id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.790 Rolnummer: A. 184022/X-13333 Zaak: Arrest 195790 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-15 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:30 Fiche Arrest nr 195.790 van 7 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 195.790 van 7 september 2009 in de zaak A. 184.022/X-13.
- In zake : Marianne VAN HULLE, die woonplaats kiest bij advocaat S. SERGEANT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Zwijnstraat 3 tegen :
- de gemeente BEERNEM, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Baron Ruzettelaan 27,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, Archimedesstraat
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. WIMIEKO, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN WYNSBERGE, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Diestsevest
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Marianne VAN HULLE op 15 juni 2007 heeft ingediend, en waarin zij de nietigverklaring vordert van het besluit van 13 april 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beernem waarbij aan de b.v.b.a. WIMIEKO de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een vleesvarkensstal op een perceel gelegen te Oedelem, Danegemstraat 13, kadastraal bekend sectie B, nrs. 1043 en 1044/a; Gelet op het arrest nr. 177.548 van 3 december 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-13.333-1/5 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 11 januari 2008 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 5 juli 2007 ingediend door de b.v.b.a. WIMIEKO; Gelet op de beschikking van 15 februari 2008 die de tussenkomst van de b.v.b.a. WIMIEKO toelaat; Gelet op de kennisgeving van de memories van antwoord aan de verzoekende partij op 7 april 2008; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 13 augustus 2008, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 1 april 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 15 mei 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. ALEXANDER, die loco advocaat S. SERGEANT verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat F. TEMMERMAN, die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat K. VAN WYNSBERGE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord adjunct-auditeur P. T’KINDT, daartoe gemachtigd bij beslissing van 2 april 2009 van de adjunct-auditeur-generaal, in zijn eensluitend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-13.333-2/5 OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een afschrift van de memories van antwoord aan de verzoekster heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend die niet bij ter post aangetekende brief werd verzonden. Zij ondersteunt haar verzoek om te worden gehoord onder meer als volgt : “Ik meen dat U tijdig een memorie van wederantwoord werd toegezonden. Afschrift van de memorie van antwoord van verwerende partij ontvingen wij met uw schrijven dd 03 april op 08.04.2008 (bijgevoegd). Onze memorie van wederantwoord werd toegezonden op 02.06.2008, hetzij binnen de termijn van 60 dagen na ontvangst van de memorie van antwoord. (termijn gerekend vanaf ontvangst)”. Krachtens artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State, moeten alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij een ter post aangetekende brief. Uit het verslag aan de Regent, dat voorafgaat aan dit besluit, blijkt onder meer dat de bedoeling van dit voorschrift is vaste datum te geven aan de aan de Raad van State toegezonden processtukken en dat dit voorschrift van openbare orde is. Wanneer de verzoekster betwist dat de memorie van wederantwoord niet aangetekend werd verstuurd, dient zij hiertoe minstens een begin van bewijs aan te brengen. Zij doet dit niet. De enveloppe waarin de memorie van wederantwoord zich bevond werd weliswaar voldoende gefrankeerd om aangetekend te worden verzonden, doch bevat voorts geen enkele indicatie waaruit zou kunnen blijken dat het een aangetekende zending betrof. Er is geen streepjescode terug te vinden op de betrokken enveloppe. De verzoekster legt ook het bewijs van afgifte niet voor. Aangezien zowel de streepjescode op de enveloppe als het bewijs van afgifte ontbreken, kan niet worden aangenomen dat de memorie van wederantwoord aangetekend werd verzonden. Ook de vermelding “aangetekend” op de begeleidende brief bij de memorie van wederantwoord bewijst niets omtrent de daadwerkelijke aantekening ter post van die memorie. X-13.333-3/5 De verzoekster toont niet aan dat het niet aangetekend verzenden van de memorie van wederantwoord te wijten is aan overmacht. Wel kan worden aanvaard dat een procedurestuk ook vaste datum kan verkrijgen door een ter post aangetekend schrijven van de griffie waarin deze melding maakt van het bedoelde procedurestuk. Een kennisgeving bij gewone brief laat daarentegen niet toe aan een niet ter post aangetekende zending alsnog vaste datum te verlenen. In casu werd de memorie van wederantwoord door de griffie bij gewone brief aan de verwerende en de tussenkomende partijen meegedeeld vermits de kennisgeving van die memorie geen termijn doet ingaan. De memorie van wederantwoord heeft bijgevolg geen vaste datum verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van het voornoemde besluit van de Regent. Er kan bijgevolg geen rekening mee worden gehouden. Krachtens het voornoemde artikel 21, tweede lid dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt. Het beroep is niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-13.333-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven september 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.333-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.790 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.548 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div