ertegen dat de verwerende partij, bij ongewijzigde planologische omstandigheden, een stedenbouwkundige vergunning X-11.607-3/4 verleent tot regularisatie van werken waarvan, bij de voormelde uitspraak, het wederrechtelijk karakter is vastgesteld en de afbraak is bevolen met het oog op het herstel van de plaats in de vorige toestand. Er blijken geen dergelijke omstandigheden. De verzoekster doet bijgevolg niet blijken van het rechtens vereiste wettig belang bij de gevorderde vernietiging. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven september 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.607-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.768 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div