← België

Arrest 196001 - Rechten, plichten en onverenigbaarheden - 14/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.001 Rolnummer: A. 170062/IX-5208 Zaak: Arrest 196001 - Rechten, plichten en onverenigbaarheden - 14/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-25 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:32 Fiche Arrest nr 196.001 van 14 september 2009 Openbaar ambt - Rechten, plichten en onverenigbaarheden Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.001 van 14 september 2009 in de zaak A. 170.062/IX-

  1. In zake : Marie-Rose VANDEVENNE, wonende te HASSELT, Grote Baan 122 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. ------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marie-Rose VANDEVENNE op 7 februari 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 juli 2004 van de gewestelijk directeur van het Kadaster waarbij zij wordt gedetacheerd naar de gewestelijke directie Limburg in zoverre dit besluit haar het recht op een vergoeding rondreizen ontzegt vanaf 1 augustus 2004; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 7 mei 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 22 juni 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, IX-5208-1/4 IX-5208-2/4 OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5208-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 september 2009, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5208-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.001 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.