← België

Arrest 196808 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 12/10/2009

Obsah (4)§ 1§ 4§ 3§ 5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:200

§ 1en 2 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Eveneens wordt er met verwijzing naar art.

§ 4

en

§ 3

, en tenslotte ook

§ 5

, een volgend besluit meegedeeld: ‘Voor het tracé door het waardevolle bos bestaat een alternatief dat minder schadelijke effecten heeft op het Habitatrichtlijn gebied, m.n. het tracé dat oorspronkelijk voorzien was en ten zuiden van het Habitatrichtlijn gebied loopt. Aangezien er een alternatief voorhanden is, kan niet afgeweken worden van de bepalingen van art.

§ 4. Het advies van de afdeling Natuur is derhalve ongunstig.’.

Wanneer dan in de bestreden beslissing een vergunning verleend wordt voor een tracé dat de verzoekende partij niet behaagt, dan houdt dit geenszins een schending in van enig redelijkheidsbeginsel of gelijkheidsbeginsel”. De verzoekster beperkt er zich in haar memorie van wederantwoord toe te stellen dat er geen antwoord is op de voorgestelde oplossing via de aardeweg. Wat dit aspect betreft kan worden verwezen naar hetgeen hieromtrent uiteengezet in de beoordeling van het eerste middel. Er dient te worden vastgesteld dat de uiteenzetting van de verzoekster geen afdoende elementen bevat die aantonen dat te dezen de vergunningverlenende overheid kennelijk onredelijk heeft gehandeld door de gevraagde stedenbouwkundige vergunning te verlenen.

  1. Het middel is niet gegrond. X-11.834-12/14 D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel In een vierde middel voert de verzoekster een “oneigenlijke onteigeningsprocedure - gebrek aan voorwaarden” aan. Zij zet dit middel uiteen als volgt: “Voor onteigening van een deel grond, hetgeen gebeurt indien dit stuk verder zijn functionaliteit verliest is gebonden aan procedurale regels. Het toestaan van het huidig tracé is een oneigenlijke onteigening zonder dat de vereiste procedure werd gevolgd. De vergunning voorziet geen enkele concrete maatregel om de waarde van (het) verlies van bouwgrond te regelen; Evenmin wordt enige maatregel voorzien om de geurhinder te vermijden. Tot slot is er evenmin een veiligheidsmaatregel tegen verzakking voorzien”. Beoordeling
  2. Het middel zoals uiteengezet door de verzoekster komt neer op een schending van Grondwettelijke bepalingen met betrekking tot onteigening, en is derhalve, in tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij opwerpt, ontvankelijk nu het een voldoende duidelijke omschrijving van de geschonden rechtsregel bevat.
  3. Artikel 16 van de Grondwet bepaalt: “Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling”. Beperkingen die zouden worden opgelegd aan een eigendom of hinder die een eigendom moet ondergaan, kunnen niet worden gelijkgesteld met onteigening zoals bedoeld in artikel 16 van de Grondwet. Voorts worden stedenbouwkundige vergunning verleend onder voorbehoud van de betrokken burgelijke rechten. De omstandigheid dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning in geen enkele concrete maatregel voorziet om de waarde van het verlies van de bouwgrond te regelen, en om geurhinder en verzakking te vermijden, tast de wettigheid ervan niet aan.
  4. Het middel kan niet worden aangenomen. X-11.834-13/14 BESLISSING
  5. De Raad van State verwerpt het beroep.
  6. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf oktober 2009, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, met bijstand van Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-11.834-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.808 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.865 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.