id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.771 Rolnummer: A. 170366/XII-5736 Zaak: Arrest 196771 - Sport - 09/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-16 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:39 Fiche Arrest nr 196.771 van 9 oktober 2009 Onderwijs en cultuur - Sport Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.771 van 9 oktober 2009 in de zaak A. 170.366/XII-
- In zake : de GEMEENTE HOLSBEEK. tegen : de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat K.Van Alsenoy, kantoor houdende te 1000 Brussel, A. Dansaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Holsbeek op 20 februari 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 15 december 2005, waarbij beslist werd haar geen subsidies voor sportpromotionele werking toe te kennen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag, opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2009; Gelet op het uitstel van de zaak tot de terechtzitting van 8 september 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. Van Haegendoren; XII-5736-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat L. Leys, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat K. Lefever, die loco advocaat K. Van Alsenoy verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- De provincieraad van Vlaams-Brabant keurt op 21 april 1998 een provinciaal reglement inzake toekenning van subsidies voor de sportpromotionele werking van de Vlaams-Brabantse gemeenten goed (hierna: het kaderreglement). Luidens artikel 5 van het kaderreglement legt de deputatie jaarlijks een puntenschaal vast voor de sportpromotionele activiteiten die voor subsidiëring in aanmerking komen. In dezelfde puntenschaal worden de voorwaarden bepaald om de titel van “Sportvriendelijke gemeente” te behalen. Met toepassing hiervan beslist de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 3 februari 2005 de puntenschaal en de voorwaarden voor het behalen van de titel van “Sportvriendelijke gemeenten 2005” vast te leggen. 1.
- Het kaderreglement van 21 april 1998 wordt samen met voornoemd besluit van de deputatie van 3 februari 2005 met een begeleidend schrijven aan alle gemeenten van Vlaams-Brabant toegestuurd. Tevens worden drie formulieren bijgevoegd, met name “Vlaams-Brabant beweegt intentieverklaring”, “Programmavoorstel Vlaams-Brabant beweegt van 1 april tot en met 2 oktober 2005” en “Afrekeningsdossier Vlaams-Brabant beweegt”. 1.
- De gemeente Holsbeek verstuurt, naar eigen zeggen, op donderdag 28 april 2005 de formulieren “Vlaams-Brabant beweegt intentieverklaring” en “Programmavoorstel Vlaams-Brabant beweegt van 1 april tot en met 2 oktober 2005” naar de provincie Vlaams-Brabant. De brief is verstuurd met U.V. (uitgestelde vergoeding) en de omslag heeft geen poststempel. XII-5736-2/7 Het “Afrekeningsdossier Vlaams-Brabant beweegt” wordt verstuurd met een schrijven ter post afgestempeld op 21 oktober
- 1.
- Bij besluit van 15 december 2005 beslist de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, met toepassing van artikel 6 van het kaderreglement, geen subsidie toe te kennen aan de gemeente Holsbeek omdat de intentieverklaring-programmavoorstel niet tijdig werd ingediend. Het betreft de thans bestreden beslissing. Deze beslissing, aan de gemeente Holsbeek ter kennis gegeven bij schrijven van 22 december 2005, luidt : “Geacht college, Bij deze delen wij mee dat uw intentieverklaring en programmavoorstel i.v.m. met de actie ‘Vlaams-Brabant Beweegt’ bij ons is toegekomen op 2 mei
- In het provinciaal reglement inzake toekenning van subsidies voor de sportpromotionele werking van de Vlaams-Brabantse gemeenten, goedgekeurd door de provincieraad op 21 april 1998, staat duidelijk dat de uiterste datum van inzending 30 april is. Dit reglement wordt trouwens als bijlage elk jaar met de mailing verstuurd in de maand maart. Ook op alle formulieren is de uiterste datum van indiening vermeld. Deze uiterste datum van indiening is een reglementaire bepaling die moet worden toegepast. De poststempel geldt daarbij als bewijs. Wat 2005 betreft melden wij u dan ook dat uw dossier niet weerhouden is. Als bijlage gaat een kopie van het reglement en het eensluidend afschrift van het besluit van de bestendige deputatie geworden”. Bij schrijven van 10 januari 2006 bezorgt de gemeente Holsbeek aan de provincie Vlaams-Brabant “nog enkele gegevens die kunnen aantonen dat onze briefwisseling daadwerkelijk op 28 april 2005 bij De Post werd binnengebracht”. De grond van de zaak Standpunt van de partijen
- Verzoekster put een enig middel uit de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, doordat de verwerende partij de intentieverklaring van verzoekster niet heeft aangenomen, terwijl deze wel degelijk tijdig is vertrokken. Zij licht toe dat op de briefomslag waarmee de intentieverklaring is verstuurd, geen poststempel is terug te vinden nu de zendingen onder het stelsel XII-5736-3/7 U.V. vrijstelling van afstempeling genieten. Niettemin acht zij het voldoende aangetoond dat de intentieverklaring op 28 april 2005 haar diensten heeft verlaten. Zij verwijst hiervoor naar een schrijven van 8 januari 2006 aan De Post waarin wordt verwezen naar een afgifteborderel voor zendingen gefrankeerd in U.V., afgegeven in het postkantoor van Holsbeek op 28 april
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord tegen dat er noch onduidelijkheid kan zijn omtrent de vervaldatum van 30 april 2005 noch omtrent het feit dat de poststempel het bewijs zou zijn voor het respecteren van deze datum : het kaderreglement bepaalt immers in zijn artikel 6 dat de betreffende formulieren uiterlijk op 30 april van het begrotingsjaar waarop de subsidies betrekking hebben, bij het provinciebestuur moeten worden ingediend en dat de poststempel als bewijs geldt. Ook in het begeleidend schrijven aan alle gemeenten wordt voor het bezorgen van de principiële toezegging van medewerking samen met het programmavoorstel de uiterste datum van 30 april uitdrukkelijk vermeld en op de intentieverklaring zelf wordt nog eens uitdrukkelijk herhaald dat het betreffend formulier uiterlijk op 30 april 2005 ingevuld en getekend teruggestuurd dient te worden naar de sportdienst van de provincie. Het dossier van verzoekster bevat echter dit bewijs niet, aangezien de enveloppe geen poststempel draagt, zodat niet is voldaan aan artikel 6 van voornoemd kaderreglement.Een eventuele rechtvaardiging nadien per brief van 10 januari 2006 is niet van aard om alsnog van de stringente voorwaarden van het reglement af te wijken, zeker niet wanneer blijkt dat verzoekster zelf onzorgvuldig is geweest.
- De verwerende partij doet in de laatste memorie nog gelden dat het voor verzoekster volstond om, ondanks de mogelijkheid die zij heeft bij verzending met zogenaamde “uitgestelde vergoeding” (UV) vrijstelling van afstempeling te genieten, in zaken waarin deze afstempeling een voorwaarde is, de brief gewoon aangetekend te versturen. Dit blijkt trouwens ook uit de eigen verklaring van schepen Claes van 10 januari 2006, die aangeeft dat in de toekomst alle “belangrijke stukken” wel aangetekend zullen worden verzonden. XII-5736-4/7 Beoordeling
- Artikel 6 van het kaderreglement luidt : “Wie voor subsidiëring in aanmerking wenst te komen, moet een verzoek op de daartoe bestemde formulieren indienen bij het provinciebestuur [...] en dit uiterlijk op 30 april van het begrotingsjaar waarop de subsidies betrekking hebben. De poststempel geldt als bewijs”.
- Uit de woorden “de poststempel geldt als bewijs”, volgt onmiskenbaar dat voor de beoordeling van de tijdigheid van de indiening, de dag van verzending door de gemeente en niet de dag van ontvangst door het provinciebestuur, bepalend is. Dit blijkt overigens ook uit het formulier “Vlaams- Brabant Beweegt intentieverklaring” en het formulier “Programmavoorstel Vlaams- Brabant beweegt van 1 april tot en met 2 oktober 2005” waar telkenmale in een kader wordt gesteld: “Gelieve dit formulier uiterlijk op 30 april 2005 ingevuld en getekend terug te sturen naar Provincie Vlaams-Brabant-Dienst Sport”.
- Deze bepaling schrijft echter niet voor dat voor die verzendings- datum het bewijsmiddel van de poststempel exclusief zou zijn, met uitsluiting van elk ander bewijs, of zelfs maar dat de aanvraag uitsluitend via De Post mag worden ingediend. Derhalve kan niet worden meegegaan in de stelling van de verwerende partij dat de afstempeling op zich “een voorwaarde” zou zijn. Mogelijk was zulks het oogmerk van de stellers van het kaderreglement, maar de subsidie-aanvrager mag niet het slachtoffer zijn van een onzorgvuldige redactionele uitwerking ervan. Het feit dat betreffende formulieren tijdig bij het provinciebestuur werden ingediend, mag derhalve door alle middelen van het recht worden bewezen.
- Verzoekster toont aan dat, wanneer het provinciebestuur haar schrijven heeft ontvangen op maandag 2 mei 2005, zoals zij zelf in de bestreden beslissing bevestigt, er geen andere mogelijkheid bestaat dan dat dit schrijven ten laatste op zaterdag 30 april 2005 werd verstuurd, vermits er op zondag 1 mei geen postwerking was en maandag 2 mei dus de eerste werkdag was. Voor zoveel als nodig, bevestigt de door verzoekster overgemaakte “lijst uitgaande post april 2005” van de verzendingsdienst van de gemeente Holsbeek dat de intentieverklaring “Vlaams Brabant beweegt” werd teruggestuurd op 28 april
- XII-5736-5/7 Verzoekster toont derhalve zonder enige mogelijke betwisting aan dat zij betreffende formulieren wél tijdig heeft verzonden. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat het bestuur bij de feitenvinding slechts na een behoorlijk onderzoek van de zaak en met kennis van alle relevante gegevens een beslissing mag nemen. Door in de gegeven omstandigheden de datum van 2 mei 2005 aan te nemen als datum waarop de gemeente Holsbeek de intentieverklaring en het programmavoorstel zou hebben ingediend, met als besluit dat het dossier niet tijdig werd ingediend, heeft de verwerende partij dan ook het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden. Het besproken middel is in de aangegeven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 15 september 2005 om aan de gemeente Holsbeek geen subsidie toe te kennen voor sportpromotionele werking. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-5736-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen oktober 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-5736-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.771 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.