← België

Arrest 196218 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 21/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.218 Rolnummer: A. 192019/IX-6288 Zaak: Arrest 196218 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 21/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-28 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:34 Fiche Arrest nr 196.218 van 21 september 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 196.218 van 21 september 2009 in de zaak A. 192.019/IX-6288 In zake : Noëlla MOORS wonende te Bilzen Meidoornstraat 22 waar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 maart 2009, strekt tot de nietigverklaring van “alle beslissingen met betrekking tot het niet-slagen voor de test ter afsluiting van de gecertificeerde opleiding FI03 ‘Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht’ van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid (OFO), ‘in de mate dat deze beslissing de impliciete weigering inhoudt om [Noëlla MOORS] als geslaagd te beschouwen’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Adjunct-auditeur M. Celis heeft op 10 augustus 2009 een verslag opgemaakt overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Met een beschikking van 19 augustus 2009 is de datum van de terechtzitting vastgesteld op 14 september
  3. Kamervoorzitter A. Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. IX-6288-1/5 Verzoekster, en advocaat E. Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd M. Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekster, eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën, heeft deelgenomen aan de gecertificeerde opleiding “Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht FI03NL”, ingericht door het OFO. Deze opleiding werd afgesloten met een test, die heeft plaatsgevonden op 15 december
  6. 3.
  7. Op 7 juli 2008 deelt de directeur-generaal van het OFO aan de verzoekster mee dat zij niet geslaagd is voor deze test. De verzoekster behaalde namelijk 57,45%, terwijl zij 60% moest halen om te slagen. De verzoekster heeft deze beslissing niet bestreden. 3.
  8. Na klachten in verband met voornoemde test beslist het OFO de test voor te leggen aan experts. Op grond van hun verslagen en na overleg wordt besloten dat over slechts 28 van de 50 vragen van de test geen enkele twijfel bestaat en dat een test met 50 vragen, die gereduceerd wordt tot 28 vragen niet langer valide, betrouwbaar of relevant kan zijn. 3.
  9. Bij schrijven van 5 februari 2009 van de directeur-generaal van het OFO wordt dan aan de verzoekster meegedeeld dat: “gelet op het algemeen beginsel van voorzichtigheid, overwegende dat de nietigverklaring van de resultaten van niet-slagen aan geen enkele ambtenaar enig nadeel kan berokkenen, overwegende daarentegen dat de nietigverklaring tot gevolg heeft dat de ambtenaren in staat gesteld worden om van een niet-ingekorte geldigheidsperiode te genieten, indien ze in de toekomst slagen voor een gecertificeerde opleiding, IX-6288-2/5 zonder een uitspraak te doen met betrekking tot de tegenstrijdige standpunten geuit door de interne en de externe experts of de bedenkingen geuit door deze laatsten, zonder op welke manier ook te erkennen dat de interne experts een fout zouden begaan hebben, zonder ook te erkennen dat het Instituut enige fout begaan heeft, teneinde een einde te maken aan een zwaarwegend geschil, heeft het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid beslist om alle beslissingen m.b.t. het niet-slagen voor de test ter afsluiting van de gecertificeerde opleiding FI03 ‘Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht’ nietig te verklaren. Deze beslissing heeft dus betrekking op de beslissing die u werd meegedeeld op 7 juli
  10. Voor zover u zich inschrijft of zich ondertussen ingeschreven heeft voor een gecertificeerde opleiding, zal de geldigheidsdatum voor de berekening van de premie blijven vastliggen op de oorspronkelijke datum.” Van deze beslissing wordt nu de nietigverklaring gevorderd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Het belang
  11. De verzoekster stelt dat zij belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing, aangezien zij betrekking heeft op de beslissing van 7 juli 2008, waarbij zij als niet geslaagd werd beoordeeld en waardoor zij opnieuw dient deel te nemen aan een nieuw examen betreffende de certifiëringstest “Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht FI03NL”. Zij voegt daaraan toe dat de bestreden beslissing een rechtstreeks gevolg heeft voor haar loopbaan en dat zij rechtstreeks geraakt wordt in haar morele en materiële belangen.
  12. De auditeur-verslaggever stelt in zijn verslag ambtshalve vast dat verzoekster geen belang heeft bij het beroep. Beoordeling
  13. Met de bestreden beslissing van 5 februari 2009 wordt de beslissing, waarbij de verzoekster niet geslaagd werd bevonden, “nietig verklaard”, dit wil zeggen ingetrokken. In de bestreden beslissing wordt ook uiteengezet dat de IX-6288-3/5 geldigheidsdatum voor de berekening van de premie zal blijven vastliggen op de oorspronkelijke datum, voor zover de verzoekster zich inschrijft voor de volgende gecertificeerde opleiding. De verzoekster heeft er dienvolgens geen enkel belang bij de bestreden beslissing vernietigd te zien. Overigens zou door een vernietiging van deze beslissing, de beslissing van 7 juli 2008 opnieuw rechtskracht verkrijgen. Het eigenlijk doel van de verzoekster ligt klaarblijkelijk in de vernietiging van de in de intrekkingsbeslissing besloten weigering om haar, met de gegevens waarover het bestuur beschikte, alsnog geslaagd te verklaren. Die beslissing ligt evenwel niet besloten in het bestreden besluit, dat alleen maar de eerdere voor de verzoekster negatieve beslissing ongedaan maakt zonder haar rechtssituatie opnieuw vast te stellen. De verzoekster toont in ieder geval niet aan, door het aanvoeren van een middel dat daarop betrekking heeft, dat de Raad van State haar, met de vernietiging van de bestreden intrekkingsbeslissing, enig recht kan verlenen, terwijl zulks nochtans noodzakelijk is opdat de Raad van State een impliciete beslissing zou kunnen vernietigen. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  14. Het beroep wordt verworpen.
  15. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 175 euro. IX-6288-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 september 2009, door : André Vandendriessche, kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6288-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.218 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.