← België

Arrest 196638 - Energie - 05/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.638 Rolnummer: A. 179569/IX-5514 Zaak: Arrest 196638 - Energie - 05/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-13 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 03:38 Fiche Arrest nr 196.638 van 5 oktober 2009 Economische zaken - Energie Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.638 van 5 oktober 2009 in de zaak A. 179.569/IX-

  1. In zake : de PROVINCIALE BRABANTSE ENERGIEMAATSCHAPPIJ (PBE), die woonplaats kiest bij advocaat Th. CHELLINGSWORTH, kantoor houdende te BRUSSEL, Nerviërslaan 9-31 tegen : de COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG), die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de PROVINCIALE BRABANTSE ENERGIEMAATSCHAPPIJ (PBE) op 19 december 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing (B) 061031-CDC-139/24 van de CREG van 31 oktober 2006 over de vaststelling van een bonus of malus resulterend uit de tarieven toegepast tijdens het exploitatiejaar 2005; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 3 juli 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 26 augustus 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent IX-5514-1/3 van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. IX-5514-2/3 Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 oktober 2009, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5514-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.638 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.