← België

Arrest 195859 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.859 Rolnummer: A. 147726/X-11769 Zaak: Arrest 195859 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-16 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:31 Fiche Arrest nr 195.859 van 9 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.859 van 9 september 2009 in de zaak A. 147.726/X-11.

  1. In zake : de n.v. FLANDERS SURPLUS, die woonplaats kiest bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. FLANDERS SURPLUS op 17 februari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 december 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 6 februari 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan haar de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor “de verbouwing van en in een bestaand vergund industrieel gebouw” gelegen te Zulte, Leiestraat 88, op een perceel kadastraal bekend sectie A, nrs. 104/f en 107/l; Gelet op het arrest nr. 133.445 van 2 juli 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 5 augustus 2004 ingediend door de n.v. FLANDERS SURPLUS; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-11.769-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 1 december 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. WINDERICKX, die loco advocaat P. JONGBLOET verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat Y. FRANÇOIS, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De feiten 1.
  4. Op 17 april 2001 (datum van het ontvangstbewijs) dient de n.v. FLANDERS SURPLUS bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zulte een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor de “verbouwing van en in (een) bestaand vergund industrieel gebouw” gelegen te Zulte, Leiestraat 88, op een perceel kadastraal bekend sectie A, nrs. 104/f en 107/l. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij het koninklijk besluit van 24 februari 1977 vastgesteld gewestplan Oudenaarde is het betrokken X-11.769-2/6 perceel gelegen, deels over een diepte van 50 meter in woongebied, en deels in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het is niet gelegen binnen het beheersingsgebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, en maakt evenmin deel uit van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling. 1.
  5. Op 12 september 2001 brengt de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies uit om reden dat de aanvraag in strijd is met de gewestplanbestemming en geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 145bis, § 2 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. 1.
  6. Bij besluit van 24 september 2002 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zulte de gevraagde vergunning op grond van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar. 1.
  7. Bij besluit van 6 februari 2003 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het beroep van de n.v. FLANDERS SURPLUS tegen voormeld weigeringsbesluit in en verleent de gevraagde vergunning. 1.
  8. Op 2 april 2003 stelt de gemachtigde ambtenaar beroep in tegen dit besluit bij de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening. 1.
  9. Bij het thans bestreden besluit van 12 december 2003 willigt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie het beroep van de gemachtigde ambtenaar in en vernietigt het besluit van 6 februari 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen.
  10. Ontvankelijkheid - belang 2.
  11. De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partij geen belang heeft “bij het inroepen van de schending van artikel 53, § 2 van het Coördinatiedecreet” nu het door de gemachtigde ambtenaar ingestelde beroep beantwoordt aan de thans van toepassing zijnde bepalingen van artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, X-11.769-3/6 zoals gewijzigd bij decreet van 21 november 2003 (hierna : het gecoördineerde besluit). 2.
  12. De exceptie houdt verband met het onderzoek van het ingeroepen middel.
  13. Ten gronde - enig middel 3.
  14. Uiteenzetting van het middel In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 53, § 2 van het gecoördineerde decreet, “ Doordat, het bestreden besluit werd genomen ingevolge het beroep dat de gemachtigde Ambtenaar voor de Provincie Oost-Vlaanderen op 2 april 2003 instelde tegen het Besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen dd. 6 februari 2003, houdende inwilliging van het beroep van verzoeker, en voorwaardelijke aflevering van de vergunning, En doordat, bij het bestreden besluit het door de Gemachtigde Ambtenaar ingestelde beroep uitdrukkelijk ontvankelijk wordt verklaard. En doordat, uit dit beroep van de gemachtigde ambtenaar voor de Provincie Oost-Vlaanderen, waarvan verzoeker bij brief dd. 2 april 2003 kopie toegestuurd kreeg, lijkt te moeten worden opgemaakt dat dit beroep niet vergezeld was van enig dossier (de brief vermeld immers bijlage : ///); En doordat, echter uit het administratief dossier blijkt dat, gelijktijdig met het beroepschrift, doch bij afzonderlijk schrijven, eveneens gericht aan de Minister bevoegd voor ruimtelijke ordening, ‘in navolging van het bovengenoemd beroepsschrift’, in bijlage het dossier wordt bezorgd; Terwijl, artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 vereist dat de Gemachtigde Ambtenaar op straffe van onontvankelijkheid het beroep dat hij bij de Vlaamse Regering instelt tegelijkertijd dient te notificeren aan de houder van de vergunning, En terwijl, uit de rechtspraak van Uw Raad blijkt dat notificatie van kopie van dit beroep behelst notificatie van het beroep met al zijn bijlagen, en dat de notificatie van deze bijlagen geldt als substantieel vormvoorschrift, zodat de niet-medebetekening aan de houder van de vergunning van de stukken die de Gemachtigde Ambtenaar in bijlage bij zijn beroep overmaakt aan de Vlaamse Regering de onontvankelijkheid van dit beroep tot gevolg heeft (...); En terwijl, in de geest van de hierboven geciteerde rechtspraak van Uw Raad de gelijke behandeling van de partijen helemaal niet gerespecteerd is, wanneer in het beroepsschrijven waarvan de titularis van de bestreden vergunning copie ontvangt opzettelijk de verkeerde indruk wordt gewekt dat bij dit beroep helemaal geen bijlagen horen, doch wanneer tegelijkertijd, en gewild buiten het weten van de titularis van de bestreden vergunning om aan de Minister een aantal bijlagen worden overgemaakt ‘in navolging van bovengenoemd’ beroepsschrift, En terwijl, immers zodoende de titularis van de bestreden vergunning door de vernoemde indruk van het ontbreken van bijlagen bij het beroepsschrift helemaal niet geneigd is voorafgaandelijk aan de geplande hoorzitting het dossier in te kijken, daar waar in werkelijkheid dit dossier doorspekt kan zijn X-11.769-4/6 met bijlagen die de gemachtigde ambtenaar de bevoegde Minister ‘in navolging van zijn beroep’ doch buiten het weten om van de titularis van de bestreden vergunning heeft gestuurd’, en waarvan de betrokkene niet eens het bestaan afweet, En terwijl, aldus, de wetgever die volgens de rechtspraak van Uw Raad de gelijke toesturing van de bij het beroepsschrift horende bijlagen in het kader van de behandeling op gelijke voet van de partijen dermate belangrijk acht dat ze geldt als substantieel vormvoorschrift, onmogelijk kan hebben gewild dat daarentegen de nasturing van de bij het beroep horende bijlagen buiten het weten van de rechtsonderhorige om de ontvankelijkheid van het beroep niet zou aantasten, Zodat, de gemachtigde Ambtenaar door de bijlagen van het beroep dat hij bij de Vlaamse regering instelde niet tegelijkertijd te notificeren aan verzoeker, doch door in tegendeel deze bijlagen buiten het weten van beroepster om na te sturen, de door artikel 53, § 2 van het Decreet betreffende de Ruimtelijke Ordening zoals gecoördineerd op 22 oktober 1996 beoogde gelijkheid van procespartijen heeft geschonden, waardoor een substantieel vormvoorschrift werd geschonden en de Minister door bij het bestreden besluit het beroep dat de Gemachtigde Ambtenaar instelde ontvankelijk te verklaren de in het middel vermelde bepaling heeft geschonden”. 3.
  15. Onderzoek van het middel 3.2.
  16. Artikel 53, § 2, eerste lid van het gecoördineerde decreet, zoals het van toepassing was op het ogenblik dat het bestreden besluit werd genomen, bepaalt: “§
  17. Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Koning in beroep komen binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt terzelfdertijd ter kennis van de aanvrager en van de Minister gebracht. Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien kennis aan het college”. 3.2.
  18. De verzoekende partij betwist niet dat het beroepschrift dat de gemachtigde ambtenaar aan de minister heeft gezonden, terzelfdertijd aan haar ter kennis werd gebracht. 3.2.
  19. Dit beroepschrift vermeldt onder de rubriek “bijlage” enkel “///”. Het is gemotiveerd als volgt: “De bestendige deputatie weerlegt ons argumenten niet inzake de bestemmingswijziging, zoals omschreven in ons advies dd. 12-9-
  20. De aanvraag voorziet een aanzienlijke wijziging van de bestaande activiteiten. Er wordt voorzien in de uitbouw van een aanzienlijk commercieel aspect: een deel van de gebouwen wordt ingericht als toonzaal, ontvangst, wachtplaats, X-11.769-5/6 administratie. Ook het vermoeden dat de administratieve ruimte op de eerste verdieping de facto bedoeld is als woning blijft bestaan. Alle motieven waarop dit beroep rust zijn in dit beroepschrift opgenomen. Bij dit beroepschrift zijn geen bijlagen gevoegd (toelichting of memories)”. 3.2.
  21. In de gegeven omstandigheden kan het administratief dossier van de aanvraag, dat hoe dan ook door de gemachtigde ambtenaar aan de minister dient te worden overgemaakt, niet worden aanzien als een bijlage van het beroepschrift. Een afschrift ervan diende dan ook niet tegelijkertijd met het beroepschrift aan de aanvrager te worden medegedeeld. 3.2.
  22. Het enig middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  23. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  24. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen september 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-11.769-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.859 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.