← België

Arrest 196701 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 08/10/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.701 Rolnummer: A. 180511/VII-36880 Zaak: Arrest 196701 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 08/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-16 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:39 Fiche Arrest nr 196.701 van 8 oktober 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 196.701 van 8 oktober 2009 in de zaak A. 180.511/VII-36.880 In zake: Lucien DERWAEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Verstraeten kantoor houdend te Leuven Vaartstraat 68-70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-François De Bock kantoor houdend te Brussel Waterloosesteenweg 612 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 23 januari 2007, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van de Nederlandstalige kamer van de Geneeskundige Commissie van Beroep van 25 oktober 2006 waarbij het behoud van het visum van de verzoeker als doctor in de genees-, heel- en verloskunde aan een aantal voorwaarden wordt onderworpen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. VII-36.880-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september 2009 . Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Heidi Vanhorebeek, die loco advocaat Johan Verstrae- ten verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Joy Moens, die loco advocaat Jean-François De Bock verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. De verzoeker is huisarts in de gemeente Heers, in de provincie Limburg.
  5. In 2004 en 2005 doen zich bij de patiënten van de verzoeker een aantal gevallen van acute hepatitis B voor. De bevoegde Provinciale Geneeskundige Commissie onderzoekt de zaak en in 2006 wordt er een deskundig onderzoek uitgevoerd naar de fysieke en psychische geschiktheid van de verzoeker om het beroep van geneesheer uit te oefenen. Op 25 augustus 2006 beslist de Provinciale Geneeskundige Commissie van Limburg dat de verzoeker fysiek en psychisch geschikt is om de geneeskunde uit te oefenen maar zij legt hem een aantal voorwaarden op, onder meer inzake hygiëne en verslaving aan dipidolor en amfetamines. De verzoeker moet zich laten bijstaan door een psychiater met ervaring in de ontwenningsproblematiek. Ook worden regelmatige controles en verslaggeving opgelegd. Er wordt bepaald dat "indien aan één van deze maatregelen niet voldaan wordt, (de bevoegde overheid) zal (...) beslissen om zijn visum in te trekken". Deze beslissing wordt, na beroep van de verzoeker, bevestigd door de Geneeskundige Commissie van Beroep op 25 oktober
  6. Dit is de bestreden beslissing. VII-36.880-2/5
  7. Op 17 januari 2007 meldt de Provinciale Geneeskundige Commissie van Limburg aan de Geneeskundige Commissie van Beroep dat er zich twee nieuwe gevallen van hepatitis B hebben voorgedaan die zouden zijn veroor- zaakt in de praktijk van de verzoeker. Op 29 januari 2007 wordt aan de Provinciale Geneeskundige Commissie van Limburg een nieuw geval gemeld van hepatitis B bij een patiënt die bij de verzoeker in behandeling was.
  8. Naar aanleiding van deze meldingen verklaart de Provinciale Geneeskundige Commissie van Limburg op 9 maart 2007 dat de verzoeker fysiek en psychisch niet geschikt is om de geneeskunde uit te oefenen. Zij beslist verzoekers visum in te trekken "voor een periode van 2 maanden, eventueel verlengbaar, in afwachting van het verslag van de deskundigen, aangeduid door de nationale raad van de orde der geneesheren".
  9. Op 26 maart 2007 dient de verzoeker tegen deze beslissing van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Limburg een beroep in bij de Geneeskundige Commissie van Beroep.
  10. Op 6 juni 2007 hervormt de Geneeskundige Commissie van Beroep de bestreden beslissing en belast zij drie door de Nationale Raad van de Orde van Geneesheren aangewezen deskundigen met een onderzoek naar de fysieke en psychische geschiktheid van de verzoeker om zijn beroep verder uit te oefenen.
  11. In hun verslag van 27 september 2007 beantwoorden de deskundi- gen de gestelde vragen als volgt : "Op vraag A1 : Dr. Derwael Lucien werd op 25-07-2007 fysisch geschikt bevonden om zijn beroep als geneesheer verder uit te oefenen. Op vraag A2 : Dr. Derwael Lucien werd psychisch NIET geschikt bevonden om zijn beroep als geneesheer verder uit te oefenen. Op vraag B : wat het tijdstip betreft waarop, in de perimeter van de nieuwe aangiften, een besmetting zou zijn ontstaan die aan dokter Derwael dient te worden toegeschreven bestaat er een absolute zekerheid voor 6 patiënten, een waarschijnlijk verband voor één patiënt en een vermoedelijk verband voor 2 patiënten. De homogeneïteit van de genotypeverdeling in de nosocomiale groep is een eerste argument dat het hier gaat om een echte cluster. Anderzijds vallen deze patiënten ook op basis van fylogenetische analyse binnen diezelfde cluster. Dit betekend dat de HBV besmetting via eenzelfde bron gebeurde". VII-36.880-3/5
  12. Op 24 oktober 2007 beslist de Geneeskundige Commissie van Beroep het visum van de verzoeker bij wege van voorlopige maatregel in te trekken voor een periode van twee maanden, herhaalbaar tot aan de definitieve uitspraak. Deze maatregel wordt op 19 december 2007 met twee maanden verlengd.
  13. Op 12 februari 2008 delen de aangestelde deskundigen aan de voorzitter van de Geneeskundige Commissie van Beroep mee dat, na kennisneming van de opmerkingen van de raadsman van de verzoeker en de door hem geraadpleeg- de psychiater, het deskundig verslag van 27 september 2007 als definitief kan worden beschouwd.
  14. Op 20 februari 2008 beslist de Geneeskundige Commissie van Beroep, na de verzoeker en zijn raadsman te hebben gehoord, het visum van de verzoeker als doctor in de genees-, heel- en verloskunde voor onbepaalde tijd in te trekken. Er wordt eveneens beslist dat desgevallend een herevaluatie van de geschiktheid van de verzoeker kan gebeuren, na tenminste één jaar behandeling bij een psychiater, als staflid verbonden aan een universitair centrum, en mits voorlegging van een verslag dat een succesvolle behandeling attesteert en dat wordt bijgetreden door een collega-specialist. De motivering van de beslissing verwijst onder meer naar de motieven die werden ontwikkeld in de beslissingen van 24 oktober 2007 en 19 december 2007 als aanwijzing voor de intrekking van het visum van de verzoeker bij wege van voorzorgsmaatregel. Deze beslissing wordt bestreden in de zaak A. 188.153/VII-37.
  15. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  16. Luidens artikel 19, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kunnen de annulatieberoepen voor de afdeling bestuursrechtspraak worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het beroep tot nietigverklaring van de beslissing van de Geneeskundige Commissie van Beroep van 20 februari 2008 werd bij arrest nr. 196.700 van heden verworpen. Die beslissing, die de in de voorliggende zaak bestreden beslissing van 25 oktober 2006 vervangt, is dan ook definitief geworden. VII-36.880-4/5 Ambtshalve wordt vastgesteld dat niet valt in te zien welk actueel belang de verzoeker zou kunnen hebben bij een vernietiging van de bestreden beslissing. De verzoeker maakt niet concreet aannemelijk dat hij door de toepassing van de bestreden beslissing vóór de vervanging ervan door de beslissing van 20 februari 2008 een nadeel heeft geleden daargelaten dat zulk een nadeel door de nietigverklaring nog zou kunnen worden weggenomen. De bestreden beslissing hield enkel in dat het behoud van het visum van de verzoeker onderworpen werd aan een aantal voorwaarden. Ten gevolge van deze beslissing was de verzoeker nog steeds in de mogelijkheid, mits naleving van de voorwaarden, om het beroep van geneesheer uit te oefenen. Het beroep is niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht oktober tweeduizend en negen, door de Raad van State, VIIe kamer, samen- gesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-36.880-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.701 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.