id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.409 Rolnummer: A. 186879/IX-5829 Zaak: Arrest 196409 - Penitentiair recht - 28/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-07 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:36 Fiche Arrest nr 196.409 van 28 september 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.409 van 28 september 2009 in de zaak A. 186.879/IX-5829 In zake : Carl DE SCHUTTER, die woonplaats kiest bij advocaat J. MILLEN, kantoor houdende te HOESELT, Tongersesteenweg 4, bus
- tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Carl DE SCHUTTER op 11 januari 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 14 november 2007 van de directeur van de gevangenis te Brugge waarbij hij in een bijzonder individueel regime wordt geplaatst, hem minstens bijzondere veiligheids- maatregelen worden opgelegd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 28 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. MILLEN, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5829-1/5 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Gegevens van de zaak 1.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing is de verzoeker opgesloten in de strafinrichting te Hasselt. 1.
- Met het oog op zijn verschijning voor de strafuitvoeringsrecht- bank te Gent op 19 november 2007 verblijft de verzoeker van 14 november tot 21 november 2007 in de gevangenis te Brugge. 1.
- In een rapportbriefje van 16 november 2007 gericht aan de directie schrijft de verzoeker wat volgt: “Tot mijn verbazing krijg ik hier een absoluut STRIKT regime. Te Hasselt waar ik mijn straf uitzit geniet ik een volkomen normaal regime zonder enige vorm van strikt. Kan u me hieromtrent uitleg geven a.u.b.?” Onderaan het rapportbriefje wordt genoteerd dat de advocaat van de verzoeker op de hoogte werd gebracht. Ontvankelijkheid 2.
- De verzoeker stelt dat zijn belang erin bestaat dat hem op onwettige wijze een individueel veiligheidsregime, minstens bijzondere veiligheids- maatregelen werden opgelegd, waardoor onder meer het telefoonverkeer met zijn raadsman ernstig werd bemoeilijkt en op bepaalde momenten zelfs totaal onmogelijk werd gemaakt. 2.
- De verwerende partij werpt een exceptie op, afgeleid uit een gebrek aan belang, omdat er geen beslissing voorligt waarbij aan de verzoeker een IX-5829-2/5 bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd, laat staan dat hij werd onderge- bracht in een individueel bijzonder veiligheidsregime. Een onbestaande beslissing kan volgens haar niet worden vernietigd. Zij stelt dat de verzoeker niet langer in de gevangenis te Brugge verblijft en dat hij niet duidelijk maakt welk nuttig gevolg een gebeurlijke vernietiging heeft. De bewering van de verzoeker dat het telefoonver- keer met zijn raadsman onmogelijk werd gemaakt, betwist zij ten stelligste, aangezien zelfs in geval van een bijzondere veiligheidsmaatregel of een individueel bijzonder veiligheidsregime het telefoonverkeer tussen een gedetineerde en zijn raadsman steeds mogelijk is. 2.
- De verzoeker repliceert dat er geen twijfel over bestaat dat hij in een bijzonder individueel veiligheidsregime werd geplaatst, hem minstens bepaalde bijzondere veiligheidsmaatregelen werden opgelegd. Dit blijkt volgens hem heel duidelijk uit het rapportbriefje dat hij tot de directie richtte. Met name blijkt uit het antwoord “Uw advocaat werd op de hoogte gebracht” dat men impliciet erkent dat hij in een bijzonder individueel veiligheidsregime werd geplaatst, minstens dat hem bepaalde bijzondere veiligheidsmaatregelen werden opgelegd. Het feit dat hij niet langer in de gevangenis te Brugge verblijft, doet volgens hem niets ter zake. Bovendien stelt hij binnenkort terug naar Brugge te moeten voor zijn procedure tot het verkrijgen van een voorwaardelijke invrijheidstelling en wil hij vermijden nogmaals op deze manier te worden behandeld. 2.
- De verzoeker besluit dat hem een bijzonder individueel regime, minstens bijzondere veiligheidsmaatregelen werden opgelegd. 2.5.
- Dergelijke maatregelen vinden hun rechtsgrond in artikel 110, § 1, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, dat luidt als volgt: “§
- Onverminderd de door de Koning te bepalen algemene veiligheids- voorschriften, kan de directeur, wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, ten aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en van die aard zijn dat hij ze verhelpt.” 2.5.
- De verzoeker maakt het bestaan van een beslissing die hem bijzondere veiligheidsmaatregelen oplegt evenwel niet aannemelijk. IX-5829-3/5 Vooreerst kan in het antwoord “Uw advocaat werd op de hoogte gebracht”, geen impliciete erkenning worden gelezen van het bestaan van zulke beslissing. Bovendien blijkt uit de memorie van antwoord dat de gevangenis te Brugge twee standaardregimes kent, één open en één gesloten sectie. Het feit dat de verzoeker tijdens zijn kort verblijf in de gevangenis te Brugge werd onder- gebracht in de gesloten sectie, toont evenwel het bestaan niet aan van een individuele beslissing waarbij hem bijzondere veiligheidsmaatregelen werden opgelegd. 2.5.
- Zelfs indien het bestaan van een dergelijke beslissing zou zijn aangetoond, dient te worden opgemerkt dat bijzondere veiligheidsmaatregelen niet voor annulatie vatbaar zijn. Zoals de Raad van State in zijn arrest nr.169.637, A. Sekkaki, van 31 maart 2007 heeft overwogen, “komen niet voor vernietiging door de Raad van State in aanmerking, de maatregelen die weliswaar zekere ongemakken of onaangenaamheden kunnen meebrengen doch die de directeur neemt met het oog op de goede werking van en de goede orde in de strafinrichting, in zoverre die maatregelen uitsluitend of hoofdzakelijk zijn ingegeven door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, tenzij wanneer de maatregel er uitsluitend of hoofdzakelijk toe strekt een gedetineerde te bestraffen wegens disciplinaire tekortkomingen”. Zoals ook de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in zijn arrest nr. 116.899, W. De Smedt, van 11 maart 2003 reeds overwoog, dient er bijgevolg, met betrekking tot de rechtsmacht van de Raad van State, een onderscheid gemaakt te worden tussen een ordemaatregel, die louter de goede werking van het gevangeniswezen beoogt en in essentie ingegeven is door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, en een tuchtmaatregel, die tot doel heeft de gedetineerde te bestraffen voor een tekortkoming. De verzoeker voert niet aan dat de vermeende bijzondere veiligheidsmaatregelen een bestraffend karakter hebben waardoor de Raad van State kennis zou kunnen nemen van het annulatieberoep. IX-5829-4/5 2.5.
- De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 september 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5829-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.409 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div