← België

Arrest 195999 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 14/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.999 Rolnummer: A. 143222/X-11619 Zaak: Arrest 195999 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 14/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-21 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:32 Fiche Arrest nr 195.999 van 14 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.999 van 14 september 2009 in de zaak A. 143.222/X-11.

  1. In zake : Jean VAN CLEVEN, wonende te 9880 AALTER, Manewaarde 27 tegen :
  2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5,
  3. de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jean VAN CLEVEN op 15 oktober 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 augustus 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende verwerping van de beroepen tegen het besluit van 3 april 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen betreffende de verplaatsing van de buurtweg nr. 23 “Manewaarde” en houdende goedkeuring van het voornoemde besluit van 3 april 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 27 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-11.619-1/5 Gelet op de beschikking van 29 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. THYSSEN, die loco advocaat R.-M. MERTENS verschijnt voor de verzoeker, van advocaat P. VAN ASSCHE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van bestuurssecretaris K. VAN KEYMEULEN, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. Feiten 1.
  5. Op 20 mei 1998 stelt Omer VANLAERE aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter voor om over te gaan tot het “verwisselen van grond” tussen de buurtweg nr. 23 te Aalter enerzijds en een perceel gelegen aan de St. Maria Aalterstraat 58 te Aalter, kadastraal gekend sectie H, nr. 91/e. 1.
  6. Van 25 februari 2002 tot en met 11 maart 2002 organiseert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter een openbaar onderzoek over “het ontwerp tot wijzigen van de buurtweg nr. 23 - Manewaarde”. Tijdens dit openbaar onderzoek worden geen bezwaren ingediend. 1.
  7. Op 9 juli 2002 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter “gunstig advies uit te brengen (over het voorstel) tot wijziging van het tracé van de buurtweg nr. 23 - Manewaarde (...) door het studiebureau Hans Dusselier te Aalter”. X-11.619-2/5 1.
  8. Op 3 april 2003 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen tot de gedeeltelijke verplaatsing van de buurtweg nr. 23 te Aalter. 1.
  9. Tijdens het na die beslissing gehouden openbaar onderzoek worden drie beroepen ingediend, waaronder één door de verzoeker. 1.
  10. Op 19 augustus 2003 beslist de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie tot de verwerping van de tegen de beslissing van de bestendige deputatie ingestelde beroepen. Tevens wordt de beslissing van de bestendige deputatie goedgekeurd.
  11. Ontvankelijkheid 2.
  12. De eerste verwerende partij betoogt dat de vernietiging van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 3 april 2003 niet wordt gevorderd door de verzoeker. Een vordering tot nietigverklaring van het besluit van de bestendige deputatie zou zonder voorwerp zijn, omdat de beslissing van de Vlaamse minister in de plaats is gekomen van de oorspronkelijke beslissing. 2.
  13. De Vlaamse regering oefent in het kader van artikel 28 van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen een goedkeuringstoezicht uit ten aanzien van de beslissing van de bestendige deputatie. Het beroep moet bijgevolg in die zin worden uitgelegd dat zowel de nietigverklaring van de beslissing van de bestendige deputatie als van de beslissing van de minister waarbij de eerstgenoemde beslissing wordt goedgekeurd, gevorderd wordt. 2.
  14. De exceptie is niet gegrond.
  15. Ten gronde 3.
  16. Het bevoegde lid van het auditoraat werpt ambtshalve op dat de door het bestreden besluit goedgekeurde beslissing niet is uitgegaan van een bevoegde overheid. Overeenkomstig artikel 28bis van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen (hierna: de wet van 10 april 1841) kan een buurtweg slechts worden aangelegd of rechtgetrokken dan na de goedkeuring door de Vlaamse Regering van een algemeen rooiingsplan. X-11.619-3/5 Op het plan, gevoegd bij de beslissing van de bestendige deputatie wordt het kadastraal perceel nr. 91/e weliswaar aangeduid als “te erkennen deel”, maar uit de gegevens van het dossier, onder meer uit een technisch verslag van de dienst wegen van de provincie Oost-Vlaanderen, waarin het betrokken perceel wordt omschreven als “een weide (gras) omzoomd door een bomenrij”, blijkt dat het te dezen niet gaat om de erkenning van een buurtweg in de zin van hoofdstuk I van de wet van 10 april 1841, maar om de aanleg van een buurtweg in de zin van hoofdstuk III van dezelfde wet. Ook uit het feit dat voorzien werd in een openbaar onderzoek na de beslissing van de bestendige deputatie, gevolgd door een beslissing van de Vlaamse Regering over de ingestelde beroepen en houdende goedkeuring van de beslissing van de bestendige deputatie, moet worden besloten dat het bestreden besluit betrekking heeft op de aanleg en niet op de erkenning van een buurtweg, nu de zo-even geschetste beroepsprocedure bij de Vlaamse Regering enkel voorkomt in hoofstuk III en niet in hoofdstuk I van de wet van 10 april
  17. 3.
  18. Aangezien aldus vaststaat dat de door het bestreden besluit goedgekeurde beslissing van de bestendige deputatie betrekking heeft op de aanleg van een buurtweg, zonder dat overeenkomstig artikel 28bis van de wet van 10 april 1841 eerst een algemeen rooiingsplan werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, is de bestendige deputatie opgetreden zonder dat zij daarvoor bevoegd was, hetgeen door de verwerende partijen niet wordt betwist. Het bestreden besluit is door deze ambtshalve vastgestelde onwettigheid aangetast. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Vernietigd wordt het besluit van 19 augustus 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende verwerping van de beroepen tegen het besluit van 3 april 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen betreffende de verplaatsing van de buurtweg nr. 23 “Manewaarde” en houdende goedkeuring van het voornoemde besluit van 3 april 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. X-11.619-4/5 Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de eerste verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien september 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.619-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.999 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.