← België

Arrest 196005 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.005 Rolnummer: A. 190916/IX-6171 Zaak: Arrest 196005 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-25 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:32 Fiche Arrest nr 196.005 van 14 september 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.005 van 14 september 2009 in de zaak A. 190.916/IX-

  1. In zake : Jan DECONINCK, die woonplaats kiest bij advocaten K. LEUS en E. MAES, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 99 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister voor Ondernemen, die woonplaats kiest bij advocaat C. DECORDIER, kantoor houdende te GENT, Harlekijnstraat
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan DECONINCK op 29 december 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : - het besluit van 10 oktober 2008 van de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen waarbij Patrick DE PESSEMIER aangeduid wordt om verder het hoger ambt van adviseur uit te oefenen voor de periode van zes maanden en van - de impliciete weigering om de verzoeker in die betrekking te benoemen; Gelet op het arrest nr.190.615 van 18 februari 2009, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 23 februari 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 18 juni 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; IX-.6171-1/4 Overwegende dat de verzoekende partij bij brief van 19 juni 2009 heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 3 juli 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 7 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. MAES die, loco advocaat K. LEUS, verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J.F. DE BOCK die, loco advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. IX-.6171-2/4 Ter zitting voert de verzoeker aan dat hij bij koninklijk besluit van 24 maart 2009, “door verhoging naar de hogere klasse werd benoemd tot de titel van adviseur”. Op 18 februari 2009 wordt het arrest nr. 190.615 uitgesproken, waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Het wordt niet betwist dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend na voornoemd arrest, niettegenstaande het benoemingsbesluit tussenkwam, ruim een maand na het arrest uitgesproken in de schorsingsprocedure. Bijgevolg is er aanleiding om de kosten van het geding, zijnde de kosten van de schorsingsprocedure ten laste te leggen van de verzoekende partij. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-.6171-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 september 2009, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-.6171-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.005 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.615 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.