id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.259 Rolnummer: A. 90186/X-9434 Zaak: Arrest 196259 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-29 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:34 Fiche Arrest nr 196.259 van 22 september 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 196.259 van 22 september 2009 in de zaak A. 90.186/X-
- In zake : de n.v. VANDYLEIR, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Goossens, kantoor houdend te 2640 MORTSEL, Prins Leopoldlei 81 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Claes, kantoor houdend te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160 bij wie woonplaats wordt gekozen. I. Voorwerp van het beroep Het beroep, ingesteld op 13 maart 2000, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 29 oktober 1999 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het “ontwerpplan” tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Turnhout op het grondgebied van de gemeente Brecht, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 januari
- II. Verloop van de rechtspleging Met het arrest nr. 189.837 van 27 januari 2009 worden de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het aanvullend onderzoek. Auditeur A. Van Mingeroet heeft op 17 maart 2009 een aanvullend verslag neergelegd. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De X-9434-1/5 verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Met een beschikking van 17 juni 2009 is de datum van de terechtzitting vastgesteld op 4 september
- Staatsraad J. Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat A. Claes, die loco advocaat J. Claes verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur A. Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Onderzoek van het derde middel A. Uiteenzetting van het derde middel De verzoekende partij voert in het derde middel de schending aan van het materieel motiveringsbeginsel en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht (hierna: de motiveringswet). In het verzoekschrift wordt het middel als volgt uiteengezet: “Doordat de bestemmingswijziging van gebied voor verblijfsrecreatie naar natuurgebied een ingrijpende en drastische wijziging is, die terdege gemotiveerd zou moeten worden vanuit de specifieke, ecologisch waardevolle aard van het betrokken gebiedsdeel, terwijl de bescherming van de percelen van verzoekende partij, gekneld gelegen tussen de E19 autosnelweg, de Miksebaan en de Vriendschapslaan, niet op grond van specifieke ecologische wordt gemotiveerd, doch wel louter vanuit de nood om op enigerlei compensaties te voorzien voor de inpalming van andere gebieden voor permanente bewoning. Toelichting bij het derde middel : De ongeoorloofde beloning van de gebieden waarbinnen op illegale wijze permanente bewoning was tot stand gekomen, is in het eerste middel toegelicht. Benadrukt werd dat een misdrijf de rechtsonderhorige geen rechten kon verschaffen, dat desondanks het bestuur zijn besluitvorming heeft gericht op die X-9434-2/5 stedenbouwovertreders en dat de percelen van verzoekende partij, die zich planologisch in een identieke situatie bevond, als 'pasmunt' werden gebruikt ter compensatie van die planologische regularisatie van de in se illegale bebouwing/bewoning. Voor zover als nodig worden de relevante passages uit de toelichting bij het eerste middel alhier aanzien als zijnde herhaald. De Regionale Commissie, daarin gevolgd door de Vlaamse regering, besliste inderdaad : ‘dat compensatie voor de wijziging van bestemming van gebied voor verblijfsrecreatie naar woongebied met recreatief karakter in de strikte zin niet vereist is maar het ontwerp toch wijziging van bestemming van gebied voor verblijfsrecreatie naar natuurgebied voorziet (...)’ Deze compenserende bestemmingswijziging (van gebied voor verblijfsrecreatie naar natuurgebied) vloeit niet enkel voort uit het ongeoorloofde beloningsbeleid van de overheid, doch wordt, blijkens de besluitvorming louter ‘gemotiveerd’ vanuit die nood aan compensatie an sich ! Nochtans vereist een zorgzaam bestuur dat een wijziging naar natuurgebied enkel voor die gebieden wordt ingesteld die ook eigenlijke ecologische bescherming verdienen. Het dossier geeft geen blijk van zulke overwegingen. De enige motivering betreft : ‘De commissie is van oordeel dat de wijziging van bestemming van gebied voor verblijfsrecreatie naar natuurgebied voor het gedeelte dat niet in exploitatie is, gewenst is (...)’ Waarom die dan wel gewenst is wordt niet meegedeeld. Verder wordt enkel het aangehaalde compensatiemotief aangestipt. Het hoeft weinig betoog dat dergelijke lapidaire besluitvorming de toets aan de motiveringsvereiste niet doorstaat. Gelet op de ongelukkige ligging van dit restgebied was een concrete onderbouwing ook niet mogelijk geweest. Aan de doorgevoerde bestemmingswijziging ligt een geheel foutieve redengeving ten grondslag. Een drastische wijziging naar natuurgebied, die hoe dan ook een degelijke onderbouwing vanuit ecologische overwegingen behoeft, is niet meer dan feitelijke pasmunt voor een ongeoorloofd gedoogbeleid, meer nog, beloningsbeleid. Dat geen werkelijke ecologische overwegingen gespeeld hebben bij de voorliggende gewestplanwijzigingen, moge ook blijken uit de verwerping door de Regionale Commissie van de bezwaren van verschillende vooraanstaande milieubewegingen. De voorgestelde inkleuring van o.m. het waardevolle Kooldriespark en domein Nottebohm als natuurgebied wordt zonder meer afgewezen. Met de natuurkundige bezwaren uit het openbaar onderzoek wordt geen rekening gehouden. Ook het feit dat een waardevol gebied van 14 ha in erfpacht aan de VZW De Wielewaal in erfpacht is gegeven, vormt ‘geen argumentatie om de wijziging van bestemming van gebied voor verblijfsrecreatie naar woongebied met recreatief karakter niet toe te staan’. Een gebied dat veel groter en ecologisch veel waardevoller is dan de percelen van verzoekster krijgt wél een planologische woonbestemming omdat reeds bepaalde bebouwingsvormen ontwikkeld zijn, weliswaar zonder de vereiste vergunningen. Ook het gefundeerde ongunstig advies van de gemeenteraad van Oud-Turnhout laakt die wijze van besluitvorming. Dat advies wierp in essentie op dat de gebieden die als woongebied met recreatief karakter werden aangeduid waardevolle gebieden waren, dat het regulariseren van bouwmisdrijven niet gewenst is en dat permanente bewoning de betrokken gebieden verstoort. Verzoekende partij kan zich vinden in elk van die drie gegronde bezwaren. In de besluitvorming wordt er echter zonder afdoende weerlegging overheen gestapt, stellende dat ‘de problematiek van de permanente bewoning in weekendverblijven moet opgelost worden’... Men lost op door overtredingen te belonen, daarmee elke bescherming van waardevolle gebieden op te geven en weinig waardevolle gebieden als X-9434-3/5 compensatie een groene bestemming te geven. Dit is geen behoorlijke besluitvorming. De gewestplanwijziging ter hoogte van de percelen van verzoekende partij wordt niet naar behoren gemotiveerd. Ook het derde middel is gegrond”. B. Beoordeling Luidens artikel 1 van de motiveringswet moet, voor de toepassing van die wet, onder een bestuurshandeling worden verstaan “de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur”. De plannen van aanleg, waaronder het gewestplan, bezitten bindende en verordenende kracht. Het zijn derhalve geen rechtshandelingen “met individuele strekking”. Een besluit tot vaststelling van een gewestplan valt niet onder de toepassing van de motiveringswet. Zoals elk besluit dient het bestreden besluit te steunen op in rechte en in feite aanvaardbare motieven die moeten blijken, zo niet uit de beslissing zelf, dan toch uit het administratief dossier. De verwerende partij betwist niet dat de bestreden bestemmingswijziging louter gemotiveerd wordt vanuit de nood aan compensatie voor de bestemmingswijziging van naburige percelen van gebied voor verblijfsrecreatie naar woongebied met recreatief karakter. Bij arrest nr. 189.811 van 27 januari 2009 (zaak A. 90.605/X-9.461) heeft de Raad van State de laatstgenoemde bestemmingswijziging vernietigd. Door de voornoemde vernietiging vervalt het enige motief voor de bestemmingswijziging van de gronden van de verzoekende partij. Nu blijkt dat het bestreden besluit niet gesteund is op in rechte en in feite aanvaardbare motieven, is het derde middel gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van 29 oktober 1999 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het “ontwerpplan” tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Turnhout op het grondgebied van de gemeente Brecht, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 januari 2000, in zoverre het in de gemeente Brecht (kaartblad 8/5) de percelen kadastraal bekend sectie M, nrs. 44/h en 44/z, bestemt tot natuurgebied. X-9434-4/5
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit : Roger STEVENS, kamervoorzitter, Johan BOVIN, staatsraad, Jan CLEMENT, staatsraad, met bijstand van Silvan DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, Silvan DE CLERCQ. Roger STEVENS. X-9434-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.259 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.837 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div