← België

Arrest 196376 - Penitentiair recht - 24/09/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.376 Rolnummer: A. 194001/IX-6522 Zaak: Arrest 196376 - Penitentiair recht - 24/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-01 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:35 Fiche Arrest nr 196.376 van 24 september 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.376 van 24 september 2009 in de zaak A. 194.001/IX-

  1. In zake : Bart BUYENS, die woonplaats kiest bij advocaat J. MILLEN, kantoor houdende te HOESELT, Tongersesteenweg 4 bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bart BUYENS op 21 september 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de gevangenisdirecteur van Hasselt van 17 september 2009 waarin verzoeker de mededeling kreeg dat hij ontslagen werd in werkhuis 2 van de gevangenis”; Gelet op de beschikking van 21 september 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 september 2009, om 11.00 uur; Gelet op de beschikking van 22 september 2009 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat betreft de schorsingprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. QUADFLIEG die, loco advocaat J. MILLEN, verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6522-1/3 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
  2. Op het tijdstip van de mondelinge bestreden beslissing van 17 september 2009 verblijft de verzoeker in de gevangenis te Hasselt.
  3. Uit het administratief dossier blijkt dat op 15 september 2009 door een penitentiair beambte een observatieverslag werd opgemaakt. Bovenaan dit rapport werd met de hand de volgende vermelding geschreven: “Ontslagen. 2 maanden geen steun.” Volgens de verzoeker betekent dit dat hij zijn werk verliest en eveneens de sociale steun die “impliceert (dat) de gedetineerde een bedrag van 10 euro kan bekomen wanneer hij zelf niet over enige financiële middelen beschikt”.
  4. Het komt de verwerende partij, als bestuur, toe om zich vragen te stellen over de legaliteit van een op het eerste gezicht onwettige tuchtstraf. Dit probleem maakte het voorwerp uit van een tegensprekelijk debat ter zitting van 22 september
  5. Ontvankelijkheid van de vordering
  6. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6522-2/3
  7. Het verzoekschrift bevat geen uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid, zijnde de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  8. Bijgevolg heeft de verzoeker artikel 16 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding van de Raad van State niet nageleefd en is het verzoekschrift niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  9. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 24 september 2009, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6522-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.376 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.