id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.831 Rolnummer: A. 112249/IX-3117 Zaak: Arrest 196831 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 12/10/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-16 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:40 Fiche Arrest nr 196.831 van 12 oktober 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 196.831 van 12 oktober 2009 in de zaak A. 112.249/IX-
- In zake : Els VAN DURME, wonende te LOKEREN Kopkapelstraat 57 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Els VAN DURME op 2 november 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: - de beslissing van 21 mei 2001 van het college van afdelingshoofden van de administratie Waterwegen en Zeewezen waarbij haar een loopbaanvertraging wordt opgelegd; - de beslissing van 29 augustus 2001 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur waarbij definitief beslist wordt haar een loopbaan- vertraging op te leggen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 19 februari 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; IX-3117-1/7 Gelet op de beschikking van 4 september 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 5 oktober 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekster en van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- Op het ogenblik van de bestreden beslissingen is de verzoekster vast benoemd ambtenaar met de graad van deskundige (rang B 1) bij het departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Waterwegen en Zeewezen, afdeling Waterwegen Kust, van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 1.
- Op 27 februari 2001 heeft de verzoekster een evaluatiegesprek over het jaar 2000 met haar eerste evaluator, adjunct van de directeur Carine Bogaert. 1.
- Het evaluatieverslag, dat op 21 maart 2001 door de verzoekster voor kennisname wordt ondertekend, bevat een aantal ongunstige vermeldingen. De verzoekster voegt haar opmerkingen bij het evaluatieverslag. 1.
- Bij brieven van 7 en 14 mei 2001 wordt aan de verzoekster medegedeeld dat zij wordt voorgesteld voor een loopbaanvertraging voor de evaluatieperiode 2000 en dat zij kan vragen om te worden gehoord vooraleer het college van afdelingshoofden ter zake een beslissing neemt. IX-3117-2/7 1.
- Op 21 mei 2001 wordt de verzoekster door het college van afdelingshoofden van de administratie Waterwegen en Zeewezen gehoord. Het college van afdelingshoofden beslist vervolgens om aan de verzoekster een loopbaanvertraging op te leggen. Dit is de eerste bestreden beslissing. 1.
- Met een aangetekende brief van 4 juli 2001 stelt de verzoekster tegen deze beslissing beroep in bij de raad van beroep. 1.
- Op 30 juli 2001 wordt de verzoekster door de raad van beroep gehoord. In zijn advies oordeelt de raad van beroep eenparig dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. 1.
- In zijn vergadering van 29 augustus 2001 beraadslaagt de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur over de definitieve beslissing tot loopbaanvertraging. Blijkens de notulen van de directieraad geeft de directeur-generaal van de administratie Waterwegen en Zeewezen eerst een toelichting bij het dossier. Daarna verlaat hij de vergadering. Vervolgens beslist de directieraad, op basis van de door de directeur-generaal verstrekte toelichting, om aan de verzoekster een loopbaanvertraging op te leggen. Dit is de tweede bestreden beslissing. Zij wordt met een aangetekende brief van 5 september 2001 aan de verzoekster ter kennis gebracht. Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- In zijn verslag werpt de auditeur-verslaggever ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, in zoverre het gericht is tegen de beslissing van 21 mei 2001 van het college van afdelingshoofden. Hij betoogt dat ingevolge het devolutief karakter van het administratief beroep, de beslissing van 29 augustus 2001 van de directieraad, waarbij aan de verzoekster definitief een loopbaanvertraging wordt opgelegd, in de IX-3117-3/7 plaats is gekomen van de beslissing van 21 mei 2001 van het college van afdelingshoofden zodat de laatstgenoemde beslissing niet voor beroep vatbaar is. 2.
- In haar laatste memorie bestrijdt de verzoekster deze zienswijze. Zij stelt dat het beroep bij de raad van beroep geen georganiseerd administratief beroep is, aangezien de raad van beroep slechts een adviserende bevoegdheid heeft. 2.
- In geval van georganiseerd administratief beroep kan alleen tegen de in laatste aanleg genomen beslissing beroep worden ingesteld. Te dezen heeft de verzoekster overeenkomstig artikel VIII 78, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en regeling van de rechtspositie van het personeel (hierna : het Vlaams personeelsstatuut), ingevoegd bij besluit van de Vlaamse regering van 9 februari 2001, tegen de beslissing van het college van afdelingshoofden waarbij haar een loopbaanvertraging wordt opgelegd, beroep ingesteld bij de raad van beroep. Na het advies van de raad van beroep wordt de definitieve beslissing over het al dan niet opleggen van de loopbaanvertraging door de departementale directieraad genomen. Anders dan de verzoekster stelt, is het beroep bij de raad van beroep, overeenkomstig de op het ogenblik van de bestreden beslissingen van toepassing zijnde regelgeving, wel degelijk een georganiseerd administratief beroep. Ingevolge het devolutief karakter van het administratief beroep is de beslissing van 29 augustus 2001 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur, waarbij aan de verzoekster definitief een loopbaanvertraging wordt opgelegd, in de plaats gekomen van de beslissing van 21 mei 2001 van het college van afdelingshoofden. Het vernietigingsberoep is dan ook enkel ontvankelijk in zoverre het gericht is tegen de beslissing van 29 augustus 2001 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur. IX-3117-4/7 Gegrondheid van het beroep 3.
- In een derde middel voert de verzoekster onder meer de schending aan van artikel VIII 78, § 3, van het Vlaams personeelsstatuut. Zij betoogt dat de directieraad de bestreden beslissing heeft genomen na een toelichting van directeur-generaal Strubbe. De verzoekster is evenwel van oordeel dat de directeur-generaal, als voorzitter van het college van afdelingshoofden dat de beslissing tot loopbaanvertraging heeft genomen, niet onafhankelijk is. Een en ander blijkt volgens de verzoekster uit het feit dat de directeur-generaal voor de directieraad een toelichting heeft gegeven die enkel elementen bevat die in het nadeel van de verzoekster pleiten, ofschoon er ook elementen voorhanden waren die in haar voordeel pleiten. Zij wijst erop dat juist vanwege het gevaar van partijdigheid, artikel VIII 78, § 3, van het Vlaams personeelsstatuut voorschrijft dat de leidend ambtenaar van de administratie waartoe de geëvalueerde behoort, niet mag deelnemen aan de beraadslaging van de directieraad. 3.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de directeur- generaal de beraadslaging zelf van de directieraad niet heeft bijgewoond. Hij heeft slechts voorafgaand aan de beraadslaging het dossier van de verzoekster toegelicht en heeft na deze toelichting de vergadering verlaten. Pas daarna is, zo betoogt de verwerende partij, de eigenlijke beraadslaging begonnen, op basis van alle elementen van het dossier en onder voorzitterschap van de secretaris-generaal. 3.3.
- Artikel VIII 78, § 3, laatste lid, van het Vlaams personeelsstatuut bepaalt, met betrekking tot de definitieve beslissing over de loopbaanvertraging, dat de betrokken leidend ambtenaar niet deelneemt aan de beraadslaging in de departementale directieraad. Deze bepaling vormt een waarborg voor de onpartijdigheid van de directieraad, met name doordat het uitgesloten wordt dat de betrokken leidend ambtenaar mede zou oordelen over het beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing tot loopbaanvertraging die het college van afdelingshoofden onder zijn voorzitterschap heeft genomen. IX-3117-5/7 3.3.
- Uit de notulen van de vergadering van 29 augustus 2001 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur blijkt dat directeur- generaal Strubbe van de administratie Waterwegen en Zeewezen toelichting heeft gegeven bij het dossier over verzoeksters loopbaanvertraging “o.a. als reactie op het standpunt van de Raad van Beroep”. De verzoekster betoogt terecht dat deze toelichting enkel elementen bevat die in haar nadeel pleiten. Vervolgens heeft directeur-generaal Strubbe de vergadering verlaten en werd de verdere discussie gevoerd en de beslissing genomen in diens afwezigheid. Dit volstaat echter niet om te kunnen stellen dat de directeur-generaal in verband met de aan de verzoekster opgelegde loopbaanvertraging niet aan de beraadslaging in de directieraad zou hebben deelgenomen. Toelichting geven bij het dossier en voor de verzoekster negatieve argumenten aanvoeren als reactie op een advies van de raad van beroep is wel degelijk “deelnemen aan de beraadslaging in de directieraad”, hetgeen door het voormeld artikel VIII 78, § 3, laatste lid, van het Vlaams personeelsstatuut om evidente redenen aan de leidend ambtenaar van de betrokken administratie is ontzegd. Het middel is in de hierboven beschreven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 29 augustus 2001 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, waarbij aan Els VAN DURME een loopbaanvertraging wordt opgelegd. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. IX-3117-6/7 Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 12 oktober 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-3117-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.831 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.