id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.254 Rolnummer: A. 177897/X-13055 Zaak: Arrest 196254 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-29 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:34 Fiche Arrest nr 196.254 van 22 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.254 van 22 september 2009 in de zaak A. 177.897/X-13.
- In zake :
- Dirk VAN MOL,
- Karen GYSEN, die woonplaats kiezen bij advocaat L. BOUTELIGIER, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Louizastraat 32/ bus 1 tegen : de gemeente SCHOTEN, die woonplaats kiest bij advocaat Y. LOIX, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partijen :
- Stijn VANDEWEYER,
- Annelies VERLINDEN, wonende te 2900 SCHOTEN, Verbertstraat 18 A. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk VAN MOL en Karen GYSEN op 23 oktober 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 juni 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten waarbij aan Stijn Vandeweyer en Annelies Verlinden de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een eengezinswoning te Schoten, Leeuwerikenlei 32 A, kadastraal bekend sectie D, nr. 313/Y/5 (deel), en het besluit van 22 augustus 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten waarbij aan Stijn Vandeweyer en Annelies Verlinden de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor “aanpassingen aan de vergunde nieuwbouw” te Schoten, Leeuwerikenlei 32 A, kadastraal bekend sectie D, nr. 313/Y/5; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 12 december 2006 ingediend door Stijn VANDEWEYER en Annelies VERLINDEN; X-13.055-1/5 Gelet op de beschikking van 5 maart 2007 die de tussenkomst van Stijn VANDEWEYER en Annelies VERLINDEN toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tussenkomende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur W. DE COCK, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 3 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 september 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. GHYSELINCK, die loco advocaat L. BOUTELIGIER verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat F. WAUTERS, die loco advocaat Y. LOIX verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. VAN GIEL, die loco advocaat S. VAES verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord adjunct-auditeur W. DE COCK, daartoe gemachtigd bij besluit van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal, in zijn eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.
- De tussenkomende partijen betwisten in hun verzoekschrift tot tussenkomst het belang van de verzoekende partijen. Zij stellen onder meer het volgende : X-13.055-2/5 “4.2.
- Verkoop eigendom verzoekende partijen De verzoekende partijen beweren de ‘eigenaars en bewoners’ te zijn van de woning gelegen aan de Leeuwerikenlei 34 te 2900 Schoten (...). Op hetzelfde ogenblik van de indiening van het verzoekschrift tot nietigverklaring op 23 oktober 2006 werd evenwel door de verzoekende partijen een aankondiging gepubliceerd tot verkoop van hun woning (...). Reeds in het voorjaar van 2006 kondigden de verzoekende partijen aan hun woning te willen verkopen (...). Uit de herhaalde verkoopsaanbiedingen door de verzoekende partijen op een erg beperkte periode, waarbij de vraagprijs bij de tweede aanbieding aanzienlijk lager werd gesteld, blijkt duidelijk de intentie van de verzoekende partijen om tot de verkoop van hun woning over te gaan. Wegens de vastgestelde intentie in hoofde van de verzoekende partijen om tot verkoop van hun woning te willen overgaan, dient te worden besloten tot de afwezigheid van een belang in hoofde van de verzoekende partijen. Het verzoekschrift tot nietigverklaring dient te worden afgewezen omwille van de afwezigheid van een actueel belang in hoofde van de verzoekende partijen”. 1.
- Ook de verwerende partij betwist in de memorie van antwoord het belang van de verzoekende partijen. Zij stelt eveneens dat de woning van de verzoekende partijen “sedert enige tijd te koop aangeboden staat”. 1.
- De verzoekende partijen repliceren in hun memorie van wederantwoord hierop als volgt : “(...) Op dit ogenblik wonen verzoekende partijen nog steeds naast het litigieuze perceel en zijn zij nog steeds gebaat bij (...) een goede ruimtelijke ordening van hun omgeving. (...) De eventuele verkoop van hun eigendom is op dit ogenblik louter hypothetisch en stelt enkel in de toekomst een eventueel probleem. Nu is echter hun belang nog steeds actueel. (...)”. 2.
- In het inleidend verzoekschrift doen de verzoekende partijen uitdrukkelijk woonplaatskeuze op het adres van hun raadsman. Bij een ter post aangetekende brief van 6 april 2009 heeft de auditeur-verslaggever, naar aanleiding van de hoger vermelde vragen aangaande het actueel belang van de verzoekende partijen, aan de gekozen woonplaats van de verzoekende partijen het volgende schrijven gericht : “In de memorie van wederantwoord, die in onderhavige zaak werd ingediend, wordt melding gemaakt van een ‘eventuele verkoop’ van de eigendom van de verzoekende partijen, gelegen aan de Leeuwerikenlei 34 te Schoten. Gelet op het voorgaande, en in functie van de behandeling van deze zaak, verzoek ik U mij mee te delen of de verzoekende partijen nog een actueel belang bij hun verzoek tot nietigverklaring bezitten”. X-13.055-3/5 Deze brief wordt door de postdiensten aan de Raad van State terugbezorgd, met de op de briefomslag aangebrachte vermelding “ontvangt de briefwisseling niet (meer) op het aangeduide adres”. 2.
- De verplichting, zoals die gold ten tijde van het indienen van het initieel verzoekschrift, om de woning of de zetel van een verzoekende partij te vermelden in het inleidend verzoekschrift heeft tot doel de diensten van de Raad van State in staat te stellen om alle procedurestukken aan die verzoekende partij te betekenen en, in het algemeen, om haar gemakkelijk te kunnen bereiken ingeval het nodig zou zijn om bijkomende inlichtingen of documenten op te vragen. De vermelding van een effectieve of gekozen woonplaats of zetel in het inleidend verzoekschrift maakt dan ook een substantieel voorschrift uit. De verzoekende partijen waren er alleen daardoor reeds toe gehouden om, wanneer zij naar een andere woonplaats of zetel overgingen of op een andere plaats bereikt wensten te worden, de griffie van de Raad van State daarvan in kennis te stellen. Bovendien stelt artikel 84, § 2, vierde lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 april 2007 tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en in werking getreden op 1 juni 2007, het volgende : “(...) Elke wijziging van de woonplaatskeuze wordt uitdrukkelijk geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft. (...)”. Hieruit volgt dat de verzoekende partijen de verplichting hadden een wijziging van de gekozen woonplaats ter kennis te brengen van de Raad van State. 2.
- In casu bevindt zich in het dossier geen enkel stuk waarmee één of de beide verzoekende partijen de Raad van State in kennis hebben gesteld van een wijziging van de woonplaatskeuze. Derhalve werd de hoger vermelde aangetekende brief door de auditeur-verslaggever rechtsgeldig naar het adres van de raadsman van de verzoekende partijen, waar in het verzoekschrift uitdrukkelijk woonplaatskeuze werd gedaan, toegezonden, en kan niet gesproken worden, zoals de verzoekende partijen proberen te doen van een “materiële vergissing bij het Auditoraat”. X-13.055-4/5 Gelet op het voorgaande dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen geen blijk hebben gegeven van een voortdurende en ononderbroken belangstelling bij hun zaak, en dat zij niet de vereiste medewerking aan de rechter hebben verleend. Het slechts voor het eerst ter terechtzitting neergelegde “getuigschrift van woonst” dient dan ook als laattijdig te worden beschouwd en kan niet in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het belang. Er dient bijgevolg te worden vastgesteld dat het rechtens vereiste belang in hoofde van de beide verzoekende partijen niet naar recht is aangetoond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel 2 De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig september 2009, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-13.055-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.254 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div