← België

Arrêt / Arrest 196117 - Aides financières / Financiële tegemoetkomingen - 17/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.117 Rolnummer: A. 185286/AGAV-113 Zaak: Arrêt / Arrest 196117 - Aides financières / Financiële tegemoetkomingen - 17/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-21 Raadplegingen: 316 - laatst gezien 2026-07-02 03:35 Versie(s): Vertaling in voorbereiding Fiche Arrest nr 196.117 van 17 september 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Financiële tegemoetkomingen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.117 van 17 september 2009 in de zaak A. 185.286/VII-37.

  1. In zake : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaten Ph. VANSTEENKISTE en V. KYMPERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terkamerenstraat 22 C, bus 9 tegen : de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, op 31 augustus 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "de beslissing, op 2 juli 2007 meegedeeld door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (...), waarbij het verzoek tot kwijtschel- ding van burgerlijke sancties werd geweigerd"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 24 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-37.060-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. KYMPERS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat F. VAN DIEVOET die, loco advocaat M. VAN DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : I. Feiten
  3. De verzoekende partij heeft de bijdrage van 8.334.115,34 euro, die betrekking heeft op het vierde kwartaal van 2004, niet binnen de uitdrukkelijk aangegeven betalingstermijn betaald.
  4. De verwerende partij rekent bijdrageopslagen (10%) en intresten aan (7 %), wat neerkomt op een bedrag van 1.504.307,81 euro. De verzoekende partij vraagt op 19 april 2006 een ontheffing van de aangerekende bijdrageopslagen en intresten.
  5. Op 30 oktober 2006 deelt de verwerende partij mee dat zij, met toepassing van artikel 55, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (hierna : koninklijk besluit van 28 november 1969) een vermindering met 50 % van de bijdrageopslagen toekent : het voormelde bedrag wordt teruggebracht tot 1.087.602,05 euro.
  6. Met een brief van 15 december 2006 vraagt de verzoekende partij de vrijstelling van deze sanctie om reden van billijkheid en overmacht.
  7. Op 2 juli 2007 deelt de verwerende partij mee dat beslist werd dat geen toepassing kan worden gemaakt van de bepalingen van artikel 55, § 3, 2/, van het koninklijk besluit van 28 november
  8. VII-37.060-2/4 II. Rechtsmacht van de Raad van State
  9. In het arrest nr. 184.767 van 26 juni 2008, dat ook betrekking heeft op artikel 55 van het koninklijk besluit van 28 november 1969, heeft de VIIe kamer van de Raad van State overwogen dat hij in een geval als dit zonder rechtsmacht is, omdat de zaak, op grond van artikel 580, eerste lid, 1/, van het Gerechtelijk Wetboek behoort tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank.
  10. Er is echter andere rechtspraak van zowel de Nederlandstalige als de Franstalige kamers van de Raad van State. 8 Er is bijgevolg, in verband met de eenheid van rechtspraak, reden om de zaak aan de Voorzitter voor te leggen, voor een bevel, overeenkomstig artikel 92 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, tot verwijzing naar de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. De debatten worden heropend. Artikel
  12. De zaak wordt aan de Voorzitter van de Raad van State voorgelegd. VII-37.060-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien september tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, P. BARRA, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-37.060-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.117 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.261 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.