← België

Arrest 196021 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.021 Rolnummer: A. 141795/X-11579 Zaak: Arrest 196021 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-22 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:32 Fiche Arrest nr 196.021 van 14 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.021 van 14 september 2009 in de zaak A. 141.795/X-11.

  1. In zake :
  2. Danny VANRUSSELT, wonende te 3630 MAASMECHELEN, Industrielaan 14,
  3. Sermain DE GELISSEN, wonende te 3630 MAASMECHELEN, Industrielaan 12,
  4. Maria PELSSERS, wonende te 3630 MAASMECHELEN, Industrielaan 10 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
  5. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Danny VANRUSSELT, Sermain DE GELISSEN en Maria PELSSERS op 19 september 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 mei 2003 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar waarbij aan de afdeling wegen en verkeer Limburg van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het aanleggen van de rotonde Noord met onderdoorgang voor fietsers op een perceel gelegen te Maasmechelen, N78, kadastraal bekend sectie B, 2de blad en sectie C, 2de blad; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 26 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-11.579-1/6 Gelet op de beschikking van 6 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 mei 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. D’HAENENS, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Feiten 1.
  7. Op 18 februari 2003 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de afdeling wegen en verkeer Limburg van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap aan de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een vergunning “voor de aanleg van een rotonde en van een onderdoorgang voor fietsers” op percelen gelegen aan de Rijksweg te Maasmechelen, kadastraal bekend sectie B, nrs. 952/m, 970/d en gedeelte van nrs. 949/t en 965/c. De aanvraag betreft het deel van de Rijksweg tussen het snijpunt met de autosnelweg E314 ten noorden en iets voorbij het kruispunt met de Industrielaan ten zuiden. 1.
  8. De voornoemde percelen zijn overeenkomstig het op 1 september 1980 vastgestelde gewestplan Limburgs Maasland gelegen in woongebied, gebied voor ambachtelijke bedrijven en K.M.O.’s, reservatie- en erfdienstbaarheidsgebied en een bufferzone. Ze zijn niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 1.
  9. Tijdens het openbaar onderzoek, dat plaatsvindt van 26 maart 2003 tot en met 25 april 2003, worden geen bezwaarschriften ingediend. X-11.579-2/6 1.
  10. Op 9 mei 2003 besluit het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen dat er “geen aanleiding (bestaat) tot weigering van de bouwvergunning”. Het motiveert zijn advies als volgt: “Overwegende dat de voorgestelde werken in overeenstemming zijn met de voorzieningen van het gewestplan dat een zone voor wegenis binnen een woongebied voorziet; Overwegende dat de aan te leggen rotonde kadert binnen het mobiliteitsbesluit van het Vlaamse Gewest en de gemeente; Overwegende dat de voorgestelde rotonde in harmonie is met de omgeving en het rond punt aan de zuiderzijde van de autostrade E314; Overwegende dat de gemeente van mening is dat de rotonde de veiligheid van dit gevaarlijk verkeerspunt zal verhogen; Overwegende dat deze infrastructuur belangrijk is voor de verdere ontwikkeling en toegankelijkheid van het mijnterrein”. 1.
  11. Op 28 mei 2003, na gunstige adviezen van het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, de afdelingen Bos en Groen en Natuur van AMINAL en de cel Mer van de Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid, verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de gevraagde vergunning. Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “Met de voorliggende aanvraag wordt de aanleg van een rotonde op het kruispunt van de gewestweg N78 met op- en afritten van de A2 (E314) aan de noordkant van de autosnelweg, met inbegrip van een onderdoorgang voor fietsers onder de op- en afritten aan de westkant van de N78, beoogt. De afrit oost wordt gesupprimeerd en samengevoegd met de afrit west op het bestaande tracé van deze laatste. De voornaamste doelstellingen van het project zijn een vlotte en veilige verkeersafwikkeling op het belangrijke verkeersknooppunt, het fietsverkeer langs de N78 optimaal beveiligen tegen het afslaand autoverkeer van en naar de autosnelweg en het wegprofiel van de N78 beter integreren in de omgeving door een duidelijk overgangspunt (poorteffect) in te bouwen aan de rand van de centrale woonzone van Maasmechelen, dat snelheidsverlagend werkt en het voorrangsregime van de weg onderbreekt. Het betreft een nieuwe, gewijzigde aanvraag van werken waarvoor op 8 januari 2002 een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd, welke op 2 augustus 2002 door de Raad van State werd geschorst en vervolgens werd ingetrokken bij besluit van 2 oktober
  12. In vergelijking met de eerste aanvraag werd de door enkele bewoners van de Industrielaan omstreden verbinding met de geplande rotonde en het gedeeltelijk afsluiten van de bestaande aansluiting van de Industrielaan op de N78 uit het ontwerp geschrapt. De E314 werd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen geselecteerd als hoofdweg, de N78 werd in het Ruimtelijk structuurplan Limburg geselecteerd als secundaire weg waarbij de juiste typering nog moet worden onderzocht. In het op 25 januari 2000 door de Provinciale Auditcommissie conform verklaarde mobiliteitsplan van de gemeente Maasmechelen werd de aanpassing van dit zwart punt middels de aanleg van een rotonde ingeschreven voor de korte termijn. Het ontwerp is in overeenstemming met de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke visie op mobiliteit die in deze planningsdocumenten naar voor X-11.579-3/6 wordt geschoven. Een rotonde waarborgt immers een relatief veilige verkeersafwikkeling en een relatief hoge capaciteit. De doorstroming wordt bevorderd, maar anderzijds heeft het snelheidsremmende effect een gunstige invloed op de verkeersveiligheid. De verkeersveiligheid wordt verder bevorderd door het afschaffen van afrit oost en de aanleg van onderdoorgangen voor fietsers. De bereikbaarheid wordt gegarandeerd door een hoge capaciteit van de rotonde na te streven en een ontwerp met twee rijstroken te voorzien en bovendien door de aanleg van een by-pass. De aanvraag is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften mede aangezien overeenkomstig artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 bouwwerken van openbare diensten en gemeenschapsvoorzieningen ook buiten de daarvoor speciaal bestemde gebieden kunnen worden toegestaan aangezien de verenigbaarheid met de bestemming van de betrokken gebieden en de algemene bestemming niet in het gedrang wordt gebracht door het bouwwerk, het architectonisch karakter van het gebied niet in het gedrang wordt gebracht door het ontworpen bouwwerk en vermits de dringende en absolute noodzaak van de aanvraag kan ingeroepen worden gelet op de beperktheid van de aanvraag welke het schaalniveau van de gemeente niet overstijgt en waarvoor bezwaarlijk een wijziging van het gewestplan dient voorgesteld. De ruimtelijke overgang van de bestemmingsgebieden van de omgeving wordt met de aanleg van een rotonde ondersteund in het wegbeeld. Ook zal de groene ruimte, die nu middendoor wordt gesneden door de N78, een meer aaneengesloten karakter krijgen met een ruim groen middeneiland in de rotonde. Aanvullende omgevingswerken, zoals voorgesteld in het advies van de afdelingen Bos en Groen en Natuur, zullen hier eveneens toe bijdragen. Het ontwerp speelt in op de ligging in ophoging van de op- en afritten om de onderdoorgang voor fietsers deels onder en deels boven het natuurlijk maaiveld te leggen waardoor er doorkijk ontstaat en een tunneleffect wordt vermeden. De aanvraag is bijgevolg bestaanbaar met de onmiddellijke omgeving. Aangezien bovendien naar aanleiding van het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften werden ingediend en ook de adviezen van de openbare besturen (voorwaardelijk) gunstig zijn, kan deze aanvraag voorwaardelijk positief worden beoordeeld”.
  13. Ontvankelijkheid 2.
  14. Omtrent hun belang stellen de verzoekende partijen in het verzoekschrift: “De verzoekende partijen wonen in de onmiddellijke omgeving van de met de bestreden beslissing vergunde werken, en hebben op grond daarvan een belang bij het aanvechten van deze beslissing. Bovendien is deze vergunning volledig ontworpen vanuit het oogpunt dat in de toekomst een verbindingsweg tussen de rotonde en de Industrielaan zal worden gebouwd. Deze verbindingsweg zou de verzoekende partijen een ernstig nadeel toebrengen, zoals vastgesteld werd in het arrest nr. 109.562 van 2 augustus
  15. Dit nadeel zal pas ontstaan bij de aanleg van deze verbindingsweg, maar nu reeds kan worden gezegd dat door de wijze waarop de rotonde en de andere werken wordt gepland, de vergunningverlenende overheid verhindert dat andere opties worden onderzocht die deze verbindingsweg overbodig maken. X-11.579-4/6 De bewuste verbindingsweg wordt aangelegd om de Industrielaan, en de aansluitende bedrijvenzone, te verbinden met de rotonde, zodoende dat het verkeer afkomstig van deze bedrijvenzone via de rotonde in alle mogelijke richtingen kan uitrijden. Deze verbinding kan worden gecreëerd door middel van een rechtstreekse verbinding tussen de Industrielaan en de rotonde, zoals deze nu gepland is. Ze kan evenwel ook gerealiseerd worden door de bestaande doorgang onder de autosnelweg tussen de K.M.O.-zone en het aan de overkant van de snelweg gelegen Industriegebied te verbreden, zodat het verkeer via dit Industriegebied in de richting van het op- en afritten complex wordt geleid. Er zijn ook andere alternatieven denkbaar. Door evenwel nu reeds de aanzet tot de verbindingsweg te vergunnen worden deze andere alternatieven impliciet uitgesloten, waardoor in een latere fase de verzoekende partijen voor een voldongen feit staan. Zij hebben een belang bij het aanvechten van de bestreden beslissing”. 2.
  16. De verwerende partij voert de volgende exceptie omtrent het belang van de verzoekende partijen aan: “De verzoekende partijen putten hun belang ondermeer uit het feit dat de bestreden vergunning volledig zou ontworpen zijn vanuit het oogpunt dat in de toekomst een verbindingsweg tussen de rotonde en de Industrielaan zal gebouwd worden. Zij merken in het verzoekschrift terecht op dat dit nadeel pas zal ontstaan bij de aanleg van deze verbindingsweg. De aanleg van de verbindingsweg tussen de rotonde en de Industrielaan werd uit het voorliggend ontwerp geschrapt. (De aanleg van deze weg was voorzien in het eerste vergunningsdossier). Verzoekende partijen beschikken derhalve niet over een persoonlijk, rechtstreeks, griefhoudend en geoorloofd belang op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift”. 2.
  17. In de memorie van wederantwoord herhalen de verzoekende partijen dat zij alleen al op grond van het gegeven dat zij in de onmiddellijke omgeving van de met de bestreden beslissing vergunde werken wonen, het vereiste belang betonen. 2.
  18. De verzoekende partijen verduidelijken niet op welke afstand van het bouwterrein zij wonen en zetten evenmin uiteen waarom de aanleg van de rotonde voor hen griefhoudend is. De verzoekende partijen kunnen geen rechtstreeks belang putten uit de stelling dat de bestreden vergunning het onderzoeken van “andere opties” voor een nog te plannen verbindingsweg overbodig maakt. Dit geldt des te meer nu de verwerende partij stelt dat de verbindingsweg geschrapt is. De exceptie is gegrond. X-11.579-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien september 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-11.579-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.021 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.