← België

Arrest 196116 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 17/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.116 Rolnummer: A. 175847/VII-36413 Zaak: Arrest 196116 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 17/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-24 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:33 Fiche Arrest nr 196.116 van 17 september 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.116 van 17 september 2009 in de zaak A. 175.847/VII-36.

  1. In zake : Joannes VAN KILDONCK (overleden), rechtsgeding hervat door :
  2. Paula VAN KILDONCK,
  3. Karel VAN KILDONCK,
  4. Julien VAN KILDONCK, die woonplaats kiezen te OUD-HEVERLEE, Beekstraat 26 tegen : het VLAAMS ZORGFONDS, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Joannes VAN KILDONCK op 11 augustus 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de leidende ambtenaar van het VLAAMS ZORGFONDS van 9 juni 2006 waarbij hij niet langer erkend wordt als zwaar zorgbehoevende in het kader van de zorgverzekering; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de stad Leuven waaruit blijkt dat Joannes VAN KILDONCK op 16 mei 2007 is overleden; Gezien het op 3 juli 2008 aan de Raad van State gerichte verzoekschrift waarbij Paula VAN KILDONCK, Karel VAN KILDONCK en Julien VAN KILDONCK verklaren het geding te hervatten; VII-36.413-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 27 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. RONSE die, loco advocaat C. BROCHÉ verschijnt voor de gedinghervattende partijen, en van advocaat P.-J. STAELENS die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : I. Feiten
  6. Op 31 januari 2002 dient verzoeker een aanvraag in voor de tenlasteneming, vanuit de zorgverzekering, van zijn mantelzorg, professionele thuiszorg en producten. Op 6 juni 2002 wordt hij als zwaar zorgbehoevende erkend in het kader van de zorgverzekering. De erkenning loopt tot 31 januari
  7. Nadien wordt de erkenning verlengd tot 31 januari
  8. Na een controle op 28 oktober 2005 wordt aan verzoeker meegedeeld dat de lopende erkenning een einde neemt op 30 november 2005 omdat de zorgbehoevendheid onvoldoende is. VII-36.413-2/5
  9. Op 19 december 2005 dient verzoeker een bezwaarschrift in dat hij nadien nog aanvult met een medisch attest van de behandelende arts.
  10. Op 29 maart 2006 verstrekt de Bezwaarcommissie Zorgverzeke- ring een negatief advies.
  11. Op 9 juni 2006 beslist de verwerende partij dat noch uit het dossier noch uit de aangebrachte argumentatie blijkt dat de zorgbehoevendheid van verzoeker, op de datum van de indicatiestelling die aanleiding gaf tot de bestreden beslissing van de zorgkas, of op de datum van de adviesverlening door de Bezwaarcommissie Zorgverzekering, het karakter heeft van een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen op basis waarvan een recht op tenlastenemingen kan worden geopend. Dit is de bestreden beslissing.
  12. Uit een eensluidend verklaard uittreksel uit het register der overlijdensakten, afgegeven door de stad Leuven op 21 mei 2007, blijkt dat verzoeker op 16 mei 2007 overleden is. II. Ontvankelijkheid
  13. In het auditoraatsverslag merkt de eerste auditeur ambtshalve op dat, in zoverre het belang van de gedinghervattende partijen er in bestaat vanwege de Raad van State een arrest te bekomen waarbij de bestreden beslissing wordt vernietigd om vervolgens gemakkelijker de financiële tegemoetkoming van de verwerende partij te kunnen eisen, dat belang niet volstaat om te doen blijken van het wettelijke vereiste rechtstreekse belang bij een annulatieberoep. Volgens het auditoraatsverslag wordt evenmin een moreel belang aangetoond. VII-36.413-3/5 Standpunt van de gedinghervattende partijen
  14. In de laatste memorie voeren de gedinghervattende partijen onder meer aan dat de Raad van State een ruime interpretatie hanteert van het begrip belang en dat het perspectief op schadevergoeding voldoet aan de vereiste van het belang. De gedinghervattende partijen, die zeggen hun vader intensief te hebben verzorgd, beschouwen het als "een kaakslag in hun gezicht" en als "een aantasting van de integriteit" dat hun vader plots niet meer werd beschouwd als zwaar zorgbehoevende in het kader van de zorgverzekering. Zij leiden hieruit een "moreel nadeel" af. Beoordeling
  15. De gedinghervattende partijen leggen hun belang er in "oorspron- kelijke verzoeker alsnog in zijn rechten als zwaar zorgbehoevende in het kader van de zorgverzekering (...) erkend te zien worden en zodoende aanspraak te kunnen maken op de financiële uitkeringen voor zwaar zorgbehoevenden". Het belang van de gedinghervattende partijen is er louter op gericht gemakkelijker een financiële tegemoetkoming van de verwerende partij te kunnen eisen. Dergelijk belang volstaat niet om te doen blijken van het rechtens vereiste belang bij een annulatieberoep.
  16. Er wordt niet aannemelijk gemaakt dat de bestreden beslissing de integriteit, de reputatie en het imago van de rechtsvoorganger van de gedingher- vattende partijen aantast of dat hem in die beslissing ongeoorloofde feiten ten laste worden gelegd. In het kader van de zorgverzekering werd verzoeker onderworpen aan een controle betreffende zijn zorgbehoevendheid. Uit dat onderzoek is naar voor gekomen dat hij wel zorgbehoevend is doch niet in die mate dat hij recht heeft op tenlastenemingen. Daarmee wordt noch de integriteit, noch de reputatie noch het imago van verzoeker of van de gedinghervattende partijen aangetast. Zij tonen het tegendeel niet aan.
  17. Daargelaten of de Raad van State te dezen wel over de vereiste rechtsmacht beschikt ten aanzien van het beroep, is dit beroep niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang, VII-36.413-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  18. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  19. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de nalatenschap van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien september tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, P. BARRA, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-36.413-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.116 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.