id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.548 Rolnummer: A. 194047/XII-5956 Zaak: Arrest 196548 - Diploma's - 01/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-02 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:37 Fiche Arrest nr 196.548 van 1 oktober 2009 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 196.548 van 1 oktober 2009 in de zaak A. 194.047/XII-5956 In zake: Nils POLLET woonplaats kiezend te Oostkamp Joosstraat 20 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Caroline Vandenberghe kantoor houdend te Kortemark Handzamestraat 93B tegen: de STAD BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sabien Lust kantoor houdend te Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 23 september 2009, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge van 11 september 2009 waarbij een nieuwe bijeenkomst van de over Nils Pollet delibererende klassenraad wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 september 2009, om 11.00 uur. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. XII-5956-1\10 Advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Caroline Vandenberghe verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Sabien Lust, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Jurgen Neuts, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2008-2009 leerling aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten, in het derde jaar audiovisuele vorming (KSO), te Brugge. 3.
- Op het einde van het schooljaar beslist de over hem delibererende klassenraad om verzoeker een oriënteringsattest B toe te kennen, met clausulering voor ASO, voor alle onderverdelingen KSO en voor een reeks onderverdelingen TSO. De delibererende klassenraad adviseert : “Studierichtingen in het TSO sluiten beter aan bij jouw talenten en mogelijkheden. Motivering : Behaalt twee van de drie slaagnormen niet (clustervakken en twee jaaronvoldoendes)”. Na het recht op overleg te hebben doen gelden bij de directeur, beslist deze om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. 3.
- Op 27 augustus 2009 beslist de delibererende klassenraad opnieuw om verzoeker een B-attest te geven, met dezelfde clausulering. Als motivering notuleert de delibererende klassenraad : “behaalt twee van de drie slaagnormen niet Clustervakken minder dan 60% Jaartekort voor richtingspecifieke vakken Zeer zwak voor AVIVO praktijk Heeft twee tekorten AVIVO-theorie Is weinig creatief en heeft weinig talent voor deze richting”. XII-5956-2\10 3.
- Tegen deze beslissing tekent verzoeker bezwaar aan bij de beroepscommissie. In dit bezwaarschrift merkt verzoeker onder meer op -niet zonder te preciseren dat deze eis “cruciaal” is voor hem- “dat er tijdens de deliberatie geen klaarheid is geweest, minstens aangaande die clausuleringen”. Hij merkt op dat hij “zijn gedachten nu gezet [heeft] op een studierichting binnen het TSO, die volgens de klassenraad beter aansluit bij zijn talenten en mogelijkheden”, dat hij ambitieus is en kiest voor de richting techniek-wetenschappen en bereid is bijles te volgen. Op 7 september 2009 adviseert de beroepscommissie : “geen herdeliberatie”; zij motiveert : “
- Motivatie van de delibererende klassenraad om geen A-attest te verstrek- ken omwille van het niet halen van 2 van de 3 slaagnormen wordt bevestigd: clustervakken audiovisuele vormgeving
- Het clausuleren van ASO en enkele sterk theoretische TSO richtingen wordt eveneens bevestigd. De resultaten van Nils zijn bijzonder zwak voor Fysica en Biologie, respectievelijk 52% en 54%; Chemie was goed: 70%. Het pakket wetenschappen in TSO techniek wetenschappen bedraagt in de 2de graad secundair onderwijs 8 à 16 lestijden per week, dit afhankelijk van de koepel en de school. In de richting audiovisuele vorming is dit slechts 3u. Dit betekent dat Nils een zware achterstand heeft opgelopen voor deze wetenschapsvakken, waarvoor hij grotendeels ook zwak scoort.
- Het resultaat van Nils voor wiskunde, nl. 67% is goed. Maar ook hier moet worden opgemerkt dat het pakket in audiovisuele vorming 2de graad slechts 3u bedraagt en in techniek-wetenschappen 4 à 6u per week, ook weer afhankelijk van de koepel en de school”. 3.
- Op 11 september 2009 beslist dan het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge dat de delibererende klassenraad niet meer moet samenkomen. Aan verzoeker werd de strekking van deze beslissing op 17 september 2009 schriftelijk meegedeeld als volgt : “Hierbij delen wij u mee dat het College van Burgemeester en Schepenen, in zitting van 11 september 2009, als Inrichtende Macht van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten - KSO, beslist heeft dat de delibererende klassenraad van klas 3AVIVO2, niet meer hoeft samen te komen met het oog op het nemen van een definitieve beslissing met betrekking tot de leerling Nils Pollet, voor het schooljaar 2008-
- Dit betekent dat de beslissing van de delibererende klassenraad, genomen op zijn zitting van 30 juni 2009 en bevestigd op die van 27 augustus 2009, van kracht blijft. Het College heeft bij zijn beslissing van 11 september 2009, uw argumenten, zoals u die hebt aangebracht in uw aangetekend beroep van 1 september 2009, geschreven door uw advocaat, Piet Vandeputte, ten gronde overwogen. XII-5956-3\10 Wat betreft het toekennen van een oriënteringsattest B en het opleggen van een clausulering voor de TSO-richting Techniek-Wetenschappen, volgde het College het advies van de Interne Beroepscommissie, gevormd op 7 september 2009 en gebaseerd op de resultaten van uw zoon, Nils Pollet, behaald tijdens het schooljaar 2008-
- Het advies luidde: geen herdeliberatie. De Interne Beroepscommissie vindt het niet verstrekken van een oriënteringsattest A terecht omdat Nils niet voldeed aan twee van de drie slaagnormen. Hij haalde geen 60% voor alle clustervakken, met name audiovisuele vormgeving en had minder dan 50% voor foto-theorie en beeld- en mediacultuur. Het clausuleren van het ASO en enkele sterk theoretische TSO-richtingen vindt de Interne Beroepscommissie terecht omdat Nils bovendien bijzonder zwak scoorde voor fysica en biologie, terwijl men 8 à 16 lestijden wetenschappen per week heeft in de TSO-richting Techniek-Wetenschappen, tegenover slechts 3 in de KSO-richting audiovisuele vorming. Alhoewel Nils met 67% goed scoorde voor wiskunde, merkte de Interne Beroepscommissie op dat men in audiovisuele vorming in de tweede graad slechts 3 lesuren wiskunde krijgt per week, tegenover 4 à 6 in de TSO-richting Techniek-Wetenschappen. Het College is van oordeel dat de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten - KSO, de beslissing van de delibererende klassenraad, genomen op zijn zitting van 30 juni 2009, voldoende duidelijk heeft meegedeeld, omdat er tussen de twee versies van de brief van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten - KSO, de dato 30 juni, alleen vormelijke en geen inhoudelijke verschillen bestaan en omdat de tweede aan alle vormvereisten voldoet, zodat alle onduidelijkheden ermee weggenomen zijn. Het College stelt; op basis van het Schoolreglement van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten - Voltijds Kunstsecundair Onderwijs, goedgekeurd door de gemeenteraad van 27 maart 2007; dat de permanente evaluatie en de focusmomenten, waarvan de bevindingen worden meegedeeld en verduidelijkt in rapporten, op het oudercontact of vrijblijvend op vraag van de ouders, de voornaamste vorm van opvolging van de leerlingen omvat. Het College besloot; op basis van Artikels 68 en 69 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs; dat de directeur als voorzitter van de delibererende klassenraad of zijn afgevaardigde de delibererende klassenraad van 27 augustus 2009 rechtsgeldig heeft samengeroepen, als antwoord op de vraag tot overleg, dat u, mevrouw Pollet-Lahousse, hebt doen gelden met uw schrijven van 1 juli 2009”. Het besluit zelf lijkt niet te zijn meegedeeld. IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van de vordering
- Verzoeker bevestigt ter terechtzitting, zoals het overigens ook al blijkt uit punt II.
- van zijn vordering, dat hij niet nastreeft alsnog een oriënterings- attest A te krijgen, maar dat hij het B-attest enkel bestrijdt in zoverre de clausulering hem verhindert om zonder verlies van een schooljaar de richting techniek- wetenschappen (TSO) te volgen. XII-5956-4\10 V. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. VI. Beoordeling van de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde
- Wat het nadeel betreft, doet verzoeker onder meer gelden dat hij door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een schooljaar dreigt te verliezen. Hij verklaart de studierichting techniek-wetenschappen TSO te willen volgen, richting die door het bestreden B-attest wordt geclausuleerd. Met de voorliggende vordering wil verzoeker voorkomen dat het tweede jaar van de tweede graad niet gevolgd kan worden en dat hij een derde jaar zou moeten overzitten. Wat de uiterst dringende noodzakelijkheid betreft, voert verzoeker aan dat een vordering volgens de gewone schorsingsprocedure te laat dreigt te komen, nu de uitkomst van die procedure pas verwacht kan worden op een ogenblik dat het schooljaar reeds ver gevorderd is. De verwerende partij verklaart ter terechtzitting de vordering op deze punten niet te bestrijden.
- De argumentatie van verzoeker overtuigt; de beide voorwaarden zijn vervuld. VII. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde Standpunt van de partijen
- In het tweede middel voert verzoeker de schending aan van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (het organisatiebesluit), alsook van XII-5956-5\10 het redelijkheidsbeginsel, van de materiële motiveringsplicht, van het gelijkheidsbe- ginsel en van het consistentiebeginsel. Verzoeker acht onder meer de motiveringsplicht geschonden omdat “niet per individuele TSO-richting [wordt] aangegeven waarom die zou moeten geclausuleerd worden”. Hij wijst erop dat nochtans in het bezwaarschrift voor de beroepscommissie door hem “zeer specifiek” was aangegeven dat hij de studierichting techniek-wetenschappen wenste te volgen. Hij stelt de vraag waarom dit element niet aan de delibererende klassenraad is voorgelegd, terwijl die zich klaarblijkelijk niet over de zin of onzin van een aantal clausuleringen heeft uitgesproken en terwijl de delibererende klassenraad hem precies het volgen van een TSO-richting aanraadt.
- Verwerende partij betwist dat over verzoeker blind werd gedelibereerd. Bij elke leerling die niet voldoet aan de drie vooropgestelde algemene criteria wordt gekeken naar de tekorten, de oorzaken ervan en naar de vraag of remediëring mogelijk is. Bij het uitreiken van een B-attest gaat de klassenraad na, aan de hand van gedetailleerde overgangstabellen die door het CLB ter beschikking worden gesteld en die gebaseerd zijn op de leerplannen en de lessentabellen van de drie grote netten, welke richtingen voor de leerling al dan niet haalbaar zijn. Volgens verwerende partij vereist de materiële motiveringsplicht niet dat bij elk van de clausuleringen in de beslissing zelf wordt aangegeven waarom er toe wordt besloten. Wat meer bepaald de richting techniek-wetenschappen betreft, mag niet enkel worden gekeken naar de motivering die de klassenraad als zodanig heeft aangegeven maar moet ook worden gekeken “naar de motivering die bijkomend wordt gegeven door de Interne Beroepscommissie en door het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge. Beide organen hebben de deliberatiebeslissingen immers onderzocht in het raam van het intern beroep dat [verzoeker instelde] bij de Interne Beroepscommissie, en beide zijn tot de conclusie gekomen dat de beslissing van de delibererende klassenraad een correcte beslissing is, en hebben daarvoor bijkomende motieven aangereikt”. Volgens verwerende partij moet ook met die motieven rekening worden gehouden. XII-5956-6\10 Beoordeling
- Verzoeker heeft een oriënteringsattest B gekregen. Een dergelijk B-attest betekent, luidens artikel 39 van het organisatiebesluit “dat de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken onderwijsinstelling en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijsvor- men en/of onderverdelingen” waarbij artikel 38, 1/, van hetzelfde besluit preciseert dat een leerling met vrucht het eerste leerjaar van de tweede graad beëindigt “indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar”. Die definitie van een B-attest indachtig meent de Raad van State dat, op het eerste gezicht, de motivering van een dergelijk attest de redenen kenbaar moet maken waarom de leerling die het leerjaar met vrucht heeft beëindigd en die bekwaam wordt geacht zijn studies verder te zetten in een volgend leerjaar, in de ogen van de delibererende klassenraad toch de toegang tot welbepaalde richtingen moet worden ontzegd.
- Dergelijke motivering lijkt te ontbreken in de sub 3.
- overge- schreven beslissing van de delibererende klassenraad van 27 augustus
- Wat daarin is gesteld lijkt eerder betrokken te moeten worden op de keuze die de klassenraad in het algemeen heeft moeten maken tussen een A-attest en een B-attest voor verzoeker en kan ook nog -met enige goede wil- begrepen worden als een motivering van de clausulering voor de KSO-richting, maar verschaft geenszins een concreet inzicht in de andere clausuleringen die hij aan die keuze voor het B-attest heeft verbonden en meer bepaald niet in de clausulering voor techniek-wetenschap- pen TSO.
- In zijn beroepschrift voor de beroepscommissie heeft verzoeker duidelijk te kennen gegeven een welbepaalde richting te willen volgen die door de klassenraad wordt geclausuleerd en vroeg hij om de clausulering -althans voor de door hem beoogde studierichting techniek-wetenschappen- ongedaan te maken.
- Het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge heeft zich aangesloten bij het advies van de beroepscommissie en geoordeeld dat de delibererende klassenraad niet meer moest worden samengeroepen, ook niet om over die precieze en voor de verzoeker “cruciale” vraag omtrent de gedeeltelijke XII-5956-7\10 wijziging van de clausulering te beraadslagen, nu het college zelf van oordeel was dat techniek-wetenschappen terecht werd opgenomen in de clausulering. Het college geeft daartoe in zijn brief aan verzoeker als reden op dat die studierichting sterk theoretisch is en 8 tot 16 lestijden wetenschappen inhoudt, dat verzoeker bijzonder zwak scoorde voor fysica en biologie en dat verzoeker weliswaar goed scoorde voor wiskunde maar dat hij in de richting audiovisuele vorming in de tweede graad slechts drie uren wiskunde krijgt, tegenover 4 tot 6 uren in techniek-wetenschappen.
- Een leerling die gebruik maakt van zijn recht om een examenbe- slissing aan te vechten, mag verwachten dat ergens in de loop van de administratieve beroepsprocedure een antwoord komt dat er van doet blijken dat zijn bezwaren ernstig in overweging zijn genomen. Daarbij moet elk orgaan dat in het kader van deze procedure een opdracht krijgt toevertrouwd er op letten zich aan de grenzen van die opdracht te houden, zoals die zijn getrokken bij de artikelen 72 en 73 van het organisatiebesluit : de beroepscommissie adviseert, het schoolbestuur beslist om de klassenraad al dan niet opnieuw samen te roepen en die klassenraad is als enig orgaan bevoegd om te oordelen over het slagen van de leerling in kwestie. De beroepscommissie en naderhand het schoolbestuur mogen niet de beslissing van de klassenraad overdoen. Als de grieven van de leerling relevant blijken en in de motivering van de klassenraad geen weerlegging kregen, staat er niets anders te doen dan (te adviseren om) de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen.
- In de huidige stand van de procedure lijkt het erop dat de beroeps- commissie en ook het schoolbestuur, bij het verantwoorden van de getroffen beslissing -inzonderheid de clausulering voor techniek-wetenschappen-, uit het oog verliezen dat niet zij, maar wel de delibererende klassenraad het enige orgaan is dat over het al dan niet slagen van leerlingen oordeelt, hetgeen te lezen staat in artikel 6quater van de zogenaamde schoolpactwet van 29 mei 1959 en nog eens herhaald wordt in artikel 5, § 1, van het organisatiebesluit. Eerder dan zélf trachten een meer omstandig antwoord te formuleren op het bezwaar van verzoeker, was het zaak voor de beroepscommissie XII-5956-8\10 om het schoolbestuur te adviseren de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen met het oog op de bespreking van die grief van verzoeker en het nemen van een beslissing daarover. Het verweer van de stad Brugge dat gekeken moet worden naar wat, zoals zij zelf in de nota toegeeft, een “bijkomende motivering” van de beroepscommissie en het college van burgemeester en schepenen blijkt te zijn, lijkt dan ook onterecht. Nu die motivering niet aan de delibererende klassenraad mag worden toegeschreven, dient de Raad van State zich er voorts niet over uit te spreken of in voorkomend geval deze argumenten wél de clausulering kunnen verantwoorden. Het schoolbestuur heeft zich het advies van de beroepscommissie eigen gemaakt. Aan zijn eindbeslissing kleeft dan ook dezelfde onwettigheid.
- Het tweede middel is in de besproken mate ernstig.
- Er is dan ook voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge van 11 september 2009 waarbij een nieuwe bijeenkomst van de over Nils Pollet delibererende klassenraad wordt geweigerd. XII-5956-9\10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 oktober 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Geert Van Haegendoren XII-5956-10\10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.548 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.199 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.