id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.413 Rolnummer: A. 192981/IX-6473 Zaak: Arrest 196413 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 28/09/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-07 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:36 Fiche Arrest nr 196.413 van 28 september 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 196.413 van 28 september 2009 in de zaak A. 192.981/IX-6473 In zake : Rosita COURS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te Brugge - Sint-Kruis Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 juni 2009, strekt tot de nietigver- klaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 15 april 2009 van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Medex) waarbij [Rosita Cours] op medische gronden ongeschikt wordt verklaard voor elke functie en daarom de voorwaarden vervult om tijdelijk vroegtijdig te worden gepensioneerd”. Dit arrest doet uitspraak over de vordering tot schorsing. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur M. Celis heeft op 10 augustus 2009 een verslag opgemaakt. IX-6473-1/6 Met een beschikking van 19 augustus 2009 is de datum van de terechtzitting vastgesteld op 14 september 2009 . Kamervoorzitter A. Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat E. Goussens, die loco advocaat P. Lahousse verschijnt voor de verzoekster, en advocaat F. De Smet, die loco advocaat R. Depla, verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd M. Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekster is tewerkgesteld als verpleegassistente in het OCMW van Sint-Agatha-Berchem. Op 26 november 2006 wordt zij het slachtoffer van een arbeidsongeval. 3.
- Op 17 december 2007 beslist de Administratieve Gezondheidsdienst (A.G.D.) dat de consolidatie van het letsel dient vastgesteld te worden op 1 maart 2007 met een graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 3%. De verzoekster tekent tegen de beslissing van de A.G.D. van 17 december 2007 beroep aan bij de Arbeidsrechtbank van Dendermonde (afdeling Sint-Niklaas). De zaak is daar in onderzoek. 3.
- Op 6 oktober 2008 dient het OCMW van Sint-Agatha-Berchem bij Medex - cel pensioenen een “aanvraag onderzoek vervroegde pensionering” in. Hierin wordt vermeld dat de verzoekster vanaf 1 oktober 2007 met ziekteverlof is en sinds 30 augustus 2008 in disponibiliteit is. IX-6473-2/6 3.
- Op 2 december 2008 wordt de verzoekster door de artsen van de pensioencommissie onderzocht. Op basis van dit onderzoek beslist de hoofdgeneesheer van de A.G.D. dat de verzoekster op medische gronden definitief ongeschikt is voor elke functie en dat zij definitief vroegtijdig gepensioneerd kan worden. De medische redenen waarop deze in eerste aanleg genomen beslissing is gesteund, luiden: “-Afwezig sedert 26/11/2006 omwille van een arbeidsongeval dat -geconsolideerd werd met 3% vanaf 1/3/
- -De huidige klachten van persisterende hoofdpijn - hypofysaire dysfunctie -hebben geen causaal verband met de gevolgen van het ongeval. -Art. is niet van toepassing.” Deze beslissing wordt aan de verzoekster ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven van 8 december
- 3.
- Op 11 december 2008 tekent de verzoekster bezwaar aan tegen de voornoemde, in eerste aanleg genomen, beslissing van de pensioencommissie. Zij voegt een medisch verslag van haar raadgevend geneesheer bij. Daarin wordt melding gemaakt van progressie in de gezondheidstoestand van de verzoekster die haar moet toelaten op korte termijn het werk te hernemen, zodat een “onmiddellijke 100% pensionering veel te voorbarig is”. 3.
- Op 15 januari 2009 wordt de verzoekster uitgenodigd voor een nieuw medisch onderzoek door de hoofdgeneesheer-directeur op 2 april
- Naar aanleiding van dit onderzoek van 2 april 2009 beslist de hoofdgeneesheer-directeur op 8 april 2009 de in eerste aanleg genomen beslissing te bevestigen. Omdat er geen vergelijk gevonden werd, wordt de beroepsprocedure verdergezet, wat betekent dat de hoofdgeneesheer van de A.G.D. als scheidsrechter zal moeten optreden en een definitieve beslissing zal moeten nemen. 3.
- Op 9 april 2009 neemt de hoofdgeneesheer - adviseur-generaal volgende scheidsrechterlijke eindbeslissing: “[De verzoekster] vervult op medisch vlak, wegens lichamelijke ongeschiktheid voor elke functie, de voorwaarden om toegelaten te worden tot het TIJDELIJK VROEGTIJDIG PENSIOEN. Ze moet over 18 maanden opnieuw door de pensioencommissie onderzocht worden (maximum 18 maanden). IX-6473-3/6 [...]”. De motivatie luidt: “[...] Rekening houdend met haar uitgebreide persisterende symptomatologie, haar leeftijd en de duur van haar arbeidsongeschiktheid (2,5 jaar) moet stabiele hervatting van haar normale professionele activiteiten op korte termijn als niet realiseerbaar worden geacht. Ten einde haar toch nog de mogelijkheid te geven haar professionele bezigheden te hervatten in de toekomst en zo tegemoet te komen aan haar betrachtingen is bovenstaande beslissing voor alle betrokken partijen de meest aangewezen en verdedigbare conclusie. Deze medische problematiek wordt niet beschouwd als zijnde ernstig en langdurig conform de pensioenwetgeving en -reglementering.” Deze beslissing wordt op 15 april 2009 aan de verzoekster ter kennis gebracht. IV. De voorwaarden tot schorsing
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting van de partijen 5.
- De verzoekster stelt dat zij door de verwerende partij vroegtijdig op pensioen wordt gesteld, en door het bestuur “afgeschreven”, terwijl er nog een procedure hangende is voor de Arbeidsrechtbank te Dendermonde. Zij valt nu, door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, terug op een veel lager pensioen dan haar eerder regulier inkomen, en aldus is haar financieel nadeel duidelijk. Zij lijdt ook een moreel nadeel, aangezien zij nu “ongeschikt voor alle functies” wordt verklaard terwijl haar behandelend geneesheer toch duidelijk progressie ziet en een hervatting van haar functie niet uitsluit. IX-6473-4/6 5.
- De verwerende partij wijst op de principiële herstelbaarheid van een financieel nadeel en benadrukt dat de verzoekster de gevolgen van het financieel nadeel dat zij ondergaat niet concreet verantwoordt, terwijl zij ook niet aantoont op welke wijze dit financieel nadeel de situatie van haar gezin in gevaar brengt. Wat het aangevoerd moreel nadeel betreft, verwijst de verwerende partij opnieuw naar de principiële herstelbaarheid ervan na een vernietigingsarrest. Zij voegt daar aan toe dat de verzoekster de beroepstermijn bijna geheel heeft laten verstrijken alvorens de onderhavige vordering in te dienen, hetgeen de ernst van haar nadeel relativeert. Beoordeling 5.
- De verzoekster gaat uit van de stelling dat zij met het bestreden besluit definitief op pensioen gesteld wordt. Dat uitgangspunt is niet correct: er wordt gesteld dat zij de voorwaarden vervult om tijdelijk vroegtijdig gepensioneerd te worden; zij kan op vraag van het OCMW over twaalf maanden opnieuw onderzocht worden en zijzelf kan zelfs reeds na zes maanden via het OCMW een nieuw onderzoek aanvragen. Het nadeel dat de verzoekster ondergaat moet afgewogen worden aan de tijdelijke aard van de maatregel. De mogelijkheid waarover de verzoekster beschikt om reeds vanaf 15 oktober 2009 een nieuw geneeskundig onderzoek aan te vragen biedt haar uitzicht op een nieuwe beslissing die het nadeel wegneemt. Aan de Raad van State wordt niet duidelijk gemaakt waarom de loonderving, die zij moet ondergaan zolang de bestreden beslissing nog uitwerking heeft, voor de verzoekster een nadeel vormt dat ernstig en moeilijk te herstellen is. De verzoekster verwijst naar een financieel en een moreel nadeel. Volgens vaste rechtspraak kan, althans in beginsel, een financieel nadeel integraal hersteld worden na de vernietiging van de bestreden beslissing en houdt het vernietigingsarrest zelf een deugdelijk herstel in van het moreel nadeel. Het komt de verzoekster toe te bewijzen dat haar geval zich buiten het gewone situeert. Wat het financieel nadeel betreft wijst verzoekster enkel naar het lage bedrag van het pensioen in vergelijking met haar regulier inkomen, maar zij zet niet uiteen waarom zulks voor haar een onherstelbaar nadeel vormt. Met de verwijzing naar de zware klap die de beslissing “ongeschikt voor elke functie” voor haar betekent bewijst de verzoekster niet dat dit moreel nadeel niet rechtgezet zal worden door de vernietiging van het bestreden besluit. IX-6473-5/6
- Aldus is niet voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De vordering tot schorsing wordt verworpen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 september 2009, door : André Vandendriessche, kamervoorzitter, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6473-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.413 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.348 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div