← België

Arrest 196658 - Plannen van aanleg - 05/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.658 Rolnummer: A. 144443/X-11657 Zaak: Arrest 196658 - Plannen van aanleg - 05/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-13 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:38 Fiche Arrest nr 196.658 van 5 oktober 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.658 van 5 oktober 2009 in de zaak A. 144.443/X-11.

  1. In zake :
  2. Eric DE BUSSER,
  3. Fabienne HUYBRICHS, die woonplaats kiezen bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen :
  4. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg 187,
  5. de gemeente TESSENDERLO, die woonplaats kiest bij advocaten M. BOES en W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat
  6. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eric DE BUSSER en Fabienne HUYBRICHS op 24 november 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 augustus 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende goedkeuring van het bijgaand wijzigingsplan “Lichtveld” genaamd, bestaande uit een plan van de bestaande toestand en een bestemmingsplan met bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften, tot wijziging van het bij de koninklijke besluiten van 30 november 1951, 10 september 1957, 13 maart 1959, 1 augustus 1960, 29 juni 1961, 20 november 1961, 6 april 1962, 17 april 1962, 14 oktober 1963, 29 januari 1964, 7 juli 1967 en 11 augustus 1986 goedgekeurde en gewijzigde bijzonder plan van aanleg “Statiestraat-Lichtveld” genaamd, van de gemeente Tessenderlo, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 september 2003; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-11.657-1/8 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 9 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partijen en de tweede verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 april 2009 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 15 mei 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat N. D’HAENENS, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat J. GEBRUERS, die loco advocaten M. BOES en W. MERTENS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  7. De feiten 1.
  8. De verzoekende partijen zijn eigenaar van een goed gelegen aan de Diesterstraat 39 te Tessenderlo en aanpalende percelen, kadastraal bekend sectie A, nummers 820/k, 820/f, 1282/b en 1283/b, gelegen binnen het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg “Statiestraat-Lichtveld”, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 30 november 1951 en nadien meermaals gewijzigd. De percelen 820/k en 820/f palen aan het bijzonder plan van aanleg “Kom der gemeente”, van de gemeente Tessenderlo, goedgekeurd bij koninklijk X-11.657-2/8 besluit van 7 maart 1947 en gewijzigd bij de koninklijke en ministeriële besluiten van 10 juli 1950, 5 juli 1965, 6 mei 1986 en 16 februari
  9. De beheersingsgebieden van de beide voornoemde bijzondere plannen van aanleg zijn door het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk bestemd tot woongebied. 1.
  10. Op basis van een centrumstudie, meer bepaald wat betreft de kernversterkende handelsontwikkeling, de morfologische structuur, de verwevenheid van functies in de kern en de ontsluiting van de binnengebieden werd een plan uitgewerkt dat focust op het onafgewerkt binnengebied dat is gelegen tussen de Stationsstraat, de Weggevoerdenstraat, de Diesterstraat en het Lichtveld. 1.
  11. Bij besluit van 17 december 2001 van de gemeenteraad van Tessenderlo wordt het ontwerp van bijzonder plan van aanleg “Kom der gemeente - Lichtveld”- herziening, voorlopig aangenomen. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 28 januari 2002 tot en met 27 februari 2002, worden 96 bezwaarschriften ingediend evenals een door 510 personen ondertekende petitie. Op 11 april 2002 brengt de Gecoro een advies uit. Op 24 juni 2002 beslist de gemeenteraad van Tessenderlo om de procedure niet verder te zetten gelet op de hoeveelheid bezwaarschriften en wordt aan de ontwerper, de n.v. Technum, opdracht gegeven om de plannen aan te passen en vervolgens opnieuw voor te leggen voor voorlopige aanvaarding. 1.
  12. Een nieuw ontwerp van bijzonder plan van aanleg-wijziging wordt voorgelegd aan de Gecoro, die daarover op 27 juni 2002 een advies uitbrengt. Mede op basis van de bezwaren wordt het plan inhoudelijk beperkt, wordt prioriteit verleend aan het projectgebied op de plaats van het voormalige klooster en wordt het oorspronkelijk voorziene onteigeningsplan niet langer weerhouden. 1.
  13. Bij afzonderlijke besluiten van 30 september 2002 van de gemeenteraad van Tessenderlo worden respectievelijk het ontwerp van bijzonder plan van aanleg “Lichtveld” (herziening) en het ontwerp van bijzonder plan van aanleg “Kom der gemeente” (herziening) voorlopig aangenomen. 1.
  14. Tijdens het openbaar onderzoek dat over deze ontwerpplannen wordt gehouden van 14 oktober 2002 tot en met 13 november 2002, worden twee X-11.657-3/8 bezwaarschriften ingediend tegen het ontwerp van bijzonder plan van aanleg “Lichtveld” en drie tegen het ontwerp van bijzonder plan van aanleg “Kom der gemeente”. Door de verzoekende partijen worden twee afzonderlijke bezwaar- schriften ingediend tegen de respectievelijke ontwerpplannen. 1.
  15. In nota’s van 27 november 2002 worden de bezwaren door de afdeling Ruimtelijke Planning en de n.v. Technum weerlegd. Op 28 november 2002 bespreekt en weerlegt de Gecoro de ingediende bezwaren. 1.
  16. Bij afzonderlijke besluiten van 27 januari 2003 van de gemeenteraad van Tessenderlo worden de beide ontwerpplannnen definitief aangenomen. 1.
  17. Op 3 april 2003 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg over de beide plannen een gunstig advies. 1.
  18. Bij het thans bestreden besluit van 19 augustus 2003 wordt “het wijzigingsplan ‘Lichtveld’” van de gemeente Tessenderlo, goedgekeurd. Met een besluit van dezelfde datum wordt ook het “wijzigingsplan van het bijzonder plan van aanleg ‘Kom der Gemeente’” van de gemeente Tessenderlo, goedgekeurd. Ook tegen dit ministerieel besluit hebben de verzoekende partijen een beroep tot nietigverklaring ingesteld (zaak A. 144.442). 1.
  19. Deze besluiten worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 23 september 2003 en 24 september 2003 bekendgemaakt.
  20. Rechtspleging 2.
  21. De tweede verwerende partij werpt op dat enkel een besluit van de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening wordt bestreden, dat de gemeente Tessenderlo door de verzoekende partijen niet als tegenpartij is aangeduid, en dat er geen administratieve akte van de gemeente Tessenderlo wordt bestreden, zodat zij buiten de zaak moet worden gesteld. 2.
  22. Ingevolge het inquisitoriale karakter van de procedure voor de Raad van State komt het, in tegenstelling tot hetgeen de tweede verwerende partij X-11.657-4/8 voorhoudt, aan de Raad van State toe om, desnoods ambtshalve, de verwerende partijen aan te duiden. Te dezen dient te worden vastgesteld dat de gemeente mede- auteur is van het bestreden bijzonder plan van aanleg, en dat zij als zodanig terecht door het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het auditoraat als verwerende partij is aangeduid.
  23. Ontvankelijkheid - belang 3.
  24. Standpunt van de partijen 3.1.
  25. De tweede verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord het belang van de verzoekende partijen bij de gevraagde vernietiging als volgt: “Verzoekende partijen stellen zelf dat zij eigenaars zijn van de percelen kadastraal bekende als 1ste afdeling, sectie A, nrs. 820/k, 820/f, 1282B en 1283B. Dit is een zeer beperkte oppervlakte van het gewijzigde BPA Lichtveld. In ’s Raads arrest (...) inzake Vandeginste e.a. wordt het belang beperkt voor de particuliere personen in zoverre zij eigenaar zijn van percelen binnen het bestreden plan van aanleg. Verwerende partij verzoekt uw Raad dan ook om in geval er een nietigverklaring zou worden uitgesproken, deze enkel te beperken tot de percelen van verzoekende partijen omdat zo de economie van het ganse BPA niet in het gedrang komt. Wat betreft BPA’s verwijst verwerende partij nog naar een arrest van Uw Raad (...) inzake Debacker, waarin Uw Raad stelde dat de verzoekende partijen hun belang maar situeren binnen een bepaalde sector van het aldaar bestreden BPA en derhalve werd in hoofde van de verzoekende partijen maar een belang aanwezig geacht m.b.t. een deel van het BPA. Ook in het arrest (...) inzake Olivier, Maddens en VZW Wijk Demeulenaere, waarin een plan van aanleg van de stad Roeselare deels werd vernietigd m.b.t. een aantal percelen, heeft uw Raad een gedeeltelijke nietigverklaring uitgesproken”. 3.1.
  26. De verzoekende partijen beantwoorden deze exceptie in hun memorie van wederantwoord als volgt: “De verzoekende partijen vechten met hun verzoek tot nietigverklaring het Bijzonder Plan van Aanleg Statiestraat-Lichtveld aan, dat opgemaakt is door het college van burgemeester en schepenen, dat aangenomen werd door de gemeente en dat goedgekeurd werd door de minister. De gemeente is wel degelijk auteur van dit plan, en werd terecht door de griffie als tegenpartij aangewezen. X-11.657-5/8 De verzoekende partijen zijn uiteraard slechts eigenaar van enkele delen van het B.P.A., maar het gaat wel om een in oppervlakte belangrijk stuk, gelegen op een cruciale plaats binnen het B.P.A. met name aan de geplande ontsluitingsweg van het binnengebied. De kritiek van de verzoekende partijen houdt onder meer in dat sommige aspecten van de goede ruimtelijke ordening niet op een afdoende wijze werden onderzocht. Het spreekt voor zich dat een nader onderzoek van deze aspecten, na een gebeurlijke vernietiging door uw Raad, niet beperkt kan blijven tot de percelen van de verzoekende partijen, maar ook gebeurlijk gevolgen kan hebben voor de aanpalende percelen. Zo allicht moeilijk aanvaardbaar zijn dat de zone met een absoluut bouwverbod enkel voor de percelen van de verzoekende partijen zou worden geschrapt. Aangezien een eventueel nieuw onderzoek van het dossier na een vernietiging slechts zin heeft indien het gehele B.P.A. hierin wordt betrokken, hebben de verzoekende partijen wel degelijk een belang bij de integrale vernietiging ervan”. 3.1.
  27. In haar laatste memorie werpt de tweede verwerende partij met betrekking tot het actuele belang van de verzoekende partijen nog op wat volgt: “*Tweede verwerende partij verwijst naar haar standpunt uiteengezet in de memorie van antwoord en ook naar de gelijkaardige zaak G/A 144.442/X- 11.656 *Wat betreft het BPA Statiestraat-Lichtveld is het inderdaad zo dat verzoekers wel eigenaar zijn van percelen binnen dat BPA. Voor zover verzoekende partijen een belang zouden gehad hebben bij het instellen van huidige procedure, zijn zij dat belang zeker verloren in de loop van huidige procedure. Verzoekende partijen hebben immers zelf een verkavelingsvergunning aangevraagd op basis van het alhier bestreden BPA Statiestraat-Lichtveld en erkennen zodoende uitdrukkelijk de wettigheid van dat BPA. Die verkavelingsvergunning werd hen ook toegekend op 27.12.2004 en heeft betrekking op het perceel nr. 1283B (...). Tweede verwerende partij wil er bovendien nog de nadruk op vestigen dat in de periode na het opstellen van de memorie van antwoord tot op heden er binnen het bestreden BPA nog heel wat stedenbouwkundige vergunningen werden afgeleverd (zo o.m. voor een nieuwe Aldi (...) en nog voor andere woningen, handelspanden en appartementen) in de onmiddellijke omgeving van de eigendom van verzoekende partijen (...). Die vergunningen werden niet bestreden door verzoekende partijen. Nochtans werden zij hiervan op 13.02.2006 aangetekend op de hoogte gesteld (...) Ook daarna werden nog stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd en ook uitgevoerd (...) Door die stedenbouwkundige vergunningen niet te bestrijden met enig rechtsmiddel, hebben verzoekende partijen minstens hun belang verloren bij het alhier bestreden BPA. Door het niet bestrijden van de stedenbouwkundige vergunningen worden zij als het ware geacht berust te hebben in het BPA ‘Statiestraat-Lichtveld’ Een eventuele vernietiging van het BPA brengt op zich geen wijziging met zich mee aan die bestaande toestand. Alle vergunningen werden of worden uitgevoerd. X-11.657-6/8 De verzoekende partijen kunnen ook zelf een wijziging aan de reeds uitgevoerde werken niet meer afdwingen. Hoogstens zou verzoekende partij een schadevergoeding kunnen trachten te vorderen aan de overheid die het kwestieuze BPA goedkeurde. Dat belang is op zich echter onvoldoende om de annulatie van de alhier bestreden beslissing te verkrijgen. Dienaangaande verwijst tweede verwerende partij naar gelijkaardige rechtspraak i.v.m. een beroep tegen een gewestplan waarbij de verzoekende partij zijn actuele belang werd geacht te verliezen indien in de loop van het geding een bijzonder plan van aanleg aan de gronden een bestemming geeft die overeenstemt met dewelke het bestreden gewestplan aan de betrokken goederen gaf en de verzoeker dat bijzonder plan van aanleg niet met een annulatieberoep heeft bestreden. (...) Past ook in dit kader, de rechtspraak die stelt dat een verzoeker die de vernietiging vordert van een verkavelingsvergunning, doch verzuimt de achteraf verleende bouwvergunning voor een lot in die verkaveling aan te vechten, zijn belang verliest bij de vordering van nietigverklaring van die verkaveling. ((...); zie BAERT. J. en DEBERSAQUES, G., Raad van State, Afdeling Administratie, Ontvankelijkheid, Die Keure, 1996, blz. 269) Het is dan ook duidelijk dat voor zover bij het instellen van het annulatieberoep er misschien een belang zou aanwezig geweest zijn in hoofde van verzoekende partijen, dit belang niet meer bestaat op het moment dat de Raad van State uitspraak zal doen over het annulatieberoep”. 3.
  28. Onderzoek van de opgeworpen exceptie 3.2.
  29. Uit de door de tweede verwerende partij neergelegde stukken blijkt dat de verzoekende partijen een verkavelingsvergunning hebben aangevraagd en verkregen voor een grond gelegen Lichtveld, kadastraal bekend sectie A, nr. 1283/b, volgens de voorschriften van het bestreden bijzonder plan van aanleg. Op het verkavelingsplan werd voor de voetweg nr. 11 een breedte voorzien van 6,00 m, zoals aangegeven op het bestreden bijzonder plan aanleg, en die van het lot 1 is afgescheiden, zonder dat hiervoor enig voorbehoud werd gemaakt. De verzoekende partijen hebben ter terechtzitting geen verduidelijking verschaft waarin, gelet op hetgeen hiervoor uiteengezet, hun belang bij de gevraagde vernietiging nog is gelegen. In de gegeven omstandigheden dient dan ook te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen niet meer doen blijken van het vereiste actueel belang bij de gevraagde vernietiging. De exceptie is gegrond. 3.2.
  30. Het beroep is niet ontvankelijk. X-11.657-7/8 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  31. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  32. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf oktober 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.657-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.658 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.