← België

Arrest 196002 - Bedrijfsrevisoren - 14/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.002 Rolnummer: A. 189844/IX-6087 Zaak: Arrest 196002 - Bedrijfsrevisoren - 14/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-25 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:32 Fiche Arrest nr 196.002 van 14 september 2009 Beroepen - Bedrijfsrevisoren Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.002 van 14 september 2009 in de zaak A. 189.844/IX-

  1. In zake : Geert LINGIER, die woonplaats kiest bij advocaat J. BILLIET, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 146/9 tegen : het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, dat woonplaats kiest bij advocaten F. GLANSDORFF en E. VAN NUFFEL, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert LINGIER op 28 augustus 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 17 juni 2008 van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, houdende intrekking van zijn hoedanigheid van bedrijfsrevisor; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 23 januari 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 21 juni 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, IX-6087-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoeken- de partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Te dezen dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-6087-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 september 2009, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6087-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.002 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.