← België

Arrest 196171 - Overheidsopdrachten - 17/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.171 Rolnummer: A. 192716/XII-5827 Zaak: Arrest 196171 - Overheidsopdrachten - 17/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-21 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:33 Fiche Arrest nr 196.171 van 17 september 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.171 van 17 september 2009 in de zaak A. 192.716/XII-

  1. In zake : de NV KINNARPS BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaten G. Jacobs en S. Van Camp, kantoor houdende te Brussel, Kortenberglaan
  2. tegen : de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. Bergé, kantoor houdende te Leuven, Naamsestraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv Kinnarps Belgium op 25 mei 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van : “1/ de beslissing van het Bestuur van de Katholieke Universiteit Leuven dd 23 maart 2009 tot het afwijzen van de kandidaatstelling van de NV Kinnarps Belgium bij de overheidsopdracht met als benaming 'breed assortiment meubilair' voor levering van goederen of het verlenen van diensten, [...]; 2/ de beslissing van het Bestuur van de Katholieke Universiteit Leuven dd 8 mei 2009 waarbij de overheidsopdracht mbt het perceel 1 aan de firma De Moor werd toegewezen en de opdracht mbt perceel 2 aan de firma Drisag”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur I. Vos; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 augustus 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 september 2009; XII-5827-1/5 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. Jacobs, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat P. Osaer, die loco advocaat J. Bergé verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur I. Vos; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. Overeenkomstig artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State mag deze enkel kennis nemen van beroepen tot nietigverklaring ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden en van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Arbitragehof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel. Het Hof van Cassatie stelt in zijn arrest van 14 februari 1997 (nr. C.96.0211) dat instellingen, opgericht of erkend door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, die belast zijn met een openbare dienst en niet behoren tot de rechterlijke of wetgevende macht, in beginsel administratieve overheden zijn in zoverre hun werking door de overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kunnen nemen die derden binden maar dat het toevertrouwen aan een naamloze vennootschap van een taak van algemeen belang ook al is die vennootschap opgericht door een administratieve overheid en ook al is zij onderworpen aan een verregaande controle van de overheid, deze haar privaatrechtelijk karakter niet doet verliezen, ingeval zij geen beslissingen kan nemen die derden kunnen binden. In het arrest van 10 juni 2005 (nr. C.04.0278) heeft het Hof van Cassatie in dezelfde zin gesteld dat een vennootschap die, ook al is zij opgericht door een administratieve overheid en ook al is zij onderworpen aan de controle van de overheid, geen beslissingen kan nemen die derden kunnen binden, niet de aard heeft XII-5827-2/5 van een administratieve overheid en het hiervoor niet terzake doet dat haar een taak van algemeen belang wordt toevertrouwd. Het Hof besliste voorts, na onderzoek van drie bepalingen van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, die op de sociale huisvestingsmaatschappijen betrekking hebben, dat uit die bepalingen niet kan worden afgeleid dat aan die maatschappijen een beslissings- bevoegdheid wordt verleend om beslissingen te nemen die derden binden en dat de aldaar in het geding zijnde coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gewestelijke maatschappij voor de Kleine Landeigendom Het Volk aldus geen administratieve overheid is in de zin van voormeld artikel 14 van de wetten op de Raad van State.
  5. De verwerende partij roept een exceptie in die zich op de voormelde rechtspraak steunt om in huidig geding tot gebrek aan rechtsmacht voor de Raad van State te besluiten, aangezien de Katholieke Universiteit Leuven, verwerende partij, een private rechtspersoon is.
  6. Uit de subsidiaire rechtsmacht van de Raad van State -als administratief rechtscollege- en uit de voormelde rechtspraak van het Hof van Cassatie mag het vermoeden worden afgeleid dat de Raad van State niet over rechtsmacht beschikt indien de verwerende partij een private rechtspersoon is aangezien deze in principe niet over de bevoegdheid beschikt om eenzijdig bindende beslissingen te nemen. Dit is dan enkel anders indien het tegenbewijs wordt geleverd en aangetoond wordt dat dergelijke beslissingsmacht wel tot de bevoegdheid van die rechtspersoon behoort en bovendien kan worden betrokken op de bestreden beslissing. Te dezen toont verzoekende partij zulks niet aan. Zij beperkt zich ter terechtzitting tot een verwijzing naar de wijsheid van de Raad van State wat de rechtsmacht betreft.
  7. Verwerende partij is een gesubsidieerde vrije universiteit, opgericht op privé-initiatief, zoals het Hof van Cassatie stelde in zijn arrest Leman van 6 september 2002 (nr. C.02.0177) en de Raad van State in zijn arrest Leman van 26 februari 2002 (nr. 104.007). Het is niet aangetoond en het blijkt niet dat verwerende partij bij het afwijzen van de kandidaatstelling van verzoekende partij en het toewijzen van de kwestieuze opdracht aan concurrerende inschrijvers, gehandeld heeft op grond van een bevoegdheid om eenzijdig bindende beslissingen te nemen. XII-5827-3/5 Aan de voormelde conclusie wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat te dezen de regelgeving inzake overheidsopdrachten toepasselijk zou zijn of zou zijn toegepast. Die omstandigheid zou immers niet van aard zijn om daaruit af te leiden dat de verwerende partij bij het toepassen van die regelgeving als administratieve overheid is opgetreden. Die regelgeving kan immers ook van toepassing zijn op privé-personen.
  8. De exceptie vertoont aldus een hoge graad van ernst en wordt aanvaard. De verwerende partij lijkt bij het nemen van de bestreden beslissingen niet te hebben gehandeld als administratieve overheid zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het is dienvolgens niet aan de Raad om van een beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissingen van de verwerende partij kennis te nemen. Het is aldus evenmin aan de Raad van State om over de vordering tot schorsing te beslissen, nu overeenkomstig artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van een akte of reglement enkel mogelijk is indien deze vatbaar zijn voor nietigverklaring, hetgeen te dezen zoals hiervoor is gebleken, niet het geval is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5827-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien september 2009, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5827-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.171 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.340 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.