id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.616 Rolnummer: A. 192690/X-14188 Zaak: Arrest 196616 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-12 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:38 Fiche Arrest nr 196.616 van 2 oktober 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.616 van 2 oktober 2009 in de zaak A. 192.690/X-14.
- In zake :
- Peter FLAMEY,
- Hilde WITHAECKX,
- de b.v.b.a. FLAMEY ADVOCATEN, die woonplaats kiezen bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14 tegen : de stad ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. COEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 210 A. tussenkomende partij : Emmanuel CORIJNEN, wonende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Peter FLAMEY, Hilde WITHAECKX en de b.v.b.a. FLAMEY ADVOCATEN op 20 mei 2009 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 20 februari 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen waarbij aan Emmanuel CORIJNEN de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het renoveren en uitbreiden van een woning met kantoor tot een meergezinswoning met kantoor te Antwerpen, Jan Van Rijswijcklaan 20 - 22, kadastraal bekend sectie K, nr. 1553/b3; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-14.188-1/5 Gelet op de beschikking van 3 juli 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat C. COEN, die verschijnt voor de verwerende partij, en van de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging. Met een verzoekschrift van 10 juni 2009 heeft Emmanuel CORIJNEN gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- Feiten. 2.
- Op 23 december 2008 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de tussenkomende partij aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen een stedenbouwkundige vergunning voor de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning met kantoor tot een meergezinswoning met kantoor, gelegen aan de Jan Van Rijswijcklaan 20-22 te Antwerpen, kadastraal bekend sectie K, nr. 1553/b
- Het betrokken perceel is volgens het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen gelegen in woongebied. Tevens is het gelegen binnen de grenzen van het bijzonder plan van aanleg “Koningin Elisabeth”, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 3 mei
- De eerste en tweede verzoekende partij hebben hun woonplaats in het aanpalende perceel, gelegen aan de Jan Van Rijswijcklaan 16 te Antwerpen. X-14.188-2/5 De derde verzoekende partij houdt kantoor op hetzelfde adres. 2.
- Op 20 februari 2009 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen de bestreden vergunning. Op 24 maart 2009 wordt deze vergunningsbeslissing overgeschreven in het vergunningenregister. 2.
- Op 23 maart 2009 stellen de verzoekende partijen bij de deputatie van de provincieraad van Antwerpen administratief beroep in tegen de voormelde beslissing. 2.
- Op 14 mei 2009 verklaart de deputatie van de provincieraad van Antwerpen het ingestelde administratief beroep onontvankelijk omdat het “niet binnen de gestelde termijn van 20 dagen (is) ingediend”.
- Ontvankelijkheid. 3.
- De verzoekende partijen stellen dat zij het georganiseerd administratief beroep waarin artikel 116 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: DRO) voorziet ten behoeve van derden-belanghebbenden, niet tijdig konden instellen omdat de enige vorm van kennisgeving ten aanzien van de omwonenden, met name de aanplakking van de vergunningsbeslissing, niet werd nagekomen. Op 23 maart 2009 werd door een gerechtsdeurwaarder in opdracht van de verzoekende partijen vastgesteld dat de vergunningsbeslissing niet was aangeplakt. Overeenkomstig de voormelde decretale bepaling vangt de termijn voor het instellen van het administratief beroep aan bij de overschrijving van de beslissing in het vergunningenregister. Indien de vergunninghouder nalaat de vergunningsbeslissing aan te plakken, kan de beroepstermijn verstrijken vooraleer de derde-belanghebbende weet heeft of kan hebben van de vergunningsbeslissing. Aangezien de derde-belanghebbende aldus niet de mogelijkheid werd geboden om administratief beroep in te stellen, moet de vergunningsbeslissing ten aanzien van de verzoekende partijen geacht worden in laatste aanleg te zijn genomen en kan zij dus worden aangevochten voor de Raad van State. 3.
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering omdat enkel in laatste aanleg genomen beslissingen voor de Raad van X-14.188-3/5 State kunnen worden aangevochten. Gelet op de beroepsmogelijkheid bij de deputatie, waarvan de verzoekende partijen overigens gebruik hebben gemaakt, zij het laattijdig, kan de vergunningsbeslissing niet op ontvankelijke wijze voor de Raad van State worden aangevochten. Voorts betoogt de verwerende partij dat de verzoekende partijen niet aantonen dat de vergunningsbeslissing niet werd aangeplakt, in weerwil van de verklaringen van de tussenkomende partij. De vaststelling door een deurwaarder op 23 maart 2009 gebeurde na de afloop van de beroepstermijn en is bijgevolg niet relevant. 3.
- De tussenkomende partij stelt dat zij de vergunningsbeslissing wel degelijk heeft aangeplakt en dat de aanplakking werd verwijderd op 17 maart 2009, na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een administratief beroep. Bij de latere aanvatting van de verbouwingswerken moet het bericht uiteraard opnieuw worden aangebracht. 3.
- Het door artikel 116, § 1 DRO ingestelde administratief beroep ten behoeve van “elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, die rechtstreeks hinder kan ondervinden van de vergunde werken” is een georganiseerd administratief beroep, dat rechtsgeldig uitgeput moet worden vooraleer op ontvankelijke wijze een vordering tot schorsing kan worden ingesteld bij de Raad van State. Gelet op de devolutieve werking van het administratief beroep overeenkomstig artikel 118, tweede lid DRO, komt de in beroep genomen beslissing in de plaats van de oorspronkelijke beslissing. De verzoekende partijen blijken op 23 maart 2009 bij de deputatie van de provincieraad van Antwerpen administratief beroep te hebben ingesteld tegen de bestreden beslissing. Door het instellen van dit administratief beroep hebben zij zelf aan de bestreden beslissing het karakter ontnomen van een eindbeslissing, nog afgezien van hetgeen zo-even werd uiteengezet over de vereiste uitputting van de administratieve beroepsmogelijkheden. De vraag of de aangetoonde ontstentenis van aanplakking door de aanvrager van de vergunningsbeslissing overeenkomstig artikel 113, § 1, laatste lid DRO de termijn voor het instellen van het administratief beroep doet stuiten ten aanzien van de derde-belanghebbende bedoeld in de eerstgenoemde decretale bepaling, is niet relevant, nu de verzoekende partijen ter zake geen dienstig bewijs aanbrengen. Ook het feit dat het ingestelde administratief beroep door de deputatie onontvankelijk werd verklaard wegens het overschrijden van de beroepstermijn, X-14.188-4/5 doet geen afbreuk aan de vaststelling dat, gelet op de devolutieve werking van het door de verzoekende partijen ingestelde administratief beroep, de vordering tot schorsing ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen onontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Emmanuel CORIJNEN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober 2009, door : de H. J. VAN NIEUWENHOVE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. VAN NIEUWENHOVE. X-14.188-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.616 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div