id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.252 Rolnummer: A. 191727/X-14105 Zaak: Arrest 196252 - Plannen van aanleg - 22/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-29 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 03:34 Fiche Arrest nr 196.252 van 22 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.252 van 22 september 2009 in de zaak A. 191.727/X-14.
- In zake :
- de n.v. DEBEUCKELAERE GEBROEDERS,
- de b.v. DEBEUCKELAERE EN KINDEREN, die woonplaats kiezen bij advocaten B. ROELANDTS, P.-J. DEFOORT en K. DE ROO, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de n.v. DEBEUCKELAERE GEBROEDERS en de b.v. DEBEUCKELAERE EN KINDEREN op 5 maart 2009 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 17 december 2008 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg “Gouden Hoofd” van de gemeente Kortemark, bestaande uit een plan van de bestaande toestand en uit een bestemmingsplan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften, met uitsluiting van de met blauw omrande delen van het bestemmingsplan en de bijhorende stedenbouwkundige voorschriften, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 21 januari 2009; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 11 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 september 2009; X-14.105-1/9 Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P.-J. DEFOORT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat Y. FRANÇOIS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging Er kan niet worden ingegaan op de vraag van de verzoekende partijen tot voeging van deze zaak met de zaak A. 191.882/X-14.118, waarin door het bevoegde lid van het auditoraat een verslag is opgesteld, in het annulatieberoep, met toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement. In die laatste zaak wordt de -gedeeltelijke- vernietiging gevraagd van het BPA in de mate dat dit aan bepaalde percelen een bepaalde bestemming geeft, daar waar in de hier voorliggende zaak de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd van het ministerieel besluit tot goedkeuring van dat zelfde BPA, omdat dit besluit de gronden van de verzoekende partijen uitsluit van goedkeuring. De uitspraak in de zaak A. 191.882, heeft dan ook geen doorslaggevende invloed op de uitkomst van de hier voorliggende zaak.
- De gegevens van de zaak 2.
- De eerste verzoekende partij exploiteert in Amersvelde, een gehucht dat deel uitmaakt van de gemeente Kortemark, een houtzagerij en -handel. Zij huurt de bedrijfsterreinen van de tweede verzoekende partij. 2.
- De bedrijfssite is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 5 februari 1979 vastgestelde gewestplan Diksmuide- Torhout deels gelegen in gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en X-14.105-2/9 middelgrote ondernemingen, deels in woongebied met landelijk karakter, en deels in agrarisch gebied. 2.
- De eerste verzoekende partij stelt dat zij de verouderde bedrijfssite wil reorganiseren en uitbreiden. 2.
- De gemeente Kortemark beslist om een planopmaakprocedure op te starten voor een bijzonder plan van aanleg “Gouden Hoofd”, waarin oplossingen zouden worden aangereikt voor vier bedrijven die in het gehucht Amersvelde gevestigd zijn. Behalve de eerste verzoekende partij, gaat het om het bedrijf Provoost, gespecialiseerd in afbraak- en grondwerken, het metaalverwerkend bedrijf Allemeersch en de transportfirma Heidi-Trans. 2.
- Bij besluit van 19 september 2006 van de gemeenteraad van de gemeente Kortemark wordt het ontwerp van bijzonder plan van aanleg “Gouden Hoofd” voorlopig aangenomen. 2.
- Gedurende het openbaar onderzoek over het plan, dat loopt van 24 oktober 2006 tot 24 november 2006, wordt één bezwaarschrift ingediend, door Julien Vanslembrouck en zijn echtgenote. In zitting van 13 december 2006 bespreekt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortemark het bezwaarschrift, en wordt voorgesteld het ingediende bezwaar te verwerpen. De GECORO van de gemeente Kortemark sluit zich hierbij in haar advies van 15 januari 2007 aan en adviseert het BPA gunstig. 2.
- Op 5 maart 2007 wordt het BPA “Gouden Hoofd” door de gemeenteraad van de gemeente Kortemark definitief aanvaard. 2.
- Op 26 april 2007 formuleert de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een ongunstig advies. In het bijzonder met betrekking tot het bedrijf van de eerste verzoekende partij, stelt de deputatie de vraag “of het niet zinvoller is om een bedrijf uit te bouwen op een bedrijfssite met meer ruimtelijke mogelijkheden naar de toekomst toe”. X-14.105-3/9 2.
- Bij besluit van 5 oktober 2007 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, en Ruimtelijke Ordening wordt het BPA “Gouden Hoofd” gedeeltelijk goedgekeurd, met name wat betreft de terreinen van het bedrijf Allemeersch en een deel van het terrein van het bedrijf Provoost. Aan de rest van het plan, met inbegrip van de percelen van de verzoekende partijen, wordt de goedkeuring onthouden. Dit besluit wordt niet door de verzoekende partijen, doch door de reeds genoemde Julien Vanslembrouck voor de Raad van State aangevochten, en nadat in het auditoraatsverslag wordt voorgesteld om het besluit te vernietigen beslist de minister op 17 april 2008 het goedkeuringsbesluit in te trekken. De Raad van State verwerpt bij arrest nr. 182.946 van 15 mei 2008 het annulatieberoep, gelet op het teloorgaan van het voorwerp ervan. 2.
- Op 17 december 2008 wordt het BPA andermaal gedeeltelijk goedgekeurd door de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening voor dezelfde plandelen. Dit is het thans bestreden besluit.
- De ontvankelijkheid De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
- De grondvoorwaarden voor de schorsing - moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.1.
- De verzoekende partijen formuleren het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt : “De verzoekende partijen staan gezamenlijk in voor exploitatie en het beheer van het onroerend patrimonium van de houtzagerij Debeuckelaere, dat opgenomen was in het ontwerp van BPA maar door het bestreden besluit uitgesloten werd uit het definitief vastgestelde BPA. Aldus wordt ten aanzien van de beide verzoekers op korte termijn de mogelijkheid ontnomen om het bedrijf ruimtelijk uit te breiden. X-14.105-4/9 Het bestreden besluit ontneemt voor de verzoekende partijen niet alleen de uitbreidingsmogelijkheden op korte termijn zoals die waren voorzien in het door de gemeenteraad goedgekeurde BPA. Bovendien ontneemt de (gedeeltelijke) goedkeuring van het BPA, enkel voor het bedrijf Allemeersch, voor de verzoekende partijen op onherroepelijke wijze de kans op een gelijktijdige en gelijkwaardige afweging van alle betrokken ruimtelijke ontwikkelingselementen bij een latere globale planologische oplossing voor het volledige gehucht Amersvelde, zoals dit werd gesuggereerd door de bestreden beslissing en zoals dit wordt voorzien in het voorontwerp van het GRS. De minister stelt zelf dat deze ‘globale oplossing’ voor het gehucht Amersvelde, slechts mogelijk is ‘voor zover de ruimtelijke draagkracht niet wordt overschreden’. Door de goedkeuring van het gedeelte van het BPA voor het bedrijf Allemeersch, met een verdubbeling van de bedrijfsoppervlakte wordt een onomkeerbare - dus niet te herstellen - hypotheek gelegd op de invulling van de ruimtelijke draagkracht. Dat het nadeel bovendien niet hypothetisch, maar zeer reëel is, bewijst het feit dat het bedrijf Allemeersch intussen reeds een aanvraag heeft ingediend voor een stedenbouwkundige vergunning voor de uitbreiding op basis van het bestreden BPA. Ten tweede is de uitbreiding op korte termijn absoluut noodzakelijk om op een (brand)veilige en concurrentiële manier te kunnen verder bestaan. Die behoefte aan groeiruimte stoelt op
(1)de ontwikkeling van de houthandel in het algemeen;
(2)de FSC certificering en de CE markering voor structuurhout. 1. De ontwikkeling van de houthandel in het algemeen Van een oorspronkelijk primair natuurlijk product gaat het heden ten dage naar een component product. De handel in gezaagd hout is geëvolueerd tot handel in hout, houtproducten en nevenproducten. Houtproducten met toegevoegde waarde, met speciale kenmerken en nevenproducten. Die evolutietrend zal zich nog verder doorzetten. Hij vergt meer oppervlakte en toename van personeel. Zonder die groeiruimte kan het houtbedrijf die evolutie niet volgen en moet het uit de markt verdwijnen. 2. FSC-certificering en CE-markering voor structuurhout De FSC-certificering vereist dat dit hout afzonderlijk gestockeerd wordt, wat beschikking over bijkomende ruimte impliceert (...). Het gebruik van hout met FSC-label is niet verplicht gesteld, maar omwille van de stijgende vraag bij de consument is er vanuit bedrijfseconomisch oogpunt behoefte aan voldoende ruimte voor het stockeren van hout met FSC-label. De dringende nood aan uitbreiding is absoluut noodzakelijk voor de CE-markering voor structuurhout, die vanaf 1 september 2009 verplicht wordt gesteld. De CE-markering voor structuurhout is een uitvoering van de Europese bouwproductenrichtlijn (BPR 89/106/EEG). Deze CE-markering toont aan dat het bouwproduct voldoet aan de basiseisen van de BPR van toepassing op het bouwproduct (stabiliteit, brandveiligheid, gezondheid, gebruiksveiligheid, geluidshinder, energiebesparing). De CE-markering betekent dat structuurhout naar sterkte moet gesorteerd worden. Het verwerkte hout in de bouw wordt ingedeeld in twee groepen zijnde het structuurhout en het schrijnwerkhout. Onder de noemer structuurhout valt het zaaghout dat in een constructie verwerkt wordt en waarbij de sterkte als veiligheidsfactor belangrijk is. Voor de overige toepassingen wordt schrijnwerkhout gebruikt waarbij het esthetisch aspect een belangrijke rol speelt. Het naar sterkte gesorteerde hout dient volgende gegevens te vermelden: - het CE certificatienummer van de producent - het identificatienummer van de certificatie-instelling; - de weerstandsklasse; - de houtsoort of houtsoortengroep; - het houtvochtgehalte. X-14.105-5/9 Het naar sterkte gesorteerde hout mag bewerkt worden, maar bij het herzagen en ontdubbelen in de dikte moet het hout vervolgens opnieuw gesorteerd en CE-gemarkeerd worden. Deze verplichting leidt tot een zeer sterke toename in sorteeractiviteiten, want in de houtbedrijven wordt momenteel ongeveer 80% van het structuurhout herzaagd. Als het bedrijf een erkend houtkeurder in dienst heeft kan de firma een CE-markering voor structuurhout krijgen, mits te voldoen aan de minimum eisen gesteld in de NBN EN 14081-1. Dit houdt onder meer in dat er voldoende ruimte en licht is om te sorteren, dat er een markeersysteem is (identificatie, stempel) en dat alles bijgehouden wordt in een sorteerregister (naspeurbaarheid) (http://www.ctib-tchn.
- be)(...). In België worden vier weerstandsklassen van het CE gemerkte constructiehout aangehouden: C16 (S4), C18 (S6), C24 (S8) en C30 (S10). Reeds in 1993 is de zaakvoerder van verzoekende partij in zijn toenmalige houtbedrijf (houtbedrijf Perneel te Lichtervelde, geherlocaliseerd in 1996 door overname van het bedrijf Debeuckelaere) gestart met de sterktesortering beperkt tot 2 weerstandsklassen in douglashout (klasse S8 en S6) en verkreeg hiervoor een goedkeuring met certificaat (...). Plaatsgebrek noopte tot uitbreiding naar de haven van Antwerpen vanaf 1994 en vervolgens naar diverse zagerijen in Frankrijk in 1996. Toen die contracten teneinde liepen en na overname van het bedrijf Debeuckelaere, begon eerste verzoekende partij zelf met die sortering, met twee gecertificeerde en geautoriseerde houtkeurders, met name Herbrand Perneel (bestuurder en zaakvoerder) en Brand Perneel. Daarnaast heeft het bedrijf twee van zijn werknemers in 2008 door het Opleidingscentrum Hout laten opleiden tot gecertificeerde houtkeurder. Zij kunnen in september 2009 die taak opnemen, zodat er vier houtkeurders in het bedrijf Debeuckelaere voorhanden zullen zijn om naast douglas ook de houtsoorten grenen, vuren, epicéa, oregon en eiken naar strekte te sorteren. De nv DEBEUCKELAERE GEBROEDERS is één van de zestien gecertificeerde Belgische producenten van naar sterkte gesorteerd hout (...) en beschikt over alle know-how en vergunningen om vanaf 1 september 2009 de verplichte CE-markering voor structuurhout zelf uit te voeren. Het sorteren van zes houtsoorten naar vier weerstandsklassen vraagt uiteraard veel meer plaats dan het sorteren van één houtsoort naar twee weerstandsklassen. Kortom, door de verplichte CE-markering zal de sorteeractiviteit enorm toenemen en minstens vertienvoudigen, zodat een efficiënte mechanisatie en daarmee gepaard gaande infrastructuur zich opdringt. Momenteel wordt het bedrijf geconfronteerd met een enorm plaatsgebrek en is er te weinig ruimte om het hout op een efficiënte wijze te sorteren. Het belang van de sterktesortering van structuurhout voor nv DEBEUCKELAERE GEBROEDERS blijkt onder meer uit de inspectieverslagen 2006 en 2007 (...). De sterktesortering levert een meerwaarde op van 20 à 25 euro per m³ voor S6 en 55 à 75 euro per m³ voor S8. De inspectieverslagen tonen aan dat de meerwaarde in 2007 ongeveer 1325 m³ x ca 22,50 of 29.812,50 euro bedraagt voor klasse S6 en 1624 m³ x ca 65,00 of 105.560,00 euro voor klasse S8. Zij tonen ook een productiestijging van 29,25 % aan in 2007 tegenover 2006. Wat de investeringen betreft, blijkt uit de onderstaande tabel dat door nv DEBEUCKELAERE GEBROEDERS de laatste 10 jaar maar liefst 432.120,00 i locatiegebonden investeringen werden gedaan in het bedrijf. Deze cijfers houden geen rekening met de hele zware investeringen in zaagmachines en rollend materieel door nv DEBEUCKELAERE GEBROEDERS ten bedrage van 1.958.695,00 i over de laatste 10 jaar. De verhuis van de machines is niet steeds mogelijk, omdat deze geïnstalleerd werden volgens de bestaande bedrijfsindeling. Dit betekent dat bij herlocalisatie bepaalde machines opnieuw X-14.105-6/9 aangekocht en/of geïnstalleerd zouden moeten worden. Een herlocalisatie is bedrijfseconomisch bijgevolg volstrekt onverantwoord. Bovendien werden twee oude boerderijtjes met woonhuis en schuur, gelegen in ambachtelijke zone, door DEBEUCKELAERE EN KINDEREN opgekocht voor ongeveer 417.000 i om te slopen. Zo werd meer eenheid geschapen in de versnipperde ambachtelijke zone en kon ook een extra ontsluiting worden gecreëerd. (...) De zware investeringen van de verzoekende partijen zijn maar rendabel als het bedrijf kan uitbreiden en concurrentieel kan blijven. De levensvatbaarheid van het bedrijf van verzoekende partijen komt derhalve in het gedrang. Indien een administratieve beslissing de levensvatbaarheid van een onderneming in het gedrang brengt of haar naar de rand van een faillissement voert, of nog als zij haar plaats op de concurrentiemarkt zwaar aantast of de beëindiging van de economische activiteit in het verschiet brengt, mag men aannemen dat die bestuurshandeling een MTHEN veroorzaakte. De tenuitvoerlegging van het bestreden besluit leidt om bovenstaande redenen tot een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van de verzoekende partijen”. 4.1.2. De verwerende partij voert in de nota, samengevat, aan dat de aangevoerde nadelen de tweede verzoekende partij als “eigenares van de gronden die zij verhuurt aan eerste verzoekende partij” niet raken, of hoogstens slechts in financieel opzicht hetgeen in principe niet moeilijk te herstellen is. Tevens stelt zij dat de verzoekende partijen het eerdere ministeriële goedkeuringsbesluit van 5 oktober 2007 niet hebben aangevochten, zodat zij zich vragen stelt bij de hoogdringendheid van de noodzaak tot uitbreiding. Tenslotte voert zij aan dat niet afdoende wordt aangetoond dat door de onthouding van de goedkeuring het voortbestaan van het bedrijf in het gedrang komt. 4.2.1. Met de verwerende partij dient te worden gesteld dat de verzoekende partijen ten gepasten tijde niet het initiatief hebben genomen om het eerste ministerieel besluit van 5 oktober 2007, waarbij hun percelen evenzeer werden uitgesloten uit het BPA, in rechte aan te vechten. Deze vaststelling klemt met de uiteenzetting van de verzoekende partijen aangaande de “dringende nood aan uitbreiding” die zou bestaan ingevolge een Europese bouwproductenrichtlijn die vanaf 1 september 2009 de CE-markering voor structuurhout verplicht stelt. Er wordt nergens uiteengezet waarom het nu wel dringend noodzakelijk zou zijn om in het administratief kort geding de onthouding van de goedkeuring van het BPA te laten schorsen, daar waar de verzoekende partijen toentertijd nagelaten hebben om het eerdere ministerieel besluit met precies dezelfde strekking aan te vechten. Deze vaststelling ondergraaft dan ook de geloofwaardigheid van het betoog van de X-14.105-7/9 verzoekende partijen aangaande het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat zij nu stellen te zullen lijden. De verzoekende partijen kunnen zich voor dit stilzitten niet met goed gevolg beroepen, zoals zij ter terechtzitting doen, op de vordering die door Julien Vanslembrouck tegen dat BPA werd ingesteld. Die vordering had immers, zoals ook deze die het voorwerp uitmaakt van de zaak A. 191.882 (zie sub 1 hierboven), een geheel andere finaliteit, die erin bestond zich te verzetten tegen het BPA, daar waar de huidige verzoekers integendeel in het BPA willen worden opgenomen. Voorts toont de eerste verzoekende partij niet genoegzaam aan dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit het voortbestaan van haar onderneming in het gedrang zal brengen. Uit de memorie van toelichting bij het bestreden BPA blijkt integendeel dat haar omzetcijfers de laatste jaren een sterke groei hebben gekend, ook zonder een uitbreiding. Tenslotte doet de tweede verzoekende partij, die de bedrijfs- terreinen verhuurt aan de eerste verzoekende partij, niet blijken van een moeilijk te herstellen nadeel. Het in haar hoofde beweerde nadeel vertoont immers, zoals de verwerende partij terecht stelt, slechts een louter financieel karakter, waarvan niet wordt aangetoond dat dit voor haar moeilijk te herstellen zou zijn. 4.2.2. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt bijgevolg niet afdoende aangetoond. Er is niet voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-14.105-8/9 Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig september 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-14.105-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.252 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.806 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div