← België

Arrest 195931 - Wegenwezen - 10/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.931 Rolnummer: A. 176946/X-13023 Zaak: Arrest 195931 - Wegenwezen - 10/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:31 Fiche Arrest nr 195.931 van 10 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.931 van 10 september 2009 in de zaak A. 176.946/X-13.

  1. In zake : Erik VAN LEEMPUT, wonende te 2040 ZANDVLIET, Brazilianenstraat 17 tegen :
  2. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 Kontich, Mechelsesteenweg
  4. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Erik VAN LEEMPUT op 20 september 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van 24 juni 2005 van de gemeenteraad van Borsbeek, goedgekeurd door de minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening op 30 juni 2006, afgestempeld door afdelingshoofd Marleen Leus op 13 juni 2006 en aangetekend ontvangen op 3 augustus 2006”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partij en de tweede verwerende partij; Gelet op de beschikking van 2 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 februari 2009; X-13.023-1/7 Gelet op de beschikking van 26 februari 2009 waarbij de beschikking van 2 februari 2009 wordt ingetrokken en de zaak voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 5 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 maart 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, en van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De gegevens van de zaak 1.
  6. De verzoeker woont aan de Brazilianenstraat nr. 11 te 2040 Zandvliet. Met een brief van 17 januari 2005 deelt hij aan de technische dienst ruimtelijke ordening van de gemeente Borsbeek mee dat hij in de maand december 2004 door de dienst ruimtelijke ordening van deze gemeente werd ingelicht over een bouwovertreding op een stuk grond gelegen aan de August Van Putlei 184 te Borsbeek. In de brief staat te lezen dat volgens de ambtenaar de bouwvergunning onterecht werd afgegeven omdat op dit stuk grond “een erfdienstbaarheid rust (buurtweg nr. 21)”. De verzoeker wijst op de verplichting van de gemeente om, wanneer het vrije verkeer op een weg belemmerd wordt, de betrokken plaatsen in hun oorspronkelijke toestand te herstellen. Met een brief van 2 februari 2005 herinnert de verzoeker de gemeente Borsbeek aan zijn schrijven van 17 januari 2005 en stelt hij de gemeente in gebreke. X-13.023-2/7 1.
  7. Op 8 maart 2005 antwoordt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Borsbeek aan de verzoeker dat de voetweg nr. 21 niet werd opgenomen in het BPA nr. 3 van 19 december 1968 en dat ter plaatse deze voetweg niet meer zichtbaar is. Er wordt tevens meegedeeld dat in samenspraak met het provinciebestuur zal worden overgegaan tot de afschaffingsprocedure. 1.
  8. Op 28 april 2005 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Borsbeek de procedure tot afschaffing van voetweg nr. 21, voor wat betreft het perceel gelegen aan de August Van Putlei 184 en kadastraal bekend sectie A, nr. 90/f6, op te starten. 1.
  9. Met een besluit van 24 juni 2005 vraagt de gemeenteraad van de gemeente Borsbeek aan de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen om het betreffende gedeelte van buurtweg nr. 21 af te schaffen. Tevens wordt beslist dat voor de gedeeltelijke afschaffing zal worden overgegaan tot een onderzoek de commodo et incommodo. Dit is het eerste bestreden besluit. 1.
  10. Het openbaar onderzoek wordt georganiseerd van 28 juni 2005 tot en met 13 juli
  11. Er worden geen bezwaren ingediend. 1.
  12. Op 1 september 2005 hecht de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen haar goedkeuring aan de beslissing van de gemeenteraad van Borsbeek van 24 juni 2005 en wordt beslist de voetweg nr. 21 gedeeltelijk af te schaffen. Op 30 september 2005 brengt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Borsbeek deze beslissing van de bestendige deputatie aan de inwoners ter kennis. Er wordt tevens meegedeeld dat tegen deze beslissing beroep kan worden ingesteld bij de gouverneur van de provincie Antwerpen. 1.
  13. Op 11 oktober 2005 stelt de verzoeker een administratief beroep in bij de gouverneur van de provincie Antwerpen. X-13.023-3/7 1.
  14. Met een brief van 26 januari 2006, gericht aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Borsbeek, wijst AROHM, afdeling Ruimtelijke Planning, op het ingestelde beroep, en wordt er een omstandige motivering gevraagd voor het afschaffen van de voetweg. 1.
  15. Tijdens de zitting van 7 april 2006 gaat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Borsbeek naar aanleiding van het beroepschrift over tot een omstandige motivering inzake de gedeeltelijke afschaffing van de betreffende voetweg. 1.
  16. Op 30 juni 2006 keurt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening de beslissing van de bestendige deputatie van de provincie Antwerpen van 1 september 2005 houdende de gedeeltelijke afschaffing van de buurtweg nr. 21 van de gemeente Borsbeek goed. Dit is het tweede bestreden besluit.
  17. De ontvankelijkheid 2.1.
  18. De verzoeker zet in zijn verzoekschrift zijn belang als volgt uiteen : “Mijn belang is te vergelijken met dat als eiser in de burgerlijke vorderingen tot vrijmaking van buurtwegen ‘ut singuli’ (in casu tegen de gemeente, in andere gevallen even goed tegen particulieren): een vaste rechtspraak aanvaardt dat elke burger, belang heeft bij de vordering tot vrijmaking van (belemmerde) buurtwegen. Zelf verplaats ik mij geregeld als voetganger, over voet- en buurtwegen - of zou ik dat wensen. Naar analogie geef ik blijk van het vereiste belang, als de gemeente en de minister, bij wijze van reglement, aan ruime categorieën van (niet-gemotoriseerde) gebruikers, en dus ook aan mijzelf, de toegang tot openbare wegen ontzegt”. 2.1.
  19. De eerste verwerende partij werpt ten aanzien van de verzoeker de volgende exceptie op : “De verzoekende partij moet het persoonlijk en direct belang doen blijken om het verzoek bij de Raad van State in te stellen (...). Het vereiste belang schuilt immers niet gewoon in het belang dat alle burgers bij het handhaven van de wettigheid (actio popularis) hebben. De verzoekende partij vermeldt het adres, Brazilianenstraat 11 te 2040 Zandvliet, als woonplaats. Zij heeft bijgevolg geen belang om het gedeeltelijk afschaffen van de voetweg n. 21 te bestrijden. De voetwegen hebben immers bij uitstek relevantie voor de buurt. Hun betekenis is op het lokale niveau te situeren. X-13.023-4/7 Het bestreden besluit heeft trouwens geenszins de intentie om - zoals de verzoekende partij stelt - bij wijze van reglement aan ruime categorieën van (niet gemotoriseerde) gebruikers de toegang tot openbare wegen te ontzeggen. Het bestreden besluit heft gewoon de voetweg n. 21 gedeeltelijk op. Het betrokken gedeelte van de voetweg n. 21 bestaat bijgevolg niet meer”. 2.1.
  20. De tweede verwerende partij betwist het belang van de verzoeker op de volgende wijze : “Betreffende het belang van verzoekende partij dient opgemerkt dat verzoeker woont in Zandvliet (terwijl de buurtweg zich bevindt in ... Borsbeek) en dat verzoeker géén belang kan putten uit de bewering dat hij zich ‘geregeld als voetganger, over voet- en buurtwegen’ zou verplaatsen; Hij heeft manifest géén belang in huidige zaak”. 2.2.
  21. Overeenkomstig artikel 19, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang. De verzoeker moet doen blijken van het rechtens vereiste rechtstreeks, persoonlijk, zeker en actueel belang bij de gevraagde vernietiging. 2.2.
  22. In het verzoekschrift en in de memorie van wederantwoord stoelt de verzoeker zijn belang op het feit dat hij zich “geregeld als voetganger, over voet- en buurtwegen” verplaatst. Nergens verduidelijkt de verzoeker evenwel hoe de gedeeltelijke afschaffing van de buurtweg nr. 21 hem persoonlijk raakt. Integendeel, de verzoeker blijkt zijn belang te identificeren met het belang dat “elke burger” heeft “bij de vordering tot vrijmaking van (belemmerde) buurtwegen”. Dergelijk belang kan niet als een voldoende geïndividualiseerd persoonlijk belang worden aangemerkt. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het middels de bestreden besluiten afgeschafte gedeelte van de buurtweg nr. 21 zich situeert aan de August Van Putlei nr. 184 te Borsbeek. De verzoeker verklaart in zijn verzoekschrift evenwel te wonen aan de Brazilianenstraat nr. 11 te Zandvliet. De verzoeker woont aldus op een zodanig ruime afstand, namelijk liefst meer dan 27 km, van de betreffende buurtweg, dat het niet waarschijnlijk is dat hij het afgeschafte gedeelte van deze buurtweg regelmatig gebruikt, wat hij overigens ook niet beweert. 2.2.
  23. Pas voor het eerst in zijn laatste memorie werpt de verzoeker ter adstructie van zijn belang nog op dat hij mede-eigenaar is van een perceel, gelegen aan de August Van Putlei nr. 201, “dat grenst aan het perceel gelegen op de August X-13.023-5/7 Van Putlei 184”, dat hij “woonacht(ig) was op het pand tot en met het jaar 2000” en dat hij “regelmatige gebruiker” is van de betreffende buurtweg. Daargelaten de vaststelling dat de verzoeker sedert 2001 op meer dan 27 km van de betrokken buurtweg woont, zodat de loutere bewering dat hij “regelmatige gebruiker” daarvan is geenszins overtuigt, dient vooral te worden vastgesteld dat, wanneer een verzoeker in zijn verzoekschrift een welbepaald belang laat gelden, hij grenzen rond het gerechtelijk debat trekt, met name ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep en van de annulatiemiddelen en ten aanzien van het recht van verdediging van de verwerende partij. Wanneer de verzoeker in de verdere loop van de procedure zich op een ander dan het door hem initieel bepleite belang beroept, lokt hij dus, zonder dat een rechtsregel van openbaar belang zulks verantwoordt, een nieuw gerechtelijk debat uit, hetgeen slechts met een nieuw en tijdig verzoekschrift mogelijk is. Met de uiteenzetting van de verzoeker in de laatste memorie kan bijgevolg geen rekening worden gehouden. De excepties zijn gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  24. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  25. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-13.023-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien september 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.023-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.931 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.