← België

Arrest 196213 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 21/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.213 Rolnummer: A. 192572/IX-6358 Zaak: Arrest 196213 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 21/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-25 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:34 Fiche Arrest nr 196.213 van 21 september 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 196.213 van 21 september 2009 in de zaak A. 192.572/IX-6358 In zake: Karim NEIRYNCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Baptiste Petitat kantoor houdende te Sint-Kruis Sportstraat 49 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 8 mei 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van “de medische examens in context vergelijkende examens vast statuut voor de functie van commissaris-analist bij de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (werving middels K.B. 22 december 2006, 2/ editie en Selor advertentie van selectie ANE6812 met uiterlijke inschrij- vingsdatum 21 januari 2007)”. In hetzelfde verzoekschrift wordt tevens het opleggen van voorlopige maatregelen gevraagd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur G. De Bleeckere heeft op 17 juni 2009 een verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Met een beschikking van 3 juli 2009 is de datum van de terechtzitting vastgesteld op 7 september 2009 . IX-6358-1/6 Kamervoorzitter A. Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat V. Petitat, die loco advocaat J.-B. Petitat, verschijnt voor de verzoeker, en luitenant kolonel militair-administrateur A. De Decker, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur G. De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verzoeker is sinds 3 april 2000 als burger contractueel tewerkgesteld bij het ministerie van Landsverdediging. 3.
  5. Bij koninklijk besluit van 7 juli 2003 wordt het statuut van bepaalde burgerlijke ambtenaren van het Stafdepartement Inlichtingen en Veiligheid van het ministerie van Landsverdediging vastgesteld. In dit statuut wordt in niveau 1 onder meer de graad van commissaris-analist ingesteld. Tevens worden de aanwervingsvoorwaarden vastgesteld. De kandidaten moeten onder meer doen blijken van de door de minister vastgestelde vereiste lichamelijke geschiktheid. Deze vereisten worden vastgesteld bij ministerieel besluit van 25 januari
  6. 3.
  7. In het Belgisch Staatsblad van 22 december 2006 wordt bekendgemaakt dat een wervingsreserve van mannelijke en vrouwelijke Nederlandstalige commissaris-analisten wordt samengesteld bij het ministerie van Landsverdediging. Blijkens deze bekendmaking zijn er 6 Nederlandstalige betrekkingen vacant en blijft de wervingsreserve minstens 3 jaar geldig. In deze bekendmaking wordt de selectieprocedure verduidelijkt: na een eventuele voorselectie vindt er een vergelijkende selectie plaats bestaande uit 5 onderscheiden proeven. Om aangesteld te kunnen worden moet de kandidaat batig geschikt zijn en doen blijken van de vereiste lichamelijke geschiktheid, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 25 januari
  8. Na een stage van 2 jaar wordt de geschikt IX-6358-2/6 bevonden stagiair in de graad van commissaris-analist benoemd indien hij nog aan de aanstellingsvoorwaarden voldoet. 3.
  9. De verzoeker neemt deel aan de vergelijkende selectie en slaagt in de proeven. Hij wordt als 19/ gerangschikt. De verzoeker ondergaat vervolgens op 23 januari 2008 het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en hij wordt geschikt bevonden voor de functie van commissaris-analist. Op dat ogenblik komt hij op de 10e plaats in de rangschikking. 3.
  10. Volgens de verwerende partij beslissen de Chef van de Algemene Dienst Inlichtingen en de Directeur van het Hospitaal Centrum van de Basis Koningin Astrid op 16 mei 2008 om alle beslissingen met betrekking tot de lichamelijke geschiktheid van de kandidaten commissaris-analisten (zowel de positieve als de negatieve) in te trekken, dit in essentie omdat het koninklijk besluit van 7 juli 2003 niet in overeenstemming is met de wet van 28 januari 2003 betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden gevoerd en met het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers. Aan de verzoeker wordt meegedeeld dat de beslissing over zijn medische geschiktheid wordt ingetrokken en dat een nieuwe werving opgestart zal worden. Tevens wordt gesteld: “Daar u voldeed aan de minimumvereisten met betrekking tot de vergelijkende selectie zal uw kandidatuur overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van het koninklijk besluit van 7 juli 2003 worden opgenomen in een wervingsreserve met het behoud van uw score en uw rangschikking.” en “bij het opstarten van de nieuwe werving (...) zal u enkel nog de voorafgaande gezondheidsbeoordeling dienen te ondergaan”. 3.
  11. Op 28 januari 2009 wordt het koninklijk besluit uitgevaardigd waarmee de vastgestelde onvolkomenheden in het koninklijk besluit van 3 juli 2009 worden weggewerkt. Op het vlak van de vereiste medische geschiktheid wordt nu een onderzoek door de preventieadviseur-geneesheer vereist, als voorzien in de wet van 28 januari 2003 en het koninklijk besluit van 28 mei 2003 vereist. 3.
  12. Op 22 april 2009 wordt de verzoeker een tweede keer onderzocht op zijn lichamelijke geschiktheid. Hij wordt geschikt bevonden. Tevens worden alle andere geslaagde kandidaten, die nog verdere interesse betoond hebben, onderzocht op hun lichamelijke geschiktheid. Na dit tweede medisch onderzoek van alle geïnteresseerden wordt de verzoeker op de 14e plaats gerangschikt. Deze achteruitstelling in de rangschikking blijkt te wijten aan het feit dat nu alle IX-6358-3/6 kandidaten die zich voor het onderzoek aangeboden hebben de vereiste lichamelijke geschiktheid bezitten. 3.
  13. Naar de verwerende partij ter terechtzitting uiteenzet is nog geen aanstelling gebeurd in de vacante betrekkingen, maar worden de administratieve formaliteiten vervuld om rondom 1 oktober 2009 beslissingen te kunnen treffen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  14. De verwerende partij werpt in haar nota op dat het annulatieberoep onontvankelijk is omdat: - het gericht is tegen een voorbereidende handeling. Een beroep tegen dergelijke handelingen is in beginsel niet vatbaar voor vernietiging, tenzij die handelingen een zeker en definitief schadelijk gevolg hebben. In casu werd nog geen beslissing genomen aangaande het al dan niet toelaten van de kandidaten tot de stage. Bovendien heeft de verzoeker geen belang bij zijn beroep als hij aanvaard wordt als stagiair. - de bestreden beslissing aan de verzoeker geen effectief nadeel toebrengt. In het onderzoek naar de lichamelijke geschiktheid van de verzoeker werd vastgesteld dat hij geschikt is voor de functie van commissaris-analist. Deze beslissing is bijgevolg niet-griefhoudend voor de verzoeker, zodat de verzoeker geen belang heeft bij zijn beroep. 4.
  15. De verzoeker vraagt de vernietiging van alle medische onderzoeken die de verwerende partij heeft uitgevoerd in toepassing van de gewijzigde bepaling van het personeelsstatuut. Hij voert als middel aan dat het tweede medisch onderzoek geen “daadwerkelijk verband houdt met de huidige geschiktheid van de werknemer voor en de specifieke kenmerken van de openstaande betrekking” en stelt dat dit tweede medisch onderzoek allerminst de medische geschiktheid weergeeft die wettelijk en reglementair verplicht is voor de openstaande betrekking. De verzoeker vindt het medisch onderzoek dat de kandidaten, die na de vergelijkende selectie in de rangschikking opgenomen zijn, ondergaan hebben -ook het zijne- onregelmatig. Die onregelmatigheid wil hij nu, globaal, vastgesteld zien. Hij hoopt aldus, na een nieuw onderzoek, een betere rangschikking te verkrijgen. IX-6358-4/6 4.
  16. Er bestaat geen uniek besluit over de wijze waarop het medisch onderzoek van de kandidaten zal worden uitgevoerd. De verwerende partij heeft ook geen collectief besluit getroffen waarbij alle kandidaten geschikt verklaard worden. Het beroep is, juridisch gezien, dan ook niet rechtstreeks gelinkt aan een bepaalde bestuurlijke beslissing die met een annulatieberoep bestreden kan worden. Op de keper beschouwd wil de verzoeker de onwettigheid vastgesteld zien van een bepaalde stap in het besluitvormingsproces die evenwel niet geconsacreerd is door een expliciete beslissing. Aan de Raad van State wordt geen vernietigbare beslissing voorgelegd die hem toelaat de aangevoerde onwettigheid te onderzoeken. 4.
  17. De verzoeker verwijst naar de individuele beslissingen waarbij elk van de kandidaten geschikt worden bevonden. Naar zijn oordeel gaat het om voorbeslissingen die aan de rangschikking voorafgaan en die onmiddellijk met een annulatieberoep bestreden kunnen worden. Die redenering wordt niet gevolgd, aangezien de verzoeker met de geschiktverklaring van andere kandidaten niet definitief buiten het beslissingsproces gesloten wordt. Die beslissingen vormen voor hem dan ook geen voorbeslissing die hij onmiddellijk met een annulatieberoep kan bestrijden. En het bestrijden van de eigen geschiktverklaring is voor de verzoeker slechts zinvol in zoverre zij onderdeel zou zijn van een meer algemene beslissing aangaande het geneeskundig onderzoek van de kandidaten. Dergelijke beslissing bestaat, als hoger gesteld, niet. 4.
  18. Het beroep is niet ontvankelijk.
  19. De verwerping van het beroep heeft tot gevolg dat de vordering tot schorsing en de vraag tot het bevelen van voorlopige maatregelen geen voorwerp hebben. BESLISSING
  20. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen.
  21. De vordering tot schorsing wordt verworpen.
  22. De vraag tot het bevelen van voorlopige maatregelen wordt verworpen.
  23. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 175 euro. IX-6358-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 september 2009, door : André Vandendriessche, kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6358-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.213 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.