id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.679 Rolnummer: A. 194072/XII-5963 Zaak: Arrest 196679 - Examens (onderwijs) - 06/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-07 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:39 Fiche Arrest nr 196.679 van 6 oktober 2009 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 196.679 van 6 oktober 2009 in de zaak A. 194.072/XII-5963 In zake : Laurens LINDERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Wauters en Elif Can kantoor houdend te Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VZW KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS HASSELT KINDSHEID JESU - SINT JOZEF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hugo Lamon kantoor houdend te Hasselt Schiervellaan 23 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- De vordering, ingesteld op 25 september 2009, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het schoolbestuur van het Virga Jessecollege te Hasselt van 15 september 2009 om de over Laurens Linders delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2009, om 11.00 uur. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, advocaat Kris Wauters, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Hugo Lamon, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. XII-5963-1/16 Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker heeft zich tijdens het schooljaar 2008-2009 als neveninstromer ingeschreven in het eerste jaar van de derde graad handel (TSO) aan het Virga Jessecollege te Hasselt. 3.
- Zijn examenresultaten in december vertonen vier tekorten. Ook voor dagelijks werk heeft hij zeven tekorten. De klassenraad waarschuwt de ouders dat verzoeker regelmatiger zal moeten studeren en zijn houding in de klas zal moeten aanpassen, wil hij kans op slagen hebben. In april 2009 waarschuwt de oriënterende klassenraad dat verzoeker, “ondanks het ophalen van de tekorten voor een aantal vakken”, nog steeds “een erg groot risico” loopt om dit jaar niet te slagen en vraagt hij een extra inspanning. Ook het gedrag van verzoeker in de klas laat nog steeds te wensen over. Uiteindelijk behaalt verzoeker na de juni-examens een onvol- doende jaartotaal voor bedrijfseconomie en Nederlands en een globaal resultaat van 55%. De delibererende klassenraad beslist einde juni 2009 om hem een oriënteringsattest B te geven, met clausulering voor alle richtingen TSO, wegens “een tekort van dertien jaaruren (waarbij richtingsvak bedrijfseconomie) en een laag jaargemiddelde” die “een overgang naar het zesde jaar TSO-Handel onmogelijk [maken]”. 3.
- Op 26 juni 2009 verzoeken de ouders van verzoeker om een persoonlijk onderhoud met de voorzitter van de delibererende klassenraad en vragen zij inzage in de examens bedrijfseconomie en Nederlands. Dit overleg volgt op 1 juli
- De ouders wijzen, onder meer, op de verbetering van verzoekers resultaten met voor Nederlands mee in aanmerking te nemen dat verzoeker met dyslexie te kampen heeft, dat de vakleraren Nederlands en bedrijfseconomie hebben laten XII-5963-2/16 verstaan dat er geen gedragsproblemen (meer) zijn en dat uit een summier nazicht van de examenkopijen is gebleken dat de voor bedrijfseconomie gegeven punten niet correct leken. Na het overleg bezorgen de ouders nog bijkomende opmerkingen over de examens Nederlands en bedrijfseconomie en verklaren zij dat verzoeker bereid is zich tijdens de vakantie extra in te zetten voor die vakken. Op 3 juli 2009 deelt de directeur aan de ouders van verzoeker mee dat de elementen die zijn aangebracht aan de delibererende klassenraad voorgelegd zullen worden. Op 31 augustus 2009 beslist de delibererende klassenraad om andermaal een B-attest toe te kennen met gehele clausulering voor TSO. Hij motiveert ditmaal : “We hebben uw opmerkingen in verband met de beslissing van de delibererende klassenraad van 24 juni 2009 ter harte genomen. We zijn tot de vaststelling gekomen dat de resultaten op het rapport correct zijn. De lichte vooruitgang die we voor de vakken bedrijfseconomie en Nederlands in het tweede semester vastgesteld hebben, is onvoldoende om het vijfde jaar met vrucht te beëindigen. Deze bezorgdheid van onze kant werd ook reeds meegedeeld in de klassenraadsnota’s van december en april. Het tekort voor dertien jaarresultaten (waarbij het richtingsvak bedrijfseconomie) en het lage jaargemiddelde (55%) maken bijgevolg een overgang naar het zesde jaar TSO- Handel onmogelijk”. Tegen deze beslissing wordt vervolgens op 2 september 2009 beroep aangetekend bij de beroepscommissie. Verwezen wordt naar de eerdere bezwaren. Op 7 september 2009 bezorgt verwerende partij aan verzoekers ouders “het administratief dossier en alle stukken die aan de grondslag liggen van het oriënteringsattest B”, waarbij ook de “verduidelijkingen/reflecties van de leraars Nederlands en bedrijfseconomie opgesteld naar aanleiding van de bezwaren geformuleerd door de ouders zelf”. Er volgt, op 10 september 2009 en later verbeterd op 14 september 2009, een meer omstandige “verweernota”, waarin de motivering van het B-attest op de korrel wordt genomen. De ouders van verzoeker lezen in de motivering slechts stijlclausules die geen concreet antwoord vormen op hun specifieke bezwaren. Zelf werken zij hun eerdere bezwaren -evolutie van de resultaten en XII-5963-3/16 kritiek op de puntentoekenning- verder uit. Het standpunt van de ouders wordt in het hierna geciteerd advies van de beroepscommissie overigens correct samengevat; er wordt naar verwezen. 3.
- Op 14 september 2009 beslist het schoolbestuur om het beroep van verzoeker af te wijzen. Hij deelt zulks als volgt mee, met een 15 september 2009 gedateerd en aangetekend schrijven : “Gelet op de volgende conclusies van de beroepscommissie, bijeengekomen op 14 september 2009 : ‘Gelet op de beslissing van de delibererende klassenraad dd. 24.06.2009 met betrekking tot Laurens LINDERS, Klas V11, TSO, 3de graad, 1ste jaar met als studierichting Handel, waarbij een oriënteringsattest B werd toegekend clausule TSO; Gelet op het overleg dat, op vraag van de ouders van Laurens LINDERS dd. 26.06.2009, plaatsvond op 01.07.2009 conform de artikelen 68 e.v. van het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, hierna genoemd Organisatiebesluit; Gelet op de beslissing dd. 03.07.2009 van de voorzitter van de delibererende klassenraad, de directie, in toepassing van art. 69 Organisatiebesluit om de delibererende klassenraad terug samen te roepen zoals blijkt uit aangetekend schrijven dd. 03.07.2009; Gelet op het aangetekend schrijven dd. 25.07.2009 met de mededeling (rechtzetting) van de datum van de delibererende klassenraad; Gelet op de beslissing van de delibererende klassenraad dd. 31.08.2009 met betrekking tot Laurens LINDERS, Klas V11, TSO, 3de graad, 1ste jaar met als studierichting Handel, waarbij de klassenraad beslist het resultaat van haar vorige beslissing te handhaven; Gelet op het aangetekend schrijven dd. 31.08.2009 met de schriftelijke neerslag van de conclusies van de bijkomende klassenraad; Gelet op het beroep tegen de beslissing van de delibererende klassenraad dd. 31.08.2009 dat door de heer en mevrouw LINDERS-DEGREEF, ouders van Laurens LINDERS, werd ingediend per aangetekend schrijven van hun raadsman dd. 02.09.2009; Gelet op het administratief dossier waaruit in het bijzonder blijken de grieven van de ouders (onder meer deze medegedeeld per schrijven dd. 01.07.2009 en 30.06.2009 en per verweernota van hun raadsman dd. 10.09.2009) en het standpunt en motieven van de delibererende klassenraad (onder meer de notulen en de verduidelijkingen/reflecties van de leraars Nederlands en bedrijfs- economie opgesteld naar aanleiding van de bezwaren geformuleerd door de ouders zelf) dat in kopie aangetekend werd overgemaakt aan de raadsman van de ouders van Laurens LINDERS. De interne beroepscommissie is bijeengekomen, heeft kennis genomen van de schriftelijke argumenten van de ouders, van het volledige dossier van de leerling en van het standpunt van de directie en/of delibererende klassenraad. KORTE OMSCHRIJVING Laurens LINDERS volgt in het Virga Jesse College te Hasselt de studierichting Handel in het vijfde jaar TSO. Uit zijn eindrapport blijken twee jaartekorten van resp. 47 % op bedrijfseconomie en 47% op Nederlands, samen een tekort van dertien jaaruren uitmakend met een jaargemiddelde van 55%. Dit noopt de delibererende klassenraad tot de beslissing dat Laurens LINDERS het eerste leerjaar van de derde graad met vrucht beëindigd heeft en tot het XII-5963-4/16 volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in het Technisch Secundair Onderwijs. (oriënteringsattest B) Verder is de klassenraad van advies : overzitten in het vijfde jaar handel heeft slechts zin als je een ernstiger studiehouding kunt opbrengen en meer motivatie toont. Na het kenbaar maken van zowel mondelinge als schriftelijke bezwaren (in het bijzonder dd. 01.07.2009 en 30.06.2009) door de ouders, en na een overleg met de directie, beslist deze laatste om de delibererende klassenraad n.a.v. deze bezwaren opnieuw samen te roepen om zich opnieuw over hun beslissing te beraden. In het bijzonder wordt aan de leraars van bedrijfseconomie en Nederlands gevraagd om hun analyse/reflecties op de geformuleerde bezwaren voor te bereiden en kenbaar te maken op de nieuwe, bijzondere klassenraad die uiteindelijk bijeenkomt op 31.08.
- Door de ouders van Laurens LINDERS wordt op 28.08.2009 een bundel overgemaakt onder meer betreffende inspanningen die Laurens LINDERS geleverd heeft in het afgelopen verlof. De opnieuw delibererende klassenraad oordeelt op 31.08.2009 haar eerdere beslissing te handhaven met de volgende motivering : We hebben uw opmerkingen in verband met de beslissing van de delibererende klassenraad van 24 juni ter harte genomen. Wij zijn tot de vaststelling gekomen dat de resultaten op het rapport correct zijn. De lichte vooruitgang die we voor de vakken bedrijfseconomie en Nederlands in het tweede semester hebben vastgesteld, is onvoldoende om het vijfde jaar met vrucht te beëindigen. Deze bezorgdheid van onze kant werd ook reeds meegedeeld in de klassenraadnota's van december en april. Het tekort van dertien jaaruren (waarbij het richtingsvak bedrijfseconomie) en het lage jaargemiddelde (55%) maken bijgevolg een overgang naar het zesde jaar TSO-Handel onmogelijk. Verder is de klassenraad van advies : overzitten in het vijfde jaar TS0-Handel heeft alleen zin met een ernstige studiehouding. Bij aangetekend schrijven dd. 31.08.2009 wordt het resultaat van deze bijeenkomst kenbaar gemaakt aan de ouders van Laurens LINDERS. Per aangetekend schrijven van de raadsman van de ouders van Laurens LINDERS dd. 01.09.2009, wordt beroep ingesteld tegen de beslissing van de delibererende klassenraad dd. 31.08.
- Per gewoon schrijven van diezelfde datum wordt inzage gevraagd aan de voorzitter van de delibererende klassenraad (de directie) van alle stukken die aan de grondslag liggen van het oriënteringsattest B. Per aangetekend schrijven dd. 07.09.2009 wordt kopie van het administratief dossier aan de raadsman van de ouders van Laurens LINDERS overgemaakt. Per schrijven van diezelfde datum van deze laatste wordt aan de interne beroepscommissie verzocht de ontvangst van hun verweernota af te wachten alvorens advies te verlenen en wordt verzocht om gehoord te worden alvorens uitspraak te doen. De commissie is na kennisname van al deze elementen bijeengekomen op 14.09.
- BETWISTING Standpunt van de ouders In het beroepschrift dd. 02.09.2009 wordt in de eerste plaats gewag gemaakt van de bezwaren die de heer en mevrouw LINDERS-DE GREEF hebben geuit in hun brieven dd. 30.06.2009 en 01.07.
- In het schrijven dd. 30.06.2009 wordt onder meer gewezen op een aantal factoren waar de delibererende klassenraad aan voorbij gegaan zou zijn zoals de verbetering door het jaar, zijn correct gedrag, zijn getoonde engagement om pijnpunten bij te schaven, het feit dat te kennen zou gegeven zijn dat het vak Nederlands geen breekpunt zou zijn voor het afleveren van een A-attest, het feit dat de punten niet steeds overeenstemmen met de punten die door Laurens LINDERS daadwerkelijk zou verdiend hebben en het feit dat Laurens XII-5963-5/16 geëxamineerd werd door een leerkracht op een onderdeel dat door een andere leerkracht zou gegeven zijn. De grieven zoals uiteengezet in het schrijven dd. 01.07.2009 hebben voornamelijk betrekking op de evaluaties van de vakken Nederlands en bedrijfseconomie waarbij onder meer de berekeningsmethode in vraag wordt gesteld, de berekeningen zelf alsook de inhoudelijke evaluatie van de antwoorden op de examenvragen zelf. Voorts wordt aangegeven dat Laurens LINDERS bereid is voor beide vakken extra inspanningen te leveren tijdens het verlof, waartoe de aanzet al zou gegeven zijn. Verder wordt gewezen op de - bijzondere - motiveringsplicht waartoe de delibererende klassenraad toe gehouden zou geweest zijn, meer bepaald het feit dat deze niet afdoende zou geweest zijn. In een bijkomende verweernota dd. 10.09.2009 worden voormelde argumenten hernomen. De kritiek bestaat volgens deze nota in twee delen : enerzijds het feit dat de beslissing niet beantwoordt aan de vereisten zoals die voortvloeien uit de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 houdende de uitdrukkelijke motivering bestuurshandelingen en anderzijds een aantal concrete problemen meer bepaald wat betreft de vakken Nederlands en Bedrijfseconomie. Wat de formele motivering betreft wordt de delibererende klassenraad verweten dat deze niet afdoende zou gemotiveerd hebben. Meer bepaald - zo wordt aangehaald - hadden de ouders in de beslissing dd. 31.08.2009 minstens een antwoord of weerlegging verwacht van hun bezwaren. Er wordt gesteld dat in de beslissing nietszeggende informatie staat die de ouders niet leert waarom hun bezwaren onterecht zouden zijn en waarom de inrichtende macht ten onrechte een heroverweging heeft gevraagd. Voorts wordt gesteld dat de klassenraad de resultaten niet kadert binnen de doelstellingen van de leerplannen en niet uitlegt waarom een tekort van dertien uren en het lage jaargemiddelde een overgang onmogelijk zou maken. Er wordt tenslotte gewezen op de eerder vernoemde geuite bezwaren. Wat de materiële motivering betreft wordt gewezen op het materieel motiveringsbeginsel dat geschonden zou zijn. Zo zou voor het vak Nederlands onder meer de berekeningswijze/puntentelling incorrect zijn waardoor Laurens niet de punten zou gekregen hebben die hij verdient. Op het vak Bedrijfs- economie vindt men vooral de wijze waarop de antwoorden beoordeeld zijn incorrect. In het algemeen wordt tenslotte gewezen op de geboekte vooruitgang van Laurens die foutief of niet beoordeeld zou zijn. Tenslotte wordt er verzocht om gehoord te worden. Standpunt van directie en/of voorzitter van de delibererende klassenraad De voorzitter van de delibererende klassenraad stelde een volledig dossier ter beschikking van de commissie (dat tevens werd overgemaakt aan de raadsman van de ouders). Onder meer hieruit en uit de ingewonnen inlichtingen blijkt dat de argumenten van de ouders integraal werden overgemaakt aan de desbetreffende leraars die deze onderzochten en hun analyse/reflecties meedeelden aan de delibererende klassenraad. Het één en ander blijkt uit de schriftelijke neerslag van deze leraars - zoals tevens overgemaakt aan de raadsman van de ouders - dat ter bespreking werd uiteengezet op de delibererende klassenraad. De Voorzitter van de delibererende klassenraad meent dan ook dat alles werd gedaan om alle argumenten te onderzoeken waarna de klassenraad haar beslissing - rekening houdend met deze argumenten- heeft bevestigd, zoals ook meegedeeld in de motivering van de beslissing zelf. XII-5963-6/16 ONDERZOEK Betreffende het verzoek om gehoord te worden De beroepscommissie is van oordeel dat zij over alle elementen beschikt om haar onderzoek volledig te kunnen voeren. Zij heeft vastgesteld dat voor de ouders niet alleen verschillende momenten van inzage zijn georganiseerd maar dat bovendien per aangetekend schrijven dd. 07.09.2009 kopie van het volledige dossier werd overgemaakt aan de raadsman van de ouders. Voorts heeft zij kennis genomen van de schriftelijke bezwaren van de ouders dd. 30.06.2009 en 01.07.2009 en deze zoals door hun raadsman geuit in het beroepschrift dd. 02.09.2009 en in een 9p tellende verweernota overgemaakt dd. 10.09.
- De commissie is dan ook van oordeel dat elke partij ten volle de mogelijkheid heeft gehad - en benut - om hun standpunt op nuttige wijze uiteen te zetten. Betreffende de ontvankelijkheid Het beroep is ingesteld binnen de 3 werkdagen na de in artikel 72 Organisatiebesluit bedoelde mededeling van het resultaat van de nieuwe bijeenkomst van de delibererende klassenraad en is derhalve conform art. 72 van het Organisatiebesluit tijdig en ontvankelijk. Betreffende de gegrondheid
- Met betrekking tot de formele motiveringsplicht De motiveringsplicht is geschonden en kan tot onwettigheid van een beslissing leiden indien blijkt dat die beslissing niet gedragen kan worden, in rechte of in feite door de er voor ingeroepen motieven. (Cfr. R.v. St. (12de K) nr. 176.333, 30 oktober 2007, CDPK, 2008, Afl. 1, 299.) De Wet Motivering Bestuurshandelingen legt evenwel niet aan de overheid de verplichting op alle grieven of middelen van verdediging opgeworpen door de betrokkene stuk voor stuk te beantwoorden. Het volstaat indien in de beslissing zelf de motieven opgenomen worden die de beslissing kunnen dragen. ( Rv.St. (12de K.) nr. 103.244, 5 februari 2002, TORB 2002 - 2003, Afl. 6, 599.) Net als de Raad van State, kan ook de beroepscommissie geen bescherming bieden tegen strenge beslissingen als ze gedragen worden door de ingeroepen motieven. In casu is de beroepscommissie van mening dat de beslissing - hoe streng ze ook ervaren kan worden door de ouders - wel degelijk gedragen wordt door de ingeroepen motieven. Enerzijds blijken de behaalde resultaten ontegensprekelijk uit de beslissing zelf. Voorts motiveert de delibererende klassenraad wel degelijk de toekenning van een oriënteringsattest B, gezien zij wijst op het tekort van dertien jaaruren (waarbij het richtingsvak bedrijfseconomie) en lage jaargemiddelde (55%). Aldus heeft zij - overeenkomstig art. 6quater schoolpactwet - autonoom en gemotiveerd geoordeeld over het al dan niet slagen van de leerling. Tenslotte blijkt uit de beslissing zelf dat de opmerkingen die aanleiding gaven tot de nieuwe delibererende klassenraad ter harte werden genomen, hetgeen inhoudt dat ze onderzocht werden - zoals ook blijkt uit het administratief dossier. Uit de beslissing valt dan ook wel degelijk af te leiden dat de grieven van de ouders door de klassenraad in overweging werden genomen en dat met alle elementen van het dossier rekening werd gehouden. ( Cfr R.v. St. (12de K) nr. 176.333, 30 oktober 2007, CDPK 2008, Afl. 1, 299.) In casu vindt de beroepscommissie dan ook geen element dat zou wijzen op een schending van de motiveringsplicht, gezien de beslissing zowel in feite als in rechte gedragen wordt door de er voor ingeroepen motieven.
- Met betrekking tot de overige argumenten van de ouders Wil de beroepsprocedure zinvol zijn, dan moet ze er in ieder geval op gericht zijn om de klachten en argumenten van de leerling te onderzoeken. Op deze wijze dienen de ouders - en de leerling - een antwoord te vinden op hun XII-5963-7/16 klachten in het advies van de beroepscommissie. (Cfr. R.v.St. 6 oktober 2005, TBP 2007, Afl. 1, 47.) De commissie vermag evenwel geenszins de resultaten van de leerling te beoordelen, doch enkel de noodzaak van het al dan niet opnieuw te doen samenkomen van de delibererende klassenraad. (R.v.St., nr. 74.321, 17 juni 1998, onuitg.) Zij mag bovendien geen eigen argumenten in de plaats stellen van de delibererende klassenraad (R.v.St. nr. 167.732, 13 februari 2007, TORB, 2006-2007, Afl. 6,689.) In het licht van haar opdracht heeft de commissie de argumenten van de ouders grondig doorgenomen. De commissie merkt op dat de argumenten die thans aangehaald worden en deze die ook aan de delibererende klassenraad werden voorgelegd voornamelijk betrekking hebben op de evaluaties van de vakken Nederland en bedrijfseconomie en voorts op het feit dat onvoldoende rekening gehouden is met de gunstige attitude en evolutie van Laurens. Uit het dossier (meer bepaald uit de notulen en de verduidelijkingen/reflecties van de leraars Nederlands en Bedrijfseconomie) blijkt dat deze argumenten en bezwaren onderzocht werden, reden waarom overigens een nieuwe klassenraad bijeen werd geroepen door de directie. Drie leraars hebben aldus stuk voor stuk de door de ouders geuite bezwaren in concreto onderzocht, hebben de examenkopijen herbekeken en zijn bij hun eindbeoordeling gebleven ofwel omdat zij van mening zijn dat hun berekeningswijze correct is ofwel omdat zij menen dat de individuele beoordeling van de vraag correct is. De commissie kan aldus vaststellen dat zowel de berekeningsmethodes (hoofdzakelijk het argument voor wat betreft Nederlands) als de inhoudelijke evaluaties van de vragen (hoofdzakelijk het argument voor wat betreft bedrijfseconomie) overgedaan werden naar aanleiding van de nieuw samengeroepen delibererende klassenraad, doch dat dit niet geresulteerd heeft in een globale herziening van de beslissing. De commissie kan thans geen enkel bijkomend argument ontwaren dat een (derde) nazicht zinvol zou verantwoorden nu de argumenten opgeworpen in de verweernota eveneens neerkomen op het betwisten van de berekeningsmethodes van de examens dan wel een verschil in appreciatie omtrent de evaluaties van de antwoorden die door Laurens gegeven werden, beiden argumenten die reeds aanleiding gaven tot het herbezien van de examens door de desbetreffende leraars. Gelet op het feit dat de delibererende klassenraad van deze argumenten reeds kennis kon nemen, in aanmerking heeft genomen en dienvolgens haar beslissing heeft genomen, ziet de commissie niet in welke elementen zij de klassenraad zou dienen aan te reiken om haar beslissing te heroverwegen. Voorts stelt de commissie vast dat eveneens werd geoordeeld dat de lichte vooruitgang die in de vakken bedrijfseconomie en Nederlands werden geboekt onvoldoende gebleken zijn om het vijfde jaar met vrucht te beëindigen. Volgens de commissie heeft de delibererende klassenraad geen beslissing genomen als een klassenraad waarvan het niet denkbaar is dat enig andere zorgvuldig handelende klassenraad ze zou kunnen nemen, nu zij alle elementen van het dossier en meer bepaald de opgeworpen bezwaren van de ouders in overweging heeft genomen, zoals blijkt uit haar beslissing. De argumenten van de ouders betreffen veelal een persoonlijke appreciatie van de beoordelingswijze van delibererende klassenraad zonder dat nieuwe relevante elementen worden aangereikt die de delibererende klassenraad niet in aanmerking genomen heeft. De commissie begrijpt de beslissing van de delibererende klassenraad als streng aangevoeld wordt, doch het valt niet binnen haar wettelijke opdracht om bescherming te bieden tegen strenge beslissingen als ze gedragen worden door de ingeroepen motieven. XII-5963-8/16 Uit de ingewonnen informatie en het voorliggende dossier blijkt dat de delibererende klassenraad weloverwogen te werk is gegaan en haar beslissing op gemotiveerde wijze heeft genomen. De commissie stelt dan ook vast dat er geen elementen worden aangereikt op basis waarvan de delibererende klassenraad zijn beslissing kan heroverwegen. OM DEZE REDENEN GEEFT DE INTERNE BEROEPSCOMMISSIE AAN HET SCHOOL- BESTUUR HET ADVIES om de delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen om de bestreden beslissing opnieuw te overwegen’. heeft het schoolbestuur, in een overleg op 14 september 2009, beslist om de delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen om de eerder genomen beslissing opnieuw te overwegen”. IV. De schorsingsvoorwaarden
- Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. V. Beoordeling van de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde
- Wat het nadeel betreft, doet verzoeker gelden dat hij door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een schooljaar verliest of moet overstappen naar een andere onderwijsvorm terwijl het zijn betrachting net is om in de TSO richting een diploma te behalen met het oog op latere hogere studies. Hij verwijst naar de vaste rechtspraak van de Raad van State die het verlies -of dreigend verlies- van een schooljaar als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel erkent. Wat de uiterst dringende noodzakelijkheid betreft, voert verzoeker aan dat een vordering volgens de gewone schorsingsprocedure onherroepelijk te laat dreigt te komen om nog nuttig effect te hebben. Opnieuw wijst hij op de rechtspraak van de Raad van State desbetreffend.
- Verwerende partij antwoordt dat de eigen houding van verzoeker er debet aan is dat de bestreden beslissing er slechts op 14 september 2009 is XII-5963-9/16 gekomen. Door tot 1 juli 2009 te wachten om zijn grieven kenbaar te maken waardoor de delibererende klassenraad ingevolge de vakantieperiode en de bepalingen uit het arbeidsreglement slechts op 31 augustus kon samenkomen. Door vervolgens op 2 september 2009 beroep aan te tekenen maar ook een bijkomende nota aan te kondigen, waardoor verzoekers raadsman zelf heeft aangedrongen op uitstel van behandeling. Gevolg hiervan is dan weer, dat het schooljaar al zo ver is gevorderd dat verzoeker nader moet preciseren waarin zijn nadeel is gelegen. Een B-attest sluit hem ook niet af van verdere studies zonder verlies van een schooljaar. Volgens verwerende partij zijn deze voorwaarden dan ook niet vervuld.
- Verzoeker heeft gebruikgemaakt van het recht om een examenbeslissing te betwisten. Dit recht wordt hem geboden door het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (het organisatiebesluit). Hij moet dan wel de door dit besluit opgelegde termijnen respecteren. Die termijnen zijn drie werkdagen telkens om het recht op overleg te doen gelden en om beroep aan te tekenen bij de beroepscommissie. De Raad van State ziet niet hoe een leerling die deze uiterst korte termijnen in acht neemt, een gebrek aan diligent handelen kan worden verweten. Vakantie van leerkrachten of arbeidsreglement ten spijt, valt het ook een schoolbestuur niet toe de leerling daarin verwijten te maken, wanneer het zelf aan die leerling twee maanden geduld vraagt om te weten waar hij aan toe is en om vervolgens nog tot de uiterste dag te wachten die het organisatiebesluit toelaat om de eindbeslissing te nemen. De uiteenzetting van verzoeker overtuigt. Hij mag zich zowel wat het nadeel als wat de uiterst dringende noodzakelijkheid betreft terecht op de vaste rechtspraak van de Raad van State terzake beroepen. De beide voorwaarden zijn vervuld. XII-5963-10/16 VI. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde Standpunt van de partijen
- In een eerste middel voert verzoeker de schending aan van de formele-motiveringsplicht, van artikel 6quater van de zogenaamde schoolpactwet van 29 mei 1959, van de artikelen 5, §§ 5 en 8, 37, 38, 1/, 39, 57 en 74 van het organisatiebesluit, van het schoolreglement, van het zorgvuldigheidsbeginsel en van het patere legem-beginsel. Verzoeker argumenteert dat noch de beslissing van de klassenraad, noch de daaropvolgende beslissing van het schoolbestuur of het advies van de beroepscommissie waarbij het schoolbestuur zich aansluit, antwoord geven op een aantal wezenlijke bezwaren, namelijk dat een delibererende klassenraad niet zomaar op grond van één of twee proeven kan beslissen, dat hij een afweging moet maken in het licht van alle resultaten, dat het vak bedrijfseconomie uit twee delen bestond, met twee leerkrachten en twee aparte examens, en dus op zich geen negenuursvak was zodat er ten onrechte sprake is van een onvoldoende voor negen jaaruren, dat 47% voor Nederlands geen breekpunt was, dat op het examen bedrijfseconomie een vraag werd gesteld uit het eerste semester. Bij nalezen van het attest, aldus verzoeker, blijkt nergens dat de delibererende klassenraad zich heeft gesteund op alle relevante concrete gegevens, meer bepaald de volledige resultaten van proeven, toetsen of examens en dat hij de als negatief ervaren elementen ook heeft afgewogen tegenover de door hem opgesomde positieve elementen. Zo blijkt niet dat is rekening gehouden met de positieve resultaten voor alle andere proeven, de gunstige evolutie inzake leer- en leefhouding, zijn vrijwillige inspanningen tijdens de vakantieperiode, de verklaring van de leraar Nederlands dat zijn vak geen breekpunt is, zijn opmerking over bedrijfseconomie als een vak dat uit twee delen bestaat waarbij hij voor het belangrijkste onderdeel dat zes jaaruren omvat wél een voldoende heeft behaald. Hij heeft het raden naar de impact van zijn dyslexie op de besluitvorming. Geen aandacht is besteed aan de opmerkelijke vooruitgang voor geschiedenis en wiskunde en daling van het aantal tekorten dagelijks werk in het tweede semester. XII-5963-11/16 De overwegingen door de klassenraad dat hij de opmerkingen heeft ter harte genomen maar dat de resultaten op het rapport correct zijn, noemt verzoeker nietszeggende stijlformules. Ook de beroepscommissie gaat volgens verzoeker niet concreet in op zijn bezwaren. Ook begrijpt verzoeker niet waarom de onvoldoendes bedrijfs- economie en Nederlands hem van álle TSO-richtingen moeten uitsluiten.
- Verwerende partij antwoordt in de nota met opmerkingen dat de delibererende klassenraad in zijn beslissing erkent dat verzoeker “in de loop van het schooljaar een ‘lichte vooruitgang’ heeft geboekt, maar legt ook uit waarom die elementen hem niet tot een gunstiger oordeel brengt”. Doorslaggevend zijn de aard en de impact van de twee tekorten die dertien jaaruren vertegenwoordigen en de gebrekkige studiehouding van verzoeker in samenhang met de globaal zwakke prestatie van 55%. De referentie aan het algemeen percentage wijst uit dat de klassenraad zich wél heeft gebogen over alle uitslagen en hij hoeft niet formeel de punten voor de andere vakken te reproduceren. De tekorten zijnde wat ze zijn, zo citeert verwerende partij uit ’s Raads rechtspraak, valt het aan verzoeker toe aan te geven welke andere concrete gegevens van zijn dossier niet of onvoldoende in ogenschouw zijn genomen en die een tegengewicht vormen voor de vastgestelde tekorten. Verwerende partij merkt op dat verzoeker geen grieven aanvoert tegen de weerlegging door de beroepscommissie van de verbetering en quotering van de examens Nederlands en bedrijfseconomie, zodat hij deze motivering dus onderschrijft. Bijkomende proeven zijn geen afdwingbaar recht. De uitvoerig gemotiveerde beslissing van het schoolbestuur kan bezwaarlijk als een stijlformule van de hand worden gedaan. De beweringen aan de leraar Nederlands toegeschreven, zijn onbewezen en bovendien niet relevant want enkel de klassenraad beslist. XII-5963-12/16 Beoordeling
- Verzoeker heeft voor de vakken bedrijfseconomie en Nederlands tekorten op jaarbasis. Zijn globaal resultaat is 55%, zijn studiehouding kan ernstiger. Dat zijn de vaststellingen die de klassenraad maakt en als motivering inroept om tot een B-attest te komen. Volgens verwerende partij zijn deze tekorten naar omvang en impact zo sprekend dat nadere motivering niet hoeft, zodat de andere grieven van verzoeker geen specifiek antwoord behoeven en dat het aan verzoeker toevalt om de concrete gegevens aan te reiken die een tegengewicht kunnen vormen. In de huidige stand van de procedure lijkt het er op dat verzoeker dat wel degelijk heeft gedaan in de loop van de beroepsprocedure.
- Verzoeker herinnert er terecht aan dat luidens artikel 5, § 5, van het organisatiebesluit een globale evaluatie moet gebeuren die steunt op alle relevante gegevens van zijn dossier. Verzoeker wijst er ook terecht op dat de beroepsprocedure, wil ze zinvol zijn, er op gericht moet zijn om een antwoord te geven op de -relevante- grieven en dat, wanneer hij in de loop van die beroepsprocedure opnieuw wordt samen geroepen, een klassenraad extra zorgvuldig moet omgaan met de op hem rustende motiveringsplicht.
- Twee jaartekorten waaronder een tekort voor een richtingsvak dat negen uren omvat kan, in combinatie met een zwak jaarresultaat, op het eerste gezicht een B-attest verantwoorden. Verzoeker heeft evenwel op een aantal bijzondere omstandigheden gewezen. Noch verzoeker, noch thans de Raad van State, kunnen aan de hand van de in het attest veruitwendigde motieven weten, zo lijkt, of de klassenraad met die elementen ernstig rekening heeft gehouden. Mocht dat al het geval zijn geweest, dan heeft de klassenraad alleszins nagelaten, zo lijkt, om in de motivering van het B-attest uit te leggen waarom die bijzondere gegevens niet volstonden om tot een andere beslissing te komen. XII-5963-13/16 Een eerste element dat in het licht van de noodzakelijke globale evaluatie niet zonder belang is, is de vaststelling door verzoeker dat hij twee van de vier tekorten in december vervolgens wél volledig heeft goedgemaakt, en voor een drie-uursvak als wiskunde zelfs van 45% is vooruitgegaan naar 75% (jaartotaal 60%). Verzoeker argumenteert daarover bijkomend dat rekening gehouden moest worden met het feit dat hij neveninstromer voor deze opleiding is zodat zijn vooruitgang des te opmerkelijk is. Voor de twee vakken die tekorten zijn gebleven stelt de beslissing wel een “lichte vooruitgang” vast, maar deze “lichte vooruitgang” -voor bedrijfseconomie dan toch van 44% naar 51%, weliswaar niet genoeg voor een jaarvoldoende- voegt zich toe aan de twee andere, volledig opgehaalde tekorten. Verzoeker vroeg zich ook af of bij de inschatting of hij voor het gehele schooljaar de doelstellingen van het leerplan heeft bereikt wel passende aandacht is gegeven aan zijn tekort voor Nederlands gelet op zijn dyslexie; het is een vraag die prima facie in de beslissing niet is beantwoord en toch niet zonder belang lijkt nu Nederlands een van de tekorten is waarop het attest steunt. Ook de vraag waarom voor bedrijfseconomie geen rekening wordt gehouden met zijn goede prestatie voor het in uren omvangrijkste onderdeel is zonder antwoord gebleven. Ook de beroepscommissie lijkt deze elementen niet te hebben belicht, en zij zou overigens ook niet eigener beweging een antwoord in de plaats van de autonoom oordelende klassenraad hebben kunnen geven.
- Deze vaststellingen volstaan om het middel ernstig te bevinden.
- De Raad van State bedenkt ten overvloede nog wat volgt. Vooreerst lijkt de beroepscommissie zich in de reikwijdte van haar opdracht te misgrijpen, waar zij meent verzoeker geen bescherming tegen strenge beslissingen te kunnen bieden. De “bescherming” die een beroepscommissie die anders dan de Raad van State geen wettigheidsrechter is maar een orgaan van actief bestuur, een leerling kan bieden, is aan het schoolbestuur te adviseren om een klassenraad opnieuw samen te roepen. De discretionaire bevoegdheid waarover die klassenraad beschikt, sluit niet de mogelijkheid uit van verschillende zienswijzen die alle wettelijk zijn. De Raad van State ziet niet in waarom de beroepscommissie, als zij van oordeel is dat een leerling eerder streng is beoordeeld en er op zicht van de concrete gegevens een milder oordeel verdedigbaar is, in het kader van de administratieve beroepsprocedure niet aan het schoolbestuur zou kunnen adviseren XII-5963-14/16 om een klassenraad uit te nodigen bij zijn beoordelingsvrijheid grotere toegeeflijkheid te tonen, waarbij het wel te verstaan is dat uiteindelijk die klassenraad als enig autonoom oordelend orgaan bevoegd is om de eindbeslissing te nemen. Voorts heeft de raadsman van verzoeker ter terechtzitting erkend dat hij de “verduidelijkingen/reflecties” van de leerkrachten over de examens heeft ontvangen. Met verzoeker kan op het eerste gezicht worden meegegaan dat in de motivering van de klassenraad zelf op een stijlformule na, geen antwoord is terug te vinden op zijn zeer gedetailleerde kritiek met betrekking tot vraagstellingen en berekeningsmethodes voor deze vakken. Nu verzoeker echter ook in de loop van de administratieve beroepsprocedure het administratief dossier heeft gekregen, rijst de vraag naar het belang dat hij heeft om daaromtrent nog een gebrek in de formele motivering aan te voeren. In zijn verzoekschrift lijkt verzoeker ook niet concreet aan te geven of en waarom de bevindingen van de leerkrachten niet mochten volstaan om de delibererende klassenraad te doen besluiten dat het examenverloop correct was.
- Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het schoolbestuur van het Virga Jessecollege te Hasselt van 15 september 2009 om de over Laurens Linders delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. XII-5963-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 oktober 2009, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter met bijstand van Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Geert Van Haegendoren XII-5963-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.679 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.361 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.