id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.782 Rolnummer: A. 76304/X-7854 Zaak: Arrest 195782 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-15 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:30 Fiche Arrest nr 195.782 van 7 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.782 van 7 september 2009 in de zaak A. 76.304/X-
- In zake : de v.z.w. NATUURPUNT SCHIJNVALLEI, gevestigd te 2970 SCHILDE, Kerkelei 10 tegen :
- de stad ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat R. POCKELE-DILLES, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat 1,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij : de c.v.a. MARESCROON, die woonplaats kiest bij advocaat M. BALLON, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. NATUURPUNT SCHIJNVALLEI op 7 november 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 maart 1997 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen waarbij aan de c.v.a. MARESCROON de bouwvergunning wordt verleend voor het aanleggen van sportvelden op een perceel gelegen te Deurne, Ruggeveldlaan, kadastraal bekend sectie B, nr. 167/t en volgende; Gelet op het arrest nr. 73.211 van 22 april 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-7854-1/4 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting op 12 juni 1998 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 22 oktober 1998 ingediend door de c.v.a. MARESCROON; Gelet op de beschikking van 25 november 1998 die de tussenkomst van de c.v.a. MARESCROON toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 21 augustus 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen, en gezien de laatste memories van de verzoekende partij en van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 6 februari 2009 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 6 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 maart 2009; Gelet op de beschikking van 20 februari 2009 waarbij de beschikking van 6 februari 2009 houdende vaststelling van de zaak op 13 maart 2009 wordt ingetrokken en de terechtzitting bepaald wordt op 15 mei 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DILLEN, die loco advocaat R. POCKELE-DILLES verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat A. CLAES, die loco advocaat J. CLAES verschijnt voor de tweede X-7854-2/4 verwerende partij, en van advocaat K. CLAES, die loco advocaat M. BALLON verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord adjunct-auditeur P. T’KINDT, daartoe gemachtigd bij beslissing van 2 april 2009 van de adjunct-auditeur-generaal, in zijn eensluitend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De verzoekende partij heeft geen antwoord gegeven op de vraag naar haar belang die haar namens de kamervoorzitter is gesteld bij brief van 22 oktober
- Door deze brief onbeantwoord te laten en aldus de rechter haar medewerking te onthouden, geeft de verzoekende partij blijk van een gebrek aan belangstelling voor en belang bij het door haar ingediende beroep. De verzoekende partij was bovendien niet vertegenwoordigd ter terechtzitting. Er dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij niet doet blijken van het door de wet vereiste actueel belang en dat het beroep niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-7854-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven september 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-7854-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.782 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.73.211 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div