← België

Arrest 196542 - Handelsvestigingen - 01/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.542 Rolnummer: A. 142132/XII-3954 Zaak: Arrest 196542 - Handelsvestigingen - 01/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-07 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:37 Fiche Arrest nr 196.542 van 1 oktober 2009 Economische zaken - Handelsvestigingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.542 van 1 oktober 2009 in de zaak A. 142.132/XII-

  1. In zake :
  2. de BVBA ILLUSION,
  3. Ronald LUYTEN, die woonplaats kiezen bij advocaat K. Luyckx, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 122 bus
  4. tegen : de BURGEMEESTER VAN DE STAD LIER, die woonplaats kiest bij advocaten P. Luypaers en H.-K. Carême, kantoor houdende te Heverlee, IJzerenmolenstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de bvba Illusion en Ronald Luyten op 26 september 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 juli 2003 van de burgemeester van de stad Lier om discotheek Illusion, zaal “ground level en level”, Mechelsesteenweg 382 te Lier, bij wijze van veiligheidsmaatregel met onmiddellijke ingang tijdelijk te sluiten; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag, opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3954-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat N. Joundi, die loco advocaat K. Luyckx verschijnt voor verzoekers, en van advocaat H.-K. Carême, die loco advocaat P. Luypaers verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De relevante feitelijke gegevens
  6. Eerste verzoekster is de uitbaatster van de discotheek Illusion gelegen aan de Mechelsesteenweg 382 te Lier. Tweede verzoeker is de zaakvoerder van deze vennootschap. Op 4 juli 2003 voert de brandweer van Lier ter plaatse een onderzoek uit naar de brandveiligheid van de voornoemde discotheek. De officier- dienstchef stelt op 14 juli 2003 een verslag op betreffende het onderzoek van de brandveiligheid van de discotheek. Hij maakt daarin melding van verschillende tekortkomingen op het vlak van de brandveiligheid en hij formuleert ook bemerkingen bij het veiligheidsplan van de discotheek. Hij besluit dat de inrichting niet beantwoordt aan de politieverordening van 18 december 1995 van de gemeenteraad van Lier houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in inrichtingen toegankelijk voor het publiek. Met een brief van 18 juli 2003 vestigt de officier-dienstchef de aandacht van de burgemeester van Lier op “belangrijke tekortkomingen waaruit een gevaarlijke situatie kan voortkomen” en die betrekking hebben op gebruikte bouwmaterialen en versieringen, uitgangen, brandbestrijdingsmaterieel en installaties. Hij stelt dat volgens de brandweer dient te worden overwogen een verbod op te leggen om de discotheek open te stellen voor het publiek tot er voldaan is aan de voorschriften van de politieverordening. XII-3954-2/8 De burgemeester verzoekt de officier-dienstchef met een brief van 29 juli 2003 om de in het verslag opgesomde tekortkomingen te evalueren, met vermelding van de ernst ervan en opdeling van de tekortkomingen naargelang ze al dan niet een sluiting van de discotheek noodzakelijk maken. De officier-dienstchef bezorgt de gevraagde evaluatie aan de burgemeester bij brief van 30 juli
  7. In de brief wordt onder andere, op grond van de schending van een aantal brandveiligheidsvoorschriften, een verbod voorgesteld om de inrichting open te stellen voor het publiek. Op 30 juli 2003 besluit de burgemeester tot de bestreden tijdelijke sluiting. Verwijzend naar die geschonden genoemde brandveiligheidsvoorschriften, wordt overwogen dat ze een ernstige bedreiging betekenen voor de openbare veiligheid en een ernstig gevaar voor de mens, zowel in de inrichting als in de onmiddellijke omgeving van de betrokken inrichting, dat het naar alle redelijkheid en evenredigheid onaanvaardbaar is in deze omstandigheden de uitbating van de discotheek voort toe te laten, en dat bij wijze van veiligheidsmaatregel tot de onmiddellijke tijdelijke sluiting van de inrichting moet worden besloten. Het sluitingsbevel wordt op 1 augustus 2003 aan tweede verzoeker betekend en op 12 augustus 2003 aan eerste verzoekster. Het sluitingsbevel wordt op 1 april 2004 door de burgemeester vanaf diezelfde dag opgeheven. De ontvankelijkheid
  8. Volgens de memorie van antwoord is de tweede verzoeker zonder het vereiste rechtstreeks belang. Die zienswijze wordt in het auditoraatsverslag niet bijgevallen. Aangenomen wordt dat het besluit wel degelijk tweede verzoeker persoonlijk en rechtstreeks in zijn belangen raakt. In de laatste memorie komt verwerende partij niet meer op deze exceptie terug, maar formuleert zij zonder meer een nieuwe exceptie van gebrek aan belang. XII-3954-3/8 In de gegeven omstandigheden wordt verwerende partij geacht de oorspronkelijke exceptie niet te handhaven.
  9. In de laatste memorie stelt verwerende partij dat zij de bestreden beslissing op 1 april 2004 heeft opgeheven, dat de discotheek opnieuw werd geopend, en dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing derhalve niet langer verzoekers tot voordeel strekt. Het enkele feit dat de bestreden sluiting intussen ophield gelding te hebben, heeft niet tot gevolg dat het besluit aan de vernietigingsbevoegdheid van de Raad van State onttrokken zou zijn. Uit niets blijkt dat de wetgever kortlopende beslissingen uit het annulatiecontentieux heeft uitgesloten of willen uitsluiten. De conclusie moet dan ook zijn dat in een geval als dat van verzoekers het belang met de nodige soepelheid moet worden beoordeeld en dat hun niet het vereiste belang kan worden ontzegd bij het vorderen van de nietigverklaring van een politiemaatregel tot sluiting die zij gedurende acht maanden hebben dienen te ondergaan. De in de laatste memorie opgeworpen exceptie wordt verworpen. III. De grond van de zaak
  10. Verzoekers voeren in een eerste middel de schending aan van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder van het recht om te worden gehoord, doordat zij voorafgaand aan het bestreden besluit niet werden gehoord en het besluit daarvoor geen verantwoording geeft. Toegelicht wordt dat de burgemeester weliswaar het recht heeft om op grond van artikel 133 van de nieuwe gemeentewet in bepaalde aangelegenheden maatregelen te treffen, maar daarbij de hoorplicht moet in acht nemen, dat het bestuur aan de burger de mogelijkheid moet geven om zijn standpunt naar voor te brengen alvorens een beslissing wordt genomen, zeker wanneer zoals in casu een ingrijpende maatregel wordt getroffen, dat bezwaarlijk het argument van de hoogdringendheid, dat overigens in het bestreden besluit niet wordt vermeld, kan worden ingeroepen, dat de houding van verwerende partij niet strookt met enige hoogdringendheid, dat de brandweer op 17 februari 2003 en ter gelegenheid van het inspectiebezoek op 4 juli 2003 het veiligheidsplan van discotheek Illusion XII-3954-4/8 respectievelijk heeft toegezonden en overhandigd gekregen, dat verwerende partij echter heeft nagelaten om de opsteller van dat plan uit te nodigen voor een constructief gesprek, dat voorts ook uit de chronologie van de feiten blijkt dat er geen hoogdringendheid aanwezig was, dat overigens niet valt in te zien waarom er hoogdringendheid geweest zou zijn op een ogenblik dat de discotheek hoe dan ook niet voor het publiek toegankelijk was, dat er in het verleden nooit aanvaringen zijn geweest met de stad Lier waarbij verzoekers instructies of aanbevelingen naast zich zouden hebben neergelegd, dat het dan ook volstrekt onrechtmatig is dat verzoekers op geen enkel moment werden gehoord of minstens gewaarschuwd met betrekking tot het voornemen de inrichting te sluiten.
  11. Verwerende partij argumenteert in de memorie van antwoord dat het middel juridische grondslag mist. Zij doet gelden dat het bestreden besluit een veiligheidsmaatregel betreft, geen administratieve sanctie, en dat algemeen wordt aangenomen dat in geval van veiligheidsmaatregelen, om reden van hun hoogdringendheid, de betrokkenen niet moeten worden gehoord, dat in het bestreden besluit wordt overwogen dat de vastgestelde schendingen van de brandveiligheidsvoorschriften een ernstige bedreiging betekenen voor de openbare veiligheid en een gevaar voor de mens, zowel in de inrichting als in de onmiddellijke omgeving, zodat het in redelijkheid onaanvaardbaar is dat de uitbating verder wordt toegelaten en bijgevolg bij wijze van veiligheidsmaatregel tot de onmiddellijke tijdelijke sluiting moet worden besloten, dat uit artikel 1 van het beschikkend gedeelte van het bestreden besluit ook blijkt dat de opgelegde veiligheidsmaatregel met onmiddellijke ingang uitwerking heeft, en dat verzoekers derhalve niet dienden te worden gehoord. Verwerende partij betwist voorts dat zij zou hebben stilgezeten, waardoor er van hoogdringendheid geen sprake zou kunnen zijn. Zij betoogt dat zij slechts door het schrijven van 18 juli 2003 van de officier-dienstchef van de brandweer op de hoogte is gebracht van het brandweerverslag van 14 juli 2003, dat zij na zorgvuldig onderzoek op 29 juli 2003 aan de officier-dienstchef heeft gevraagd om een evaluatie op te maken van de in het verslag opgesomde bemerkingen, met vermelding van de ernst ervan, alsook een slotevaluatie met een opdeling tussen de vastgestelde tekortkomingen die een sluiting van de inrichting noodzakelijk maakten en de tekortkomingen die dat niet deden, dat de officier- dienstchef reeds op 30 juli 2003 heeft geantwoord, dat slechts vanaf dat ogenblik de hoogdringendheid van de te nemen maatregelen vaststond, dat dezelfde dag nog de XII-3954-5/8 onmiddellijke tijdelijke sluiting van discotheek Illusion bij wijze van veiligheidsmaatregel is bevolen. Beoordeling
  12. Krachtens een beginsel van behoorlijk bestuur is de overheid die voornemens is een zodanig ernstige beslissing te nemen als de sluiting van een inrichting, normaal verplicht de betrokkene vooraf de mogelijkheid te verlenen om nuttig voor zijn belangen op te komen. Het is niet betwist dat verwerende partij daar te dezen niet aan voldaan heeft. De enkele omstandigheid dat de sluiting de veiligheid moest dienen en namelijk werd overwogen vanwege inbreuken tegen de voorschriften inzake brandveiligheid, is daarvoor geen excuus. Weliswaar gaat de verwerende partij er terecht van uit dat de hoorplicht niet geldt wanneer zich een situatie van hoogdringendheid voordoet.
  13. Te dezen blijkt niet dat verwerende partij met een dergelijke situatie van hoogdringendheid te maken had. Vooreerst wordt in het bestreden besluit niet uitdrukkelijk van enige hoogdringendheid gewaagd ter verantwoording van het niet horen van verzoekster. Voorts kan uit de houding van de burgemeester zelf geen hoogdringendheid worden afgeleid. Het brandweerverslag van 14 juli 2003 werd op 18 juli 2003 aan de burgemeester toegezonden. In de begeleidende brief bij dit verslag werd reeds voorgesteld een sluitingsmaatregel in overweging te nemen : “De brandweer meent dat dient overwogen een verbod op te leggen om deze inrichting open te stellen voor het publiek tot er voldaan is aan de bovenvermelde artikels van de politieverordening”. Nochtans vraagt de burgemeester pas op 29 juli 2003 aan de officier-dienstchef van de brandweer de vastgestelde tekortkomingen te evalueren naar hun ernst en naar de noodzaak die er kan worden uit afgeleid om tot een sluiting van de discotheek over te gaan. Wanneer hij dan op 30 juli 2003 het antwoord van de officier-dienstchef ontvangt, neemt de burgemeester wel onmiddellijk het bestreden besluit, maar wordt dat pas twee dagen later aan tweede verzoeker en pas twee weken later aan eerste verzoekster betekend. Er is derhalve XII-3954-6/8 sprake van een getalm dat zich niet met de beweerde hoogdringendheid van de maatregel laat verenigen. Overigens is er ook nog het gegeven waarop verzoekers in hun verzoekschrift tot nietigverklaring wijzen en dat door de verwerende partij in haar memorie van antwoord niet wordt betwist, namelijk dat de discotheek op het moment dat het bestreden besluit werd genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek verzegeld was. De discotheek was toentertijd derhalve hoe dan ook niet voor het publiek toegankelijk en het blijkt niet uit het bestreden besluit, noch uit het neergelegde administratief dossier, dat er voor de burgemeester aanwijzingen waren dat in die toestand op korte tijd verandering kon komen. In die omstandigheden wordt niet gevolgd dat de burgemeester zich wegens hoogdringendheid ervan ontslagen mocht achten de hoorplicht na te leven alvorens tot de aangevochten sluitingsmaatregel te beslissen.
  14. Het eerste middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Vernietigd wordt het besluit van 30 juli 2003 van de burgemeester van de stad Lier om discotheek Illusion, zaal “ground level en level”, Mechelsesteenweg 382 te Lier, bij wijze van veiligheidsmaatregel met onmiddellijke ingang tijdelijk te sluiten. Artikel
  16. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-3954-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een oktober 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-3954-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.542 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.