id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.412 Rolnummer: A. 155195/IX-4639 Zaak: Arrest 196412 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 28/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-07 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:36 Fiche Arrest nr 196.412 van 28 september 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.412 van 28 september 2009 in de zaak A. 155.195/IX-
- In zake : Johan CAROBEL, die woonplaats kiest bij advocaat F. DE CROO-DESGUIN, kantoor houdende te BRAKEL, Lepelstraat 57 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE, Karel van Manderstraat
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Johan CAROBEL op 30 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 juni 2004 van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu waarbij met ingang van 1 juni 2004 een einde wordt gemaakt aan zijn functie van administratief medewerker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-4639-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE SMET, die loco advocaat R. DEPLA, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Gegevens van de zaak 1.
- De verzoeker is sedert 1974 werkzaam als administratief medewerker bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. 1.
- Bij besluit van 4 februari 1999 van de directeur-generaal van het personeelsbeleid en algemene zaken wordt hem een afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden toegekend voor de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december
- 1.
- Met een brief van 4 december 2000 meldt hij aan de personeelsdienst dat hij zijn dienst zal hervatten op 1 januari
- 1.
- Uit een brief van 11 januari 2001 van de geneesheer-directeur van de Gerechtelijk Geneeskundige Dienst van het Bestuur van de Medische Expertise blijkt dat de verzoeker zich op 2 januari 2001 moest aanbieden op die dienst, maar dat hij niet is opgedaagd. De verzoeker zou intussen hebben laten weten dat hij zijn jaarlijks verlof opnam tot 31 januari
- 1.
- Bij ministerieel besluit van 22 februari 2001 wordt de verzoeker met ingang van 1 januari 2001 geaffecteerd bij het Secretariaat-generaal - Personeelsbeleid en Algemene Zaken - Economaat - Hoofdbestuur, waar hij zich op 1 februari 2001 aanmeldt. 1.
- Vanaf 18 februari 2002 is de verzoeker in ziekteverlof. IX-4639-2/8 1.
- Met een brief van 1 maart 2004 wordt hem door de personeelsdienst dringend gevraagd om zijn afwezigheid vanaf 1 januari 2003 te rechtvaardigen door het voorleggen van een ziektecertificaat. De verzoeker antwoordt dat hij naar aanleiding van dat schrijven onmiddellijk een afspraak heeft gemaakt met zijn behandelende psychiater. Die afspraak is voorzien op 24 maart
- Hij belooft onmiddellijk de duplicaten op te sturen met betrekking tot de gevraagde periode. 1.
- Met een brief van 16 april 2004 laat de voorzitter van het directiecomité aan de verzoeker weten dat, nu hij nog geen documenten van de verzoeker ontving, hij meer dan tien werkdagen ongewettigd afwezig is en dat hij om die reden zonder opzegging en met terugwerkende kracht kan worden ontslagen. De verzoeker wordt opgeroepen om zich op 26 april 2004 aan te melden bij de dienst Personeel en Organisatie te Brussel teneinde zijn afwezigheid vanaf 1 januari 2003 te rechtvaardigen. 1.
- Op 27 april 2004 deelt de verzoeker per e-mail mee dat hij op 15 april 2004 werd geopereerd en op 27 april 2004 ter controle naar het ziekenhuis is geweest waar hij het attest van afwezigheid heeft laten invullen. Hij stelt dat hij de voorgaande attesten die hem door de administratieve gezondheidsdienst (AGD) te Gent zijn toegestuurd aan zijn psychiater heeft overgemaakt en dat hij ze na invulling onmiddellijk zal verzenden aan de AGD te Gent. 1.
- Met een fax van 11 mei 2004 maakt de AGD te Gent een medisch attest met betrekking tot de verzoeker over aan het hoofdbestuur. Het attest rechtvaardigt zijn afwezigheid voor een periode van 72 dagen vanaf 28 februari
- 1.
- Bij beslissing van 28 juni 2004 van de voorzitter van het directiecomité wordt met ingang van 1 juni 2004 een einde gemaakt aan de functie van de verzoeker als administratief medewerker bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Dit is de bestreden beslissing. Zij is als volgt gemotiveerd: IX-4639-3/8 “Overwegende dat de heer CAROBEL Johan, sedert 1 januari 2003, afwezig is en slechts een ziektecertificaat heeft ingediend van 72 dagen vanaf 28 februari 2004; Overwegende dat belanghebbende, bij brief van 16 april 2004, door de heer Voorzitter van het Directiecomité werd uitgenodigd ten einde zijn afwezigheid te rechtvaardigen, doch, zonder wettelijke reden, geen gehoor gegeven heeft; Overwegende dat de heer CAROBEL Johan, meer dan tien werkdagen ongewettigd afwezig is”. Met een brief van 1 juli 2004 wordt de verzoeker in kennis gesteld van die beslissing. 1.
- Op 27 juli 2004 ontvangt de AGD te Gent nieuwe medische attesten van de verzoeker. Deze attesten rechtvaardigen zijn afwezigheid voor een periode van 91 dagen vanaf 1 april 2004 en voor een periode van 92 dagen vanaf 1 juli
- Ontvankelijkheid 2.
- De verwerende partij werpt op dat het verzoekschrift niet ontvankelijk is, omdat de verzoeker in zijn enig “middel” geen melding maakt van een geschonden rechtsregel noch van de wijze waarop die rechtsregel zou zijn geschonden. Zij stelt dat de verzoeker enkel aanvoert de nodige attesten te hebben voorgelegd en dit slechts voor bepaalde perioden in 2004, terwijl de bestreden beslissing evenzeer betrekking heeft op de afwezigheid van de verzoeker in
- Het is haar dan ook onduidelijk hoe zij haar verweer dient op te bouwen tegen dit zogenaamde middel. 2.2.
- Overeenkomstig artikel 2, § 1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna : algemeen procedurereglement) dient verzoeker in zijn verzoekschrift een uiteenzetting te geven van de middelen die hij tot staving van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing aanvoert. Onder “middel” in de zin van artikel 2, § 1, 3/, van het algemeen procedurereglement wordt verstaan : de voldoende duidelijke omschrijving van de IX-4639-4/8 overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing wordt geschonden. Het verzoekschrift dient ten minste één ontvankelijk middel te bevatten. Het ontbreken van een middel in het inleidend verzoekschrift heeft de onontvankelijkheid van het verzoekschrift tot gevolg. 2.2.
- Uit de lezing van het enig middel blijkt dat de verzoeker aanvoert dat hij steeds de nodige medische attesten ter rechtvaardiging van zijn afwezigheid heeft overgemaakt en dat hij bijgevolg op geen enkel moment onwettig afwezig was. Van enige duidelijke omschrijving van een overtreden rechtsregel is evenwel geen sprake. Er kan echter niet worden gesteld dat een middel onvoldoende werd uiteengezet wanneer uit de stukken van het dossier en de memorie van antwoord blijkt dat de verwerende partij de draagwijdte van het middel heeft begrepen. Te dezen heeft de verwerende partij, zij het in ondergeschikte orde, het middel wel degelijk beantwoord. Uit dat antwoord blijkt dat zij het middel in die zin heeft begrepen dat de verzoeker aanvoert dat het motief dat hij meer dan tien dagen onwettig afwezig was niet correct is en dat de bestreden beslissing aldus op onjuiste motieven is gesteund. Voor zover het middel wordt onderzocht op de wijze waarop het werd geredigeerd en in redelijkheid mocht worden begrepen door de verwerende partij, wordt zij niet geschaad in haar rechten van verweer en is het middel en bijgevolg het verzoekschrift ontvankelijk. 2.2.
- De exceptie wordt verworpen. Gegrondheid 3.
- In een enig middel voert de verzoeker aan dat hij steeds de nodige medische documenten heeft overgemaakt en dat hij bijgevolg op geen enkel moment onwettig afwezig was. IX-4639-5/8 Ter rechtvaardiging van zijn afwezigheid legt hij de volgende documenten voor: twee medische attesten, één voor de periode van 28 februari 2004 tot 9 mei 2004 en één voor de periode van 1 april 2004 tot 30 juni 2004, en twee AGD 1 attesten, één voor de periode van 1 april 2004 tot 30 juni 2004 en één voor de periode van 1 juli 2004 tot 30 september
- 3.
- De verwerende partij antwoordt dat het middel niet ontvankelijk is omdat het geen melding maakt van enige overtreden rechtsregel noch van de wijze waarop die regel zou zijn geschonden. Zij stelt dat de verzoeker enkel aanvoert dat hij voor bepaalde perioden in 2004 medische attesten kan voorleggen en dus ten onrechte als onwettig afwezig werd beschouwd. Zij betoogt dat het middel zeer onduidelijk is en dat het niet de bedoeling is dat de verwerende partij en de Raad van State de exacte bedoeling van de verzoeker achterhalen. In ondergeschikte orde stelt de verwerende partij dat de verzoeker naar attesten verwijst die zijn afwezigheid rechtvaardigen voor de periode van 28 februari 2004 tot 30 september 2004, maar dat de bestreden beslissing evenwel verwijst naar zijn afwezigheid vanaf 1 januari
- Aldus kan de verzoeker volgens haar geen rechtvaardiging geven voor zijn afwezigheid voor de periode van 1 januari 2003 tot 28 februari
- Zij wijst er verder op dat de door de verzoeker aangehaalde attesten slechts werden bezorgd na lang aandringen, of nadat de verzoeker reeds kennis had van de bestreden beslissing. 3.
- De verzoeker repliceert dat hij zijn afwezigheden heeft verantwoord en de nodige geneeskundige getuigschriften heeft voorgelegd. Hij stelt dat ten tijde van de bestreden beslissing zijn afwezigheid onafgebroken was verantwoord door de vereiste attesten, terwijl de bestreden beslissing niet enkel terugwerkende kracht heeft, maar ook nog verwijst naar een onregelmatige toestand die op dat ogenblik al lang had opgehouden te bestaan. Bovendien voert de verzoeker de schending aan van het rechtszekerheidbeginsel, doordat de verwerende partij zonder bezwaar te maken een lange periode van afwezigheid heeft laten voorbijgaan. Hij stelt dat de verwerende partij te allen tijde op de hoogte was van zijn medische toestand en dat zij nooit op formele wijze heeft geëist dat hij opeenvolgende medische attesten zou voorleggen. IX-4639-6/8 Voorts stelt de verzoeker dat, hoewel hij zijn afwezigheid van 1 januari 2003 tot 31 maart 2004 wel degelijk heeft verantwoord op niet officiële wijze, hij geen document kan voorleggen waaruit dit zou blijken. Het feit dat hij pas 14 maanden na het begin van de bewuste periode erop attent is gemaakt dat hij de nodige documenten moest voorleggen, maakt het volgens hem onmogelijk die documenten nog te verzamelen of het bewijs voor te leggen dat die documenten waren ingediend. Aldus meent hij misleid te zijn door de verwerende partij, die hem maandenlang in de waan liet dat zijn situatie in regel was door er niet naar te informeren noch verantwoording te vragen voor zijn afwezigheid. Hierbij wijst hij in het bijzonder op zijn 30 jaar dienst en zijn goede verhouding met zijn oversten in een klimaat van vertrouwen en goede trouw, waardoor hij in de waan werd gelaten dat er geen probleem was. Hij merkt op dat hij, van zodra hij op zijn verplichtingen werd gewezen, zijn verdere afwezigheid heeft verantwoord, wat volgens hem aantoont dat zijn werkonbekwaamheid doorliep om dezelfde reden. Dit bevestigt volgens hem het vermoeden van onafgebroken werkonbekwaamheid, waarvan de verwerende partij maar al te goed op de hoogte was. 3.4.
- Wat de ontvankelijkheid van het middel betreft, blijkt uit punt 2.2.
- dat het middel ontvankelijk is voor zover de verzoeker aanvoert dat de bestreden beslissing op onjuiste motieven is gesteund. 3.4.
- Voor zover de verzoeker de schending van het rechtszekerheidsbeginsel aanvoert, betreft dit een middel dat hij reeds in zijn verzoekschrift kon aanvoeren en dat niet van openbare orde is. Bijgevolg kan de verzoeker dit middel niet op ontvankelijke wijze voor het eerst in zijn memorie van wederantwoord aanvoeren. 3.4.
- Met een brief van 1 maart 2004 is aan de verzoeker gevraagd om zijn afwezigheid vanaf 1 januari 2003 te rechtvaardigen. Met een brief van 16 april 2004 is hij opgeroepen voor een gesprek daarover. Aldus wist de verzoeker duidelijk voor welke periode hij nog een rechtvaardiging moest indienen. In antwoord daarop heeft hij alleen medische attesten overgemaakt die zijn afwezigheid verantwoorden vanaf 28 februari
- Bijgevolg blijkt niet dat hij zijn afwezigheid van 1 januari 2003 tot 28 februari 2004 met de vereiste documenten heeft verantwoord. De verzoeker kan niet worden gevolgd waar hij beweert te zijn misleid door de houding van de verwerende partij. Als ambtenaar met 30 jaar dienst IX-4639-7/8 moest hij weten, zelfs zonder dat zijn dienst er hem aan herinnert, dat hij elke afwezigheid op een doorlopende wijze dient te verantwoorden met de daartoe voorziene documenten. Aldus blijkt niet dat het motief dat de verzoeker meer dan 10 dagen onwettig afwezig was, in feite en in rechte onjuist is. 3.4.
- Het middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 september 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4639-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.